Niet-ontvankelijkheid OM vanwege verjaring & Vrijspraak van vervalsen documenten en het gebruik maken daarvan in een gerechtelijke procedure

Rechtbank Amsterdam 12 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8920

Uit artikel 70 Sr, eerste lid onder 3, volgt dat voor strafbare feiten waarop een maximale gevangenisstraf van vier tot zeven jaar staat, de verjaringstermijn is vastgesteld op twaalf jaar. Uit artikel 71, aanhef en onder 2 volgt dat de termijn voor verjaring bij delicten met betrekking tot valsheid aanvangt op de dag na die waarop gebruik is gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid is gepleegd. De verjaring wordt op grond van artikel 72 Sr gestuit door een daad van vervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplegging (deels voorwaardelijke) geldboete na doorvoer van militaire goederen zonder vergunning

Gerechtshof Amsterdam 13 november 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4197

Bewezen is verklaard dat de verdachte opzettelijk militaire goederen zonder vergunning heeft doorgevoerd in Nederland. De verdachte beschikte over vervoersdocumenten waaruit zij had moeten afleiden dat zich goederen van militaire aard in het pakket bevonden, maar heeft de goederen toch doorgevoerd, zonder dat daarvoor een vergunning was afgegeven. Hiermee staat vast dat de verdachte niet de maximaal van haar als – als professionele luchtvrachtvervoerder – te vergen zorg heeft betracht om te voorkomen dat deze militaire goederen zonder vergunning zouden worden doorgevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. de mogelijkheid om in geval van “gemeenschappelijk voordeel” hoofdelijke betalingsverplichting op te leggen

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2243

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanwezigheidsrecht & afwijzing aanhoudingsverzoek na schriftelijke verklaring waarin verdachte afstand doet van zijn recht die dag ter terechtzitting te verschijnen

Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2294

Het Hof heeft vastgesteld dat een schriftelijke verklaring is binnengekomen waarin de verdachte afstand doet van zijn recht die dag ter terechtzitting te verschijnen. In de overwegingen van het Hof ligt voorts besloten dat naar zijn oordeel de door de raadsvrouwe geopperde mogelijkheid dat de verdachte de afstandsverklaring had getekend omdat hij zich niet goed genoeg voelde om de zitting bij te wonen, niet aannemelijk is. Gelet daarop getuigt het oordeel van het Hof dat de verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en het belang van het onderzoek niet de aanhouding van de behandeling van de zaak vordert, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is er nog sprake van het doen van een valse aangifte (art. 188 Sr) als die later is ingetrokken?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2245

Het middel betoogt, mede onder verwijzing naar art. 161 Sv ("Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte (...) te doen"), dat "aangifte" in de zin van art. 188 Sr alleen kan worden gedaan door een persoon die kennis draagt van een begaan strafbaar feit, en dat daarom geen sprake is van "aangifte" in de zin van art. 188 Sr indien blijkt dat geen strafbaar feit is begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Op verzoek van verdediging benoemde deskundige met hoger uurtarief dan gemaximeerde tarief. Verzoek deze kosten te vergoeden op grond van art. 591 Sv afgewezen.

Gerechtshof Amsterdam 21 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3630

Op verzoek van de verdediging is een deskundige benoemd die een hoger uurtarief hanteerde dan het krachtens de Wet tarieven in strafzaken gemaximeerde tarief. Daarbij is tussen de verdediging en de rechter-commissaris de afspraak gemaakt dat de meerkosten voor rekening van de verdediging zouden komen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. rechterlijke motiveringsplicht bij afwijzing getuigenverzoeken en de toetsing daarvan in cassatie

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2246

Of een verzoek tot het horen van getuigen naar behoren is onderbouwd alsook of het dient te worden toegewezen, zal de rechter in het licht van alle omstandigheden van het geval - en met inachtneming van het toepasselijke criterium - moeten beoordelen. De rechter dient, indien hij een verzoek afwijst, de feitelijke en/of juridische gronden waarop die afwijzing berust, in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel de uitspraak op te nemen. Die rechterlijke motiveringsplicht steunt mede op art. 6 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De verdachte heeft op basis van de bij het transport gebezigde eural-code ten onrechte aangenomen dat sprake was van groene lijst afvalstof

Rechtbank Rotterdam 10 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9898

Door de verdachte rechtspersoon is als professionele marktdeelnemer opzettelijk door middel van achttien transporten in totaal ruim 300 ton aan cadmiumhoudend kunststofgranulaat overgebracht naar Polen, zonder dat daarvoor kennisgeving was gedaan of toestemming was verleend. Deze grote hoeveelheid afvalstoffen is in Polen bij inrichtingen terecht gekomen die geen vergunning hadden dat afval te ontvangen of te verwerken. Er had dus nooit toestemming kunnen worden verleend voor deze transporten. Voorts heeft de verdachte rechtspersoon door deze afvaltransporten opzettelijk cadmiumhoudend kunststofgranulaat verhandeld, zonder vermelding op de VIHB-lijst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij & schadevergoedingsmaatregel: HR herhaalt dat kosten rechtsbijstand niet zijn aan te merken als rechtstreekse schade

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2233

Vooropgesteld dient te worden dat ingevolge art. 51f Sv degene die rechtstreekse schade heeft geleden door een strafbaar feit zich als benadeelde partij in het strafproces kan voegen. Van rechtstreekse schade is sprake indien een persoon is getroffen in het belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De kosten van rechtsbijstand zijn niet als zodanige rechtstreekse schade aan te merken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: In hoofdzaak verbeurdverklaard geldbedrag in mindering gebracht op aan betrokkene in ontnemingszaak opgelegde betalingsverplichting?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2228

Het middel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte het in de hoofdzaak verbeurdverklaarde geldbedrag van € 1.525,- niet in mindering heeft gebracht op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^