HR herhaalt overwegingen termijn hernieuwd beklag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1583

Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank de klager ten onrechte wegens overschrijding van de termijn van art. 552a, vierde lid, Sv, niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hernieuwde beklag. Het voert daartoe aan dat de Rechtbank heeft miskend dat sprake is van een ‘vervolgde zaak’ in de zin van het derde lid van art. 552a Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de vraag wanneer sprake is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465

Zoals bekend dient de strafrechter de toewijsbaarheid van de vordering van de Benadeelde partij te beoordelen naar materieel burgerlijk recht. Dat betekent dat hij een beslissing op de vordering behoort te nemen met inachtneming van de wetgeving en de rechtspraak van de civiele kamer van de Hoge Raad over het aansprakelijkheidsrecht. Ter verkrijging van de vergoeding waarop het aansprakelijkheidsrecht hem recht geeft, voegt de door een strafbaar feit Benadeelde persoon zich tegenwoordig evenwel veelal als Benadeelde partij in het strafproces. Hierdoor is onder andere de vraag onder welke omstandigheden een slachtoffer van een gepleegd strafbaar feit in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade inmiddels niet meer een kwestie waarover uitsluitend de civiele rechter zich bekreunt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Werkt selectie in cassatie?

Sinds 2012 vindt op basis van artikel 80a RO selectie in cassatie plaats. De vraag is of dit selectie- of verlofstelsel tegemoetkomt aan de wensen van de wetgever. Op basis van de jaarcijfers van de strafkamer van de Hoge Raad luidt het antwoord: (1) ja, de gemiddelde doorlooptijd van cassatieberoepen aanzienlijk is afgenomen; (2) nee, de werkvoorraad en instroom van beroepen in cassatie bepaald niet zijn gedaald; (3) misschien, want of de strafkamer Hoge Raad meer aandacht kan besteden aan ‘zaken die ertoe doen’ kan op basis van de in deze bijdrage gehanteerde methode niet met zekerheid worden gezegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aan vordering van OvJ tot leggen van conservatoir beslag in strafzaken te stellen eisen m.b.t. het vermelden van de aard van het beslag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1591

Het middel klaagt over de juistheid en de begrijpelijkheid van het oordeel van de Rechtbank dat in de vordering tot machtiging van de Officier van Justitie tot het leggen van conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a en 103 Sv, concrete voorwerpen moeten worden genoemd waarop het voorgenomen beslag betrekking heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen over het begrip ‘grieven’ c.q. ‘bezwaren’ tegen het vonnis

Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1555

Het middel keert zich onder meer tegen het oordeel van het Hof dat op de terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2017 door de gemachtigde raadsman geen “mondelinge bezwaren tegen het vonnis” als bedoeld in art. 416, tweede lid, Sv zijn opgegeven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over nauwe en bewuste samenwerking bij valsheid in geschrift gepleegd door rechtspersoon

Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1451

De verdachte stond met zijn medeverdachte en broer medeverdachte 1 aan het hoofd van D. In deze groep bevond zich een waaier aan vennootschappen waarvan de verdachte in een meer of minder direct verband directeur dan wel bestuurder was. Eén van deze vennootschappen was B. B heeft een koopovereenkomst gesloten met een Montenegrijnse vennootschap, A, waarin is bepaald dat A een vakantieresort zal ontwikkelen aan de kust van Montenegro, dat B op turnkey-basis zal kopen. Dit project staat bekend als het ‘… ‘. Het hof heeft geoordeeld dat de koopovereenkomst tezamen en in vereniging valselijk is opgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Omvat “daadwerkelijke deelname” aan het politieverhoor inzage en/of afschrift van het complete strafdossier voorafgaand aan eerste inhoudelijke verhoren en beschikking over ontlastende informatie?

Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:970

De verdediging heeft het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen op verschillende momenten tijdens het proces gedaan. In de kern komt dit verzoek erop neer dat het Hof van Justitie moet worden gevraagd naar de uitleg van “daadwerkelijke deelname” van de verdediging (en de verdachte) aan het politieverhoor. “Daadwerkelijke deelname” omvat volgens de verdediging inzage en/of afschrift van het complete strafdossier voorafgaand aan de eerste inhoudelijke verhoren bij de politie en de beschikking over voor de verdachte ontlastende informatie ten aanzien van de formele beschuldiging door de politie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verjaring vordering benadeelde partij staat niet in de weg aan bij veroordeling stellen van bijzondere voorwaarde van vergoeden van schade door verdachte

Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1474

Het middel houdtin dat nu het hof de vorderingen van de benadeelde partijen wegens verjaring niet-ontvankelijk heeft verklaard, het niet de bijzondere voorwaarde had mogen stellen dat de verdachte de benadeelde partijen hun schade moet vergoeden. Volgens de steller van het middel is de beslissing van het hof rechtens onjuist dan wel is de strafoplegging op dit punt ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Door Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat rechtspersoon verantwoordelijkheid draagt “ervoor te zorgen dat zij conform de geldende wet- en regelgeving handelt” onvoldoende voor opzet

Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1363

Uit de bewijsvoering van het Hof kan niet zonder meer worden afgeleid dat het (voorwaardelijk) opzet van medeverdachte 1 erop was gericht dat de in de bewezenverklaring genoemde begeleidingsbrieven vals waren. De door het Hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat medeverdachte 1 de verantwoordelijkheid draagt “ervoor te zorgen dat zij conform de geldende wet- en regelgeving handelt”, vormt onvoldoende grond voor dat oordeel. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voormalig hoogleraar en medisch specialist definitief: nam jarenlang betalingen aan van farmaceutische industrie zonder daarvan opgave te doen aan de Belastingdienst

Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1544

De verdachte betreft een voormalig hoogleraar en afdelingshoofd oncologie van het academisch ziekenhuis te Rotterdam, thans het Erasmus Medisch Centrum. In de jaren ’80 en ’90 heeft hij in die hoedanigheid betalingen ontvangen van farmaceutische bedrijven met wie hij contracten sloot om nieuwe medicijnen te testen. Deze (door het hof) als inkomsten aangemerkte betalingen heeft de verdachte op Luxemburgse bankrekeningen gestort, maar niet aan de Belastingdienst opgegeven. In de jaren 2003 – 2013 zijn zowel contante als creditcardbetalingen aan deze rekeningen onttrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^