HR legt uit: tot wanneer kan je wraken?

Hoge Raad 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726

De Hoge Raad wijst er in een uitspraak van vandaag op dat een wrakingsverzoek dat bij het gerecht is binnengekomen na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, op een moment dat de betrokken rechter(s) daarvan redelijkerwijs kennis kon(den) nemen voor de geplande einduitspraak, tijdig is gedaan. Als in zo’n geval de wrakingskamer niet kan beslissen voor het tijdstip waarop de einduitspraak is bepaald, moet de zittingsrechter het onderzoek in afwachting van die beslissing heropenen en schorsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over 'onthouden van nodige verzorging' aan vee

Hoge Raad 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1703

De Hoge Raad geeft in een uitspraak van vandaag uitleg aan het begrip ‘onthouden van de nodige verzorging’ in de Wet dieren (artikel 2.2 lid 8 van de Wet dieren). In die wet wordt de ‘intrinsieke waarde’ van het dier erkend. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat dit gevolgen heeft voor hoe met dieren mag worden omgegaan. Daaruit volgt onder meer dat altijd de zorg die dieren redelijkerwijs nodig hebben, verzekerd moet zijn. Het gaat er daarbij om wat ten minste in redelijkheid kan worden gevergd van houders van dieren. Van het ‘onthouden van de nodige verzorging’ kan sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, maar ook als de gezondheid of het welzijn van het dier op een andere manier wordt geschaad. De rechter mag de ‘vijf vrijheden van Brambell’ als relevante gezichtspunten in zijn overwegingen hierover betrekken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afdeling Bestuursrechtspraak: Verplichting tot opstellen RI&E en het actualiseren staat los van verplichting om deze te laten toetsen

Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4598

De verplichting om een RI&E op te stellen en te actualiseren, staat los van de toetsing door een gecertificeerde arbodienst of deskundige. Het opstellen en bijwerken van een RI&E is een zelfstandige verplichting van de werkgever, die dit zelf kan doen zonder externe hulp. Als een werkgever een externe deskundige inschakelt die door drukte te laat levert, betekent dit volgens de Raad van State niet dat de werkgever minder verwijtbaar is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat zijn de implicaties van de Landeck-uitspraak voor de Nederlandse opsporing?

Parket bij de Hoge Raad 19 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1230 en ECLI:NL:PHR:2024:1236

AG Harteveld heeft advies gegeven aan de Hoge Raad in twee zaken, waarin hij ingaat op de gevolgen van de zaak Landeck (Hof van Justitie EU 4 oktober 2024 in zaak C-548/21). Het Europees Hof heeft in die uitspraak de voorwaarden verduidelijkt waaraan de politie moet voldoen om toegang te krijgen tot gegevens op mobiele telefoons.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afstand van bevoegdheid om verzet in te stellen tegen strafbeschikking

Hoge Raad 19 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1677

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan over het doen van afstand van de bevoegdheid om verzet in te stellen tegen een strafbeschikking. De verdachte doet afstand van zijn bevoegdheid om verzet tegen een strafbeschikking in te stellen als hij vrijwillig aan die strafbeschikking voldoet (artikel 257e lid 1 Sv). In het algemeen mag de rechter die vrijwillige afstand afleiden uit het feit dat aan die strafbeschikking is voldaan. Maar als de verdachte gemotiveerd aanvoert dat van vrijwilligheid geen sprake was, moet de rechter dat onderzoeken. In dit geval is gemotiveerd aangevoerd dat van vrijwilligheid geen sprake was vanwege de onderbewindstelling van de verdachte. Het hof had het verzet daarom niet zonder nader onderzoek naar de vrijwilligheid niet-ontvankelijk mogen verklaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opruiing: HR over opzet en beoordeling of uitingen aansporen tot strafbaar feit

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1573

Het gaat in deze zaak om tweets die door de verdachte op zijn (destijds zo geheten) Twitter-account zijn geplaatst. De verdachte was op dat moment raadslid in de gemeente Den Haag en had een Twitter-account met ten minste 31.000 volgers. De verdachte is door het gerechtshof Den Haag wegens telkens "in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit opruien" (feit 1 en 2), veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren. De cassatiemiddelen komen op tegen de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het eerste cassatiemiddel richt zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de verdachte door het op Twitter plaatsen van de tenlastegelegde berichten, heeft opgeruid in de zin van artikel 131 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht tot het plegen van enig strafbaar feit. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte heeft gehandeld met het voor opruiing vereiste opzet. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe en wanneer wordt een ontnemingsvordering geldig aanhangig gemaakt?

Hoge Raad 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1572

De Hoge Raad stelt voorop dat het enkele feit dat de officier van justitie heeft nagelaten om tijdig op grond van artikel 311 lid 1 Sv het voornemen tot het indienen van een ontnemingsvordering kenbaar te maken, op zichzelf niet voldoende is om bij de betrokkene het gerechtvaardigde vertrouwen te wekken dat een ontnemingsvordering achterwege zal blijven. Om die reden kan aan dit enkele verzuim niet het rechtsgevolg worden verbonden dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk wordt verklaard in de ontnemingsvordering. Wel kan het nadeel dat de betrokkene heeft ondervonden door het verzuim om tijdig het voornemen kenbaar te maken aanleiding geven tot een vermindering van de betalingsverplichting. Een dergelijke vermindering is mogelijk wanneer, gezien het door de betrokkene geleden nadeel, het vormverzuim in het concrete geval zo ernstig is dat niet kan worden volstaan met enkel de constatering van dat verzuim.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak HR over formele rechtskracht

Hoge Raad 12 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1621

De strafrechter is in beginsel gebonden aan een besluit van een bestuursorgaan of aan een onherroepelijke beslissing over dat besluit van de bestuursrechter. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan die formele rechtskracht worden doorbroken. Bijvoorbeeld in de uitzonderlijke situatie dat zo’n besluit niet als basis kan dienen voor een strafrechtelijke veroordeling vanwege (strijdigheid met) fundamentele rechten of rechtstreeks werkend recht van de Europese Unie. Of als de wettelijke omschrijving van het delict ertoe dwingt dat de strafrechter zelf toetst of het besluit rechtmatig tot stand is gekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatie Weski in doorzoekingszaak

Hoge Raad 1 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1560

In strafzaken beschermt art. 98 Sv het verschoningsrecht door het in beslag nemen van vertrouwelijke stukken zonder toestemming te verbieden, waarbij de rechter-commissaris beslissingsbevoegd is. Tegen die beslissingen kan de verschoningsgerechtigde beklag instellen. Bij grote hoeveelheden digitale gegevens mag de rechter-commissaris onder strikte voorwaarden opsporingsambtenaren inzetten voor selectie, mits het verschoningsrecht gewaarborgd blijft. De strafrechter beoordeelt eventuele schendingen van dit recht in de strafzaak. Dit maakt aanvullende bescherming door de burgerlijke rechter overbodig; deze is daarom niet bevoegd in te gaan op beslissingen van de rechter-commissaris inzake inbeslagneming en selectie van gegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid OM bij overschrijding van de redelijke termijn in extreme gevallen?

Hoge Raad 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1413

Als – onevenredig – tijdsverloop een complicatie vormt bij de bewijsgaring of de waardering van het bewijs, de rechter daarmee rekening kan houden en, als de bewijsvoering anders op gespannen voet zou komen met de “fairness of the proceedings as a whole”, tot een vrijspraak kan komen. De door het hof vastgestelde gang van zaken kan zijn oordeel dat sprake was van een niet voor (procedurele) compensatie vatbare schending van de verdedigingsrechten die meebrengt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vervolging van de verdachte, niet dragen. Dat wordt niet anders als in de beoordeling wordt betrokken dat ook sprake is van andere nadelige gevolgen voor de verdachte, omdat niet zonder meer begrijpelijk is waarom deze gevolgen zich niet ervoor leenden te worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door middel van strafvermindering.

Read More
Print Friendly and PDF ^