HR herhaalt: betrouwbaarheid bekennende verklaring van verdachte & UOS

Hoge Raad 21 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:780

Het middel klaagt dat het Hof is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de voor het bewijs gebezigde bekennende verklaringen van de verdachte, zonder daarvoor een toereikende motivering te geven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Winsten uit pokerspellen: voorwerpen afkomstig uit misdrijf of overtreding?

Hoge Raad 21 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:774

Het eerste middel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de geldbedragen die de verdachte heeft gewonnen met illegale pokerspellen afkomstig zijn uit enig misdrijf onjuist, althans onbegrijpelijk is, omdat uit de bewijsvoering van het hof niet kan worden afgeleid dat de overtreding van art. 1, eerste lid, onder a, Wet op de kansspelen opzettelijk is geschied en evenmin dat de pokerspellen bedrijfsmatig werden aangeboden in voor het publiek opengestelde gelegenheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gedragsaanwijzing i.c.m. vervolging niet in strijd met ne bis in idem

Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:711

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de toepassing van een gedragsaanwijzing moet worden opgevat als een afzonderlijk onderdeel van één en dezelfde vervolging die kan leiden tot een veroordeling tot straf, hetgeen met zich brengt dat, anders dan in Alcoholslotprogramma-arrest, zich niet de uitzonderlijke situatie voordoet waarin twee procedures over een identieke verweten gedraging hun directe oorsprong vinden in hetzelfde feit met sterk gelijkende gevolgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag & (on)mogelijkheid beklag over (uitvoering van) door OM aanvaarde zekerheidstelling

Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:612

Het middel keert zich louter tegen de partiële niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van het verzoek tot opheffing van een door klager op grond van art. 118a Sv tot zekerheidsstelling verstrekte bankgarantie van € 143.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Diefstal: HR herhaalt vereiste dat dader zich de feitelijke heerschappij over goed heeft verschaft dan wel dit aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken

Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:676

Voor een veroordeling ter zake van diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich de feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken. (Vgl. HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2627.)

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt beoordelingskader aanhoudingsverzoeken met het oog op verwezenlijking aanwezigheidsrecht

Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:669

In de regel mag van de verdachte of diens raadsman worden gevergd dat hij ter staving van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting wegens zijn verhindering of de verhindering van zijn raadsman bij de behandeling aanwezig te zijn, (alsnog) de gegevens verstrekt die de rechter met het oog op de te nemen beslissing noodzakelijk acht. Indien de rechter de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheden niet zonder meer aannemelijk acht, kan hij gevolgen verbinden aan de omstandigheid dat het verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd en/of aan zijn verlangen tot aanvulling niet (genoegzaam) is voldaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen t.a.v. het bewijs van de afkomst uit misdrijf van voorwerpen

Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:668

Het middel klaagt over de bewezenverklaring van gewoontewitwassen. Het voert daartoe onder meer aan dat het Hof ten onrechte uit de enkele uitkomst van een kasopstelling heeft afgeleid dat de in de bewezenverklaring bedoelde voorwerpen van misdrijf afkomstig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting & de aan het “bewegen” van het slachtoffer te stellen eisen

Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:652

Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring van de onder 4 tenlastegelegde oplichting, in het bijzonder tegen het oordeel van het Hof dat slachtoffer 1 door de gedragingen van de verdachte is bewogen tot de afgifte van een geldbedrag. Het betoogt mede naar aanleiding van wat in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd dat slachtoffer 1 te goedgelovig is geweest en dat "dwaasheid niet wordt beschermd" door art. 326 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opgelegde geldboete voor witwassen, waarvan hoogte is bepaald door omvang w.v.v. van verdachte, toereikend gemotiveerd?

Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:594

Het Hof heeft overwogen dat "verdachte heeft gehandeld uit financiële motieven" en dat - gelet op omstandigheid dat "niet is aangekondigd dat tegen verdachte een ontnemingsvordering aanhangig wordt gemaakt" - het afzien van het opleggen van zo'n geldboete "onvoldoende afschrikwekkend [is] om recidive te voorkomen". Daarin besloten liggend oordeel dat hoogte van op te leggen boete mede kan worden bepaald door omvang van uit die feiten verkregen voordeel, zodat die boete mede dient tot 'afroming' van door deze feiten verkregen voordeel, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leiding geven aan door rechtspersoon onttrekken aan beslag door als bestuurder van B.V. machinepark en inventaris te verkopen aan derde (art. 198)

Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:593

Voor vraag of sprake is van onttrekken in de zin van art. 198 Sr, is niet relevant of beslaglegger door aan verdachte verweten gedraging benadeeld - of bevoordeeld - is, aangezien art. 198 Sr niet beoogt belangen van beslaglegger te beschermen doch strekt tot eerbiediging van daad van openbaar gezag (vgl. ECLI:NL:HR:1995:ZD0176).

Read More
Print Friendly and PDF ^