Conclusie AG over samenloop van verbeurdverklaring en ontnemingsmaatregel

Parket bij de Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:324

Het middel behelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de waarde van de in de hoofdzaak verbeurdverklaarde voorwerpen in mindering moet worden gebracht op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd, nu de beslissing ten aanzien van de verbeurdverklaring ten tijde van de beslissing van het hof in de ontnemingszaak nog niet onherroepelijk was. De steller van het middel werpt de vraag op of voor het in mindering brengen van de waarde van verbeurdverklaarde voorwerpen op de op te leggen betalingsverplichting als voorwaarde geldt dat de verbeurdverklaring van die voorwerpen ten tijde van de beslissing in de ontnemingszaak onherroepelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over profijtontneming & aftrek van (vaste) kosten

Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:121

Het middel komt met drie deelklachten op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De eerste twee deelklachten richten zich tegen de begrijpelijkheid van de verwerping van een tweetal verweren die zien op de aftrek van kosten. De derde deelklacht houdt in dat het hof niet heeft gerespondeerd op het gevoerde draagkrachtverweer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. eisen aan de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:472

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 overwogen dat het oordeel van de rechter dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht heeft begaan, binnen het eigen kader voor het bewijs in de ontnemingsprocedure in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e lid 2 Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan. Tevens behoort de betrokkene de gelegenheid te hebben aan te (doen) voeren dat en waarom er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat andere feiten door hem zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Handelaar in paardenvlees moet illegale winst afstaan

Rechtbank Oost-Brabant 15 maart 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:908

Een 51-jarige man moet 84.908,88 euro aan de Staat betalen. Dit is volgens de rechtbank Oost-Brabant de illegale winst die hij maakte met de fraude in paardenvlees, waarvoor hij eerder werd veroordeeld tot een celstraf. De man was bestuurder van twee bedrijven die zich bezighielden met het inkopen, uitbenen en versnijden van rundvlees en het verhandelen van dat vlees. In 2011 en 2012 werd minimaal 336.000 kilo paardenvlees ingekocht en verwerkt. In de administratie en financiële boekhoudsystemen van de bedrijven werd niet geregistreerd dat paardenvlees was verwerkt, waardoor ook niet op de verkoopfacturen en bijbehorende papieren stond dat het geleverde product paardenvlees bevatte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over gebruik van gemeenschappelijke kasopstelling bij berekening WVV

Hoge Raad 22 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:160

Er staat geen rechtsregel in de weg aan het gebruik van de gemeenschappelijke kasopstelling. Dat neemt echter niet weg dat - mede gelet op het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel - bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel steeds moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene zelf in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3364). Het gebruik van een gemeenschappelijke kasopstelling mag er dus niet in resulteren dat van een van de betrokkenen meer voordeel wordt ontnomen dan hij daadwerkelijk heeft verkregen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is hoger beroep ingesteld tegen zowel hoofd- als ontnemingszaak?

Hoge Raad 15 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:195

Het hof heeft geoordeeld dat “het niet anders kan dan dat het ervoor moet worden gehouden dat door of namens de betrokkene geen hoger beroep is ingesteld tegen het ontnemingsvonnis”. Daarbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de schriftelijke volmacht. In die volmacht wordt weliswaar inderdaad verwezen naar “bovengenoemde strafzaak” en “de beslissing van de rechtbank”, maar die volmacht spreekt ook van “voornoemde beslissing(en) van de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank Den Haag met bovengenoemd parketnummer”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over de beoordeling en onderbouwing van verzoeken tot het horen van getuigen in ontnemingszaken

Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:147

De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over de eisen die in strafzaken gelden met betrekking tot de onderbouwing van verzoeken van de verdediging tot het oproepen en horen van getuigen, ten dele bijgesteld in zijn arrest van 20 april 2021. Deze bijstelling is ook in ontnemingszaken van betekenis, maar alleen indien en voor zover het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan in verband met een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan. Als het getuigenverzoek is gedaan in verband met een andere beslissing, zoals de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt onverminderd dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, mede in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

NOvA: Nieuwe civiele confiscatieprocedure omzeilt strafrechtelijke waarborgen

De NOvA heeft aan minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid een wetgevingsadvies uitgebracht over het Wetsvoorstel Versterking aanpak ondermijnende criminaliteit II. Zowel qua vorm als inhoud staat de NOvA kritisch ten opzichte van dit wetsvoorstel. Het grootste kritiekpunt is dat een mogelijkheid van civiele confiscatie van goederen wordt geïntroduceerd zonder dat strafrechtelijke waarborgen van toepassing zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OvJ niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering nu voordeel voortvloeit uit belastingdelicten

Rechtbank Rotterdam 1 februari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:652

Indien volgens de regelen der kunst zou zijn gehandeld, zouden de uitkeringen aan de veroordeelde als salaris of als bonus zijn geboekt en zou hij daarover inkomstenbelasting hebben moeten afdragen. Dat is niet gebeurd. Die onttrekkingen zijn verborgen achter valse documenten. Daarmee is aannemelijk geworden dat de veroordeelde over de onttrekkingen geen belasting heeft betaald. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat het voordeel rechtstreeks voortvloeit uit belastingdelicten. Dan is de officier van justitie gelet op artikel 74 AWR niet-ontvankelijk in haar vordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontnemingsbeslissing in Emerald-zaak

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 23 december 2021, ECLI:NL:OGEAM:2021:138

In de zaak Emerald zijn meerdere verdachten, waaronder een parlementariër, veroordeeld voor onder meer het onjuist doen van aangiften van de inkomstenbelasting en omzetbelasting. In de ontnemingszaak wordt een ontnemingsvordering opgelegd voor een bedrag van NAf 8.315.278.

Read More
Print Friendly and PDF ^