Klachtdelict: Mag de politie eigener beweging vermoedelijke slachtoffers van een klachtmisdrijf benaderen zonder dat zij eerst klacht hadden ingediend?
/Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242
Read MoreHoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242
Read MoreHoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2244
Het middel berust op de opvatting dat de afzonderlijke bestanden/gegevens op een gegevensdrager evenzovele voorwerpen zijn waarop het beslag rust en zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in art. 36b Sr. Die opvatting vindt geen steun in het recht, zodat het middel in zoverre faalt.
Read MoreHoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2247
De klacht is ten aanzien van alle onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten (vrijwel) identiek en komt erop neer dat de telkens in de motivering van het hof terugkomende overwegingen dat verdachte er “rekening mee [had] moeten houden” en dat verdachte “redelijkerwijs had kunnen weten” (feit 1 en 4) onvoldoende is voor het bewijs van het voor feitelijk leidinggeven vereiste opzet, en dat het hof aldus een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. Subsidiair, voor zover in de overwegingen van het hof wel de juiste maatstaf kan worden ingelezen, zouden de bewijsmiddelen te weinig inhouden voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging(en) zich zou(den) voordoen.
Read MoreOmdat het vanaf 17 december 2018 mogelijk is om in reguliere strafzaken en ontnemingszaken digitaal te procederen bij de Hoge Raad, is het aangepaste procesreglement gepubliceerd. Op 26 januari 2017 heeft de gerechtsvergadering van de Hoge Raad het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden vastgesteld. Het procesreglement is gepubliceerd in de Staatscourant op 31 januari 2017 en in werking getreden op 1 maart 2017.
Read MoreHoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2226
Het middel klaagt onder meer dat het Hof in de zaak met het parketnummer 13-520034-06 bij de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. Daartoe wordt aangevoerd dat de bewezenverklaring betrekking heeft op andere geldbedragen dan die in de tenlastelegging zijn vermeld.
Read MoreHoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193
Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is nu de voorzitter van het Hof ten onrechte op de terechtzitting van 21 december 2016 heeft verzuimd aan de verdachte mede te delen dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
Read MoreHoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2190
In beide middelen wordt geklaagd over de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag. Het eerste middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is geweest van een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Het tweede middel komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de boot zal bevelen, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat de boot toebehoort aan betrokkene 1 in de zin van art. 33a Sr en dat betrokkene 1 in juli 2015 eigenaar is geworden van de boot omdat er geen sprake is van huurkoop, maar van een koop op afbetaling zonder rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
Read MoreHoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2049
Het middel klaagt dat art. 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, EVRM is geschonden doordat het hof een proces-verbaal van een verbalisant tot het bewijs heeft gebezigd, althans dat ’s hofs oordeel dat het gebruik van dit proces-verbaal geen schending van art. 6, derde lid, EVRM oplevert niet zonder meer begrijpelijk is.
Read MoreHoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016
Het middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden ten laste van de verdachte de vordering van de benadeelde partij ter vergoeding van geleden schade ten bedrage van € 77.500,00 hoofdelijk heeft toegewezen.
Read MoreHoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2048
De opgave van het kantooradres van de raadsman "voor toezending van de akte en de appeldagvaarding" in het genoemde faxbericht geldt als de opgave van een adres voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding als bedoeld in art. 450, derde lid, Sv. In deze zaak heeft zich echter niet de in die wetsbepaling voorziene situatie voorgedaan dat aanstonds na het instellen van het hoger beroep een oproeping aan de verdachte om tegen een bepaalde datum ter terechtzitting te verschijnen is uitgereikt aan een medewerker ter griffie.
Read More