Witwassen, aankopen met geleend geld en terugbetaling uit al dan niet crimineel vermogen

Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:793

Het achtste middel bevat een klacht over een bewijsoordeel van het hof. Het betreffende oordeel houdt in dat een drietal onder de verdachte c.q. de partner van de verdachte in beslag genomen horloges van het merk Guess is gefinancierd met van misdrijf afkomstig geld. Volgens de steller van het middel is dit oordeel onbegrijpelijk, met name omdat het hof tevens (op onbegrijpelijke wijze) heeft geoordeeld dat niet relevant is of de genoemde horloges door de verdachte en zijn partner – zoals door de verdediging is gesteld – zijn betaald met van medeverdachte 1 geleend geld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen door geldbedrag om te zetten & Berekening totaalbedrag m.b.v. eenvoudige kasopstelling waarbij zowel uitgaven van verdachte als van diens echtgenote zijn betrokken

Hoge Raad 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:743

Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Met name kan daaruit niet worden afgeleid dat de verdachte een bedrag van € 162.990,70 heeft omgezet. In de toelichting betogen de stellers van het middel dat de gebezigde bewijsmiddelen uitgaan van berekeningen en vaststellingen die zowel op de verdachte als zijn echtgenote betrokkene 5 betrekking hebben. Het hof heeft ten onrechte uitgaven die zijn gedaan door de echtgenote van de verdachte toegeschreven aan de verdachte, aldus de stellers van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens onder meer vernieling door ernstig bijtincident met drie honden definitief. Hoge Raad maakt algemene opmerkingen over voorwaardelijk opzet.

Hoge Raad 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals hier de beschadiging van een hond - is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans' afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof heeft algemeen directeur en bestuurder van benadeelde rechtspersoon i.p.v. rechtspersoon zelf aangemerkt als b.p.

Hoge Raad 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:742

Het middel klaagt dat de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij aan betrokkene 1 onbegrijpelijk is. In de toelichting op het middel wordt geklaagd dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom betrokkene 1 als benadeelde partij is aangemerkt nu hij – zoals de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft aangevoerd – geen (mede-)eigenaar is van het kerkgebouw waarvan ramen zijn vernield.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over het betrekken van geldbedragen die het voorwerp zijn van witwassen in een eenvoudige kasopstelling in het kader van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:459

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanvang redelijke termijn in WOTS zaken

Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:716

Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn pas is aangevangen met de betekening van de vordering van de Officier van Justitie als bedoeld in art. 18, eerste lid, Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van de door de Duitse rechter aan de veroordeelde opgelegde vrijheidsbenemende sanctie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Fiscale fraude & Klachten m.b.t. de bewezenverklaring medeplegen, opzet rechtspersoon en feitelijk leidinggever, schending nemo tenetur en strafmotivering

Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toe te passen maatstaf ingeval o.g.v. art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure a.b.i. art. 552a Sv om teruggave verzoekt

Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:613

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter in een geval als het onderhavige, waarin op de voet van art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure op de voet van art. 552a Sv om teruggave verzoekt, als maatstaf moet aanleggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk moet geven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante m.b.t. afbakening medeplegen en medeplichtigheid & Conclusie AG met overzicht jurisprudentie

Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:662

Het middel klaagt dat het hof ten onrechte en/of onbegrijpelijk gemotiveerd medeplegen bewezen heeft verklaard. Uit de gebezigde bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging zou niet (zonder meer) kunnen blijken dat de rol van de verdachte van voldoende gewicht is geweest en dat sprake is geweest van een samenwerking welke zag op het medeplegen van een gekwalificeerde diefstal.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing getuigenverzoek: HR herhaalt overwegingen beoordeling onderbouwing getuigenverzoeken, (omvang) motiveringsverplichting bij afwijzing en toetsing in cassatie

Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:609

Of een verzoek tot het horen van getuigen naar behoren is onderbouwd alsook of het dient te worden toegewezen, zal de rechter in het licht van alle omstandigheden van het geval - en met inachtneming van het toepasselijke criterium - moeten beoordelen. De rechter dient, indien hij een verzoek afwijst, de feitelijke en/of juridische gronden waarop die afwijzing berust, in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel de uitspraak op te nemen. Die rechterlijke motiveringsplicht steunt mede op art. 6 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF ^