Combinatie van straffen wettelijk toegestaan?

Hoge Raad 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2295

De steller van het middel voert in de toelichting daarop – kort gezegd – aan dat het opleggen van een taakstraf naast een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op grond van artikel 9, vierde lid, Sr alleen mogelijk is wanneer het onvoorwaardelijke gedeelte van een op te leggen gevangenisstraf maximaal 6 maanden bedraagt. De door het hof opgelegde combinatie van straffen is met die bepaling in strijd, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klachtdelict: Mag de politie eigener beweging vermoedelijke slachtoffers van een klachtmisdrijf benaderen zonder dat zij eerst klacht hadden ingediend?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afzonderlijke bestanden op harde schijf aan te merken als afzonderlijke voorwerpen a.b.i. art. 36b Sr?

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2244

Het middel berust op de opvatting dat de afzonderlijke bestanden/gegevens op een gegevensdrager evenzovele voorwerpen zijn waarop het beslag rust en zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in art. 36b Sr. Die opvatting vindt geen steun in het recht, zodat het middel in zoverre faalt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. strafrechtelijke aansprakelijkheid van feitelijke leidinggever en opzet van leidinggever

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2247

De klacht is ten aanzien van alle onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten (vrijwel) identiek en komt erop neer dat de telkens in de motivering van het hof terugkomende overwegingen dat verdachte er “rekening mee [had] moeten houden” en dat verdachte “redelijkerwijs had kunnen weten” (feit 1 en 4) onvoldoende is voor het bewijs van het voor feitelijk leidinggeven vereiste opzet, en dat het hof aldus een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Subsidiair, voor zover in de overwegingen van het hof wel de juiste maatstaf kan worden ingelezen, zouden de bewijsmiddelen te weinig inhouden voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging(en) zich zou(den) voordoen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesreglement digitaal procederen bij de Hoge Raad in strafzaken

Omdat het vanaf 17 december 2018 mogelijk is om in reguliere strafzaken en ontnemingszaken digitaal te procederen bij de Hoge Raad, is het aangepaste procesreglement gepubliceerd. Op 26 januari 2017 heeft de gerechtsvergadering van de Hoge Raad het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden vastgesteld. Het procesreglement is gepubliceerd in de Staatscourant op 31 januari 2017 en in werking getreden op 1 maart 2017.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige telecomfraude met servicenummer blijven in stand. HR over geldbedragen in de tenlastelegging.

Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2226

Het middel klaagt onder meer dat het Hof in de zaak met het parketnummer 13-520034-06 bij de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. Daartoe wordt aangevoerd dat de bewezenverklaring betrekking heeft op andere geldbedragen dan die in de tenlastelegging zijn vermeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cautie bij aanvang terechtzitting

Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193

Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is nu de voorzitter van het Hof ten onrechte op de terechtzitting van 21 december 2016 heeft verzuimd aan de verdachte mede te delen dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag: Boot onder A in beslaggenomen. B stelt eigenaresse te zijn, nu de boot door B onder eigendomsvoorbehoud is geleverd aan A en A niet binnen de gestelde termijn aan B heeft betaald.

Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2190

In beide middelen wordt geklaagd over de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag. Het eerste middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is geweest van een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Het tweede middel komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de boot zal bevelen, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat de boot toebehoort aan betrokkene 1 in de zin van art. 33a Sr en dat betrokkene 1 in juli 2015 eigenaar is geworden van de boot omdat er geen sprake is van huurkoop, maar van een koop op afbetaling zonder rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervragingsrecht: Levert gebruik voor bewijs van PV van verbalisant, die in hoger beroep vier jaar later als getuige is gehoord, strijd met art. 6 EVRM op?

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2049

Het middel klaagt dat art. 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, EVRM is geschonden doordat het hof een proces-verbaal van een verbalisant tot het bewijs heeft gebezigd, althans dat ’s hofs oordeel dat het gebruik van dit proces-verbaal geen schending van art. 6, derde lid, EVRM oplevert niet zonder meer begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade benadeelde partij na verduistering

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016

Het middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden ten laste van de verdachte de vordering van de benadeelde partij ter vergoeding van geleden schade ten bedrage van € 77.500,00 hoofdelijk heeft toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^