Welke impact heeft een civiele zaak op de (toekenning van de) vordering benadeelde partij?

Hoge Raad 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1288

Het oordeel van het hof, dat verdachte als “in het ongelijk gestelde partij”, kan worden aangemerkt en dat benadeelde partij daarom aanspraak heeft op vergoeding van zijn proceskosten is, gelet op afwijzing van vordering benadeelde partij, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Wat betreft kosten van procedure in eerste aanleg, ziet de Hoge Raad in omstandigheid dat vordering benadeelde partij in lopende civiele procedure nog niet onherroepelijk was toegewezen op moment dat benadeelde partij vordering indiende, maar dat deze vordering in civiele procedure uiteindelijk wel (grotendeels) toewijsbaar is gebleken en onherroepelijk is toegewezen, aanleiding kosten van die procedure in eerste aanleg te compenseren, in die zin dat iedere partij eigen kosten draagt. Voor procedure in hoger beroep geldt dat oordeel over vordering benadeelde partij in civiele procedure al wel onherroepelijk was op het moment dat benadeelde partij vordering handhaafde. Dat brengt mee dat hof vordering van benadeelde partij niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover civiele rechter al over die vordering had geoordeeld. Dit en de omstandigheid dat het hof heeft afgewezen wat benadeelde partij nog in aanvulling op al door civiele rechter beoordeelde vordering heeft gevorderd, brengt mee dat de Hoge Raad de benadeelde partij zal veroordelen in proceskosten van de verdachte in hoger beroep.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raad van State: Last onder dwangsom is geen bestraffende sanctie

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3942

De appellante in deze zaak heeft betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat de last onder dwangsom een bestraffende sanctie is en geen herstelsanctie. De hoogte van de aan de last verbonden dwangsom is volgens haar bedoeld om leed toe te brengen. De Afdeling is het daar niet mee eens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ongegrondverklaring beklag namens twee niet-verdachte notarissen tegen het – in een strafrechtelijk onderzoek tegen een andere notaris gelegde – beslag op stukken waarin hun namen voorkomen

Hoge Raad 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1290

De Hoge Raad heeft een uitspraak gewezen over het notarieel verschoningsrecht. De Hoge Raad vernietigt de ongegrondverklaring van het beklag namens twee niet-verdachte notarissen tegen het – in een strafrechtelijk onderzoek tegen een andere notaris gelegde – beslag op stukken waarin hun namen voorkomen. De rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen die doorbreking van het verschoningsrecht van deze notarissen rechtvaardigen. Het enkele feit dat op grond van een eerdere beslissing van de rechtbank het verschoningsrecht van de verdachte notaris wel mocht worden doorbroken volstaat daarvoor niet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: geen herziening in zaak veroordeelde zakenman wegens witwassen van 17 miljoen euro

Parket bij de Hoge Raad 24 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:983

De herzieningsaanvraag in de zaak tegen de in 2014 onherroepelijk veroordeelde zakenman (de aanvrager) wegens onder meer het witwassen van 17 miljoen euro afkomstig van (de in mei 2004 doodgeschoten) vastgoedhandelaar Endstra, dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Keulen de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. Reden is dat in de aanvraag onvoldoende wordt uitgelegd waarom de aangevoerde omstandigheden in het licht van de bewijsvoering van het hof tot vrijspraak zouden moeten leiden. Maar ook bij een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag zijn, in het licht van de bewijsvoering van het hof, de gegevens die in de aanvraag naar voren zijn gebracht volgens de AG van onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als een novum.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude: vereisten voor wettelijk oproepen bestuurder rechtspersoon voor geven van inlichtingen

Hoge Raad 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1113

In deze zaak gaat het om faillissementsfraude, waarbij de verdachte als bestuurder van een failliete rechtspersoon werd beschuldigd van het opzettelijk niet verschijnen en weigeren de vereiste inlichtingen te geven aan de curator. Dit vond plaats meerdere keren tijdens het faillissement. Daarnaast werd de verdachte ervan beschuldigd de wettelijke administratie- en bewaarplicht te hebben geschonden, wat de afhandeling van het faillissement heeft bemoeilijkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat is er nodig voor “bewegen tot” om tot oplichting te komen?

Hoge Raad 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1106

In deze zaak werd de verdachte beschuldigd van het oplichten van drie aangeefsters door hen te bewegen tot het afsluiten van telefoonabonnementen en het afgeven van de bijbehorende telefoons. De verdediging stelde dat er geen sprake was van oplichting, omdat de aangeefsters doorzagen dat er iets niet klopte en er onvoldoende sprake was van een "samenweefsel van verdichtsels" zoals vereist voor oplichting volgens artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beeld- of geluidsopnames worden niet als bewijsmiddelen aangemerkt

Hoge Raad 17 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1169

De Hoge Raad wijst er in een recente uitspraak op dat beeld- of geluidsopnames in de wet – de hieronder genoemde uitzondering daargelaten - niet als bewijsmiddelen worden aangemerkt. Zo’n opname kan wel meewerken tot het bewijs via de eigen waarneming van de rechter, die zijn waarneming in de uitspraak moet beschrijven. Als artikel 567 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing is (dat is op grond van het Besluit innovatie strafvordering alleen tijdelijk in bepaalde arrondissementen het geval) kan een opname van beeld en/of geluid wel zelfstandig als bewijsmiddel worden gebruikt. Maar ook dan moet de rechter in zijn uitspraak beschrijven wat hij heeft waargenomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over beslag medisch dossiers patiënte verstervingszaak zorgcentrum Sittard

Hoge Raad 17 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1170

De beslissing van de rechtbank Limburg om het beklag van een (verdachte) arts tegen de inbeslagname van twee medisch dossiers ongegrond te verklaren blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld. Voor zijn oordeel dat in dit geval het belang van de waarheidsvinding boven dat van het verschoningsrecht gaat acht de Hoge Raad - met de rechtbank - van belang dat: (i) op grond van diverse onderzoeksbevindingen een verdenking is gerezen van een zeer ernstig strafbaar feit dat tot dat overlijden heeft geleid en ten aanzien van de arts een redelijk vermoeden van schuld is ontstaan aan het begaan van dat feit en (ii) dat het medisch dossier en het verpleegkundig dossier een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de waarheidsvinding. Daarbij heeft de rechtbank ook betrokken dat (iii) de betreffende gegevens niet op een andere manier kunnen worden verkregen en (iv) de periode waarover de documenten worden gevorderd beperkt is tot de relevante periode.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over de rol van rechtsbijstand bij fiscale boetes: Belastingdienst dient expliciet te wijzen op bijstand bij boeteverhoor

Hoge Raad 6 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1135

De Hoge Raad heeft een belangrijke uitspraak gedaan over de rol van rechtsbijstand bij fiscale boetes. De uitspraak verplicht de Belastingdienst om expliciet te wijzen op bijstand bij een boeteverhoor.

Read More
Print Friendly and PDF ^

GGZ-instelling moet calamiteitenrapport openbaar maken na (zelf)doding patiënten

Hoge Raad 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1107

De strafkamer van de Hoge Raad heeft het cassatieberoep van een GGZ-instelling tegen de afgifte van een calamiteitenrapport in een medische strafzaak afgewezen. Het Openbaar Ministerie had het rapport bij de instelling opgevraagd om het overlijden van twee patiënten, die tevens bewoners waren, te onderzoeken. De ene patiënt, een man, had zijn vrouw – eveneens patiënte – omgebracht en daarna zelfmoord gepleegd. Er waren voorafgaand aan deze gebeurtenissen signalen die erop wezen dat dit zou kunnen gebeuren. Het strafrechtelijk onderzoek is gericht op de vraag of de GGZ-instelling of haar medewerkers hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^