Hoge Raad gaat in op (de mandatering van) de bevoegdheid tot vernietiging van in beslag genomen voorwerpen

Hoge Raad 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:972

Een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv wordt ingevolge het tweede lid van die bepaling door het openbaar ministerie verleend. Dit betekent, gelet op art. 125 RO, dat deze machtiging slechts kan worden verleend door het College van procureurs-generaal en rechterlijke ambtenaren, als bedoeld in art. 1, onderdeel b, onder 6° en 7°, RO. De uitoefening van deze bevoegdheid kan ingevolge art. 126, eerste lid, RO worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar voor zover het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatieberoep ingesteld vóór einduitspraak Hof ontvankelijk?

Hoge Raad 5 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0839

Art. 432 Sv regelt binnen welke termijn "na de einduitspraak" het beroep in cassatie moet worden ingesteld. Met de bewoordingen van deze bepaling is niet verenigbaar dat een vóór de einduitspraak ingesteld beroep in cassatie ontvankelijk zou zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: rechtsmacht t.a.v. “andere strafbare feiten”

Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:909

Het eerste middel bevat de klacht dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn ontnemingsvordering dan wel tot afwijzing van die vordering wegens het ontbreken van rechtsmacht ten onrechte heeft verworpen, althans de verwerping ontoereikend heeft gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR overwegingen ondervragingsrecht getuige

Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:908

Het middel klaagt dat het Hof in de zaak met parketnummer 04/850147-12 de verklaring van de aangeefster slachtoffer ten onrechte tot het bewijs heeft gebezigd, aangezien de verdediging slachtoffer ten gevolge van haar overlijden niet als getuige heeft kunnen horen en haar verklaring cruciaal is voor de bewijsvoering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing herzieningsverzoek

Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:809

Verdachte is veroordeeld wegens feitelijk leiding geven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting (art. 68 jo. 69 AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) door 2 vennootschappen en witwassen van ten onrechte door de Belastingdienst uitgekeerde geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is sprake van het verrichten van taxivervoer indien daadwerkelijke betaling achterwege is gebleven?

Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:782

Het eerste middel klaag in de kern over het oordeel van het hof dat voor de toepasselijkheid van art. 76 lid 1 Wp 2000 niet van belang is of al dan niet daadwerkelijk is betaald voor het vervoer, zo lang het opzet van de vervoerder van tevoren was gericht op het tegen betaling verrichten van personenvervoer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opzetheling registratietag: wist verdachte "ten tijde van" voorhanden krijgen van registratietag dat het een door misdrijf verkregen goed betrof?

Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:723

Het middel klaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde, in het bijzonder over het onderdeel dat de verdachte "ten tijde van" het voorhanden krijgen wist dat de registratietag een door misdrijf verkregen goed betrof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: toepassing geven aan art. 36e Sr (nieuw) als feiten zijn gepleegd vóór wetswijziging?

Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:841

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd toepassing heeft gegeven aan art. 36e Sr zoals deze bepaling luidt sinds de wetswijziging van 1 juli 2011, terwijl de strafbare feiten waaruit het voordeel zou zijn verkregen dateren van voor deze wetswijziging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: uittreksel justitiële documentatie is een schriftelijk bescheid a.b.i. art. 339 Sv

Hoge Raad 21 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:721

In de bestreden uitspraak ligt als oordeel van het Hof besloten dat het uittreksel justitiële documentatie een schriftelijk bescheid als bedoeld in art. 339, eerste lid aanhef en onder 5°, Sv betreft. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR wijst overzichtsarrest vordering benadeelde partij

Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793

Op 28 mei jl. heeft de Hoge Raad haar langverwachte overzichtsarrest over de vordering benadeelde partij gewezen. De Hoge Raad zag aanleiding om aan de hand van zijn eerdere rechtspraak ten behoeve van de rechtspraktijk enige aandachtspunten te bespreken die bij de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij een rol kunnen spelen. Daarvoor bestaat temeer aanleiding nu met ingang van 1 januari 2019 de wet is uitgebreid met de mogelijkheid van verhaal van zogenoemde verplaatste schade binnen het strafproces alsmede met de mogelijkheid van vergoeding van zogenoemde affectieschade.

Read More
Print Friendly and PDF ^