EVOA: Beroep op niet-ontvankelijkheid OM wegens strijd met ne bis in idem-beginsel door vervolging in Nederland na schriftelijke waarschuwing in Schotland

Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2796

Het middel, dat opkomt tegen de verwerping door het Hof van het verweer, bevat onder meer de klacht dat het Hof het bepaalde in art. 68, derde lid, Sr, art. 54 SUO en art. 50 Handvest heeft miskend door de brief van de "Scottish Environment Protection Agency" (SEPA) van 1 december 2011 aan de verdachte, inhoudende een "final warning", niet aan te merken als - kort gezegd - een beslissing die op grond van genoemde bepalingen in de weg staat aan vervolging in Nederland ter zake van hetzelfde feit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Opportuniteitsbeginsel & uitzonderlijke gevallen waarin plaats is voor niet-ontvankelijkheid OM omdat instellen / voortzetten vervolging onverenigbaar is met goede procesorde

Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795

In art. 167, eerste lid, Sv is aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Samenstel van medeplichtigheidsgedragingen = Medeplegen

Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2799

Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen ontoereikend is gemotiveerd. Het middel klaagt in het bijzonder dat de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden “niet anders te duiden zijn dan het verschaffen van inlichtingen, middelen respectievelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf”, dat wil zeggen gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voldoende duidelijke feitelijke betekenis van de woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”?

Hoge Raad 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253

De telastelegging voldoet aan de vereisten van art. 261 Sv. Met name de daarin voorkomende woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" hebben voldoende duidelijke feitelijke betekenis, te weten het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid OM nu toezegging dat verdachte de vergoeding van de schade aan de b.p. in termijnen mocht betalen achteraf onjuist bleek?

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2642

Het middel klaagt dat het Hof het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte aan de desbetreffende kennisgeving het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij niet zou worden vervolgd, nu betaling in termijnen niet mogelijk bleek.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miskenning terugwijzingspdracht HR?

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2643

Het middel klaagt dat het Hof de door de Hoge Raad gegeven terugwijzingsopdracht heeft miskend. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter naar wie de Hoge Raad na (partiële) vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen of teruggewezen, gebonden is aan de door de Hoge Raad gegeven beslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beletten handeling door ambtenaar belast met toezicht. HR over uitleg begrip beletten a.b.i. art. 184 Sr.

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2634

Het middel klaagt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip 'beletten' als bedoeld in art. 184 Sr, althans dat de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: besturen personenauto door ander ten tijde van overtreding staat niet in de weg aan veroordeling terzake van art. 181 WVW

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2632

Het middel klaagt dat de in hoger beroep gegeven vrijspraak berust op een onjuiste rechtsopvatting over het bepaalde in artikel 181, derde lid, Wegenverkeerswet 1994, althans dat deze vrijspraak onbegrijpelijk is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Causaal verband & opleggen schadevergoedingsmaatregel

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2637

In de bestreden uitspraak ligt als oordeel van het Hof besloten dat de schade met betrekking tot de iPad en Acer tablet als rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft niet blijk van miskenning van hetgeen is vooropgesteld en het is evenmin onbegrijpelijk. Dat deze voorwerpen niet in de bewezenverklaring zijn vermeld, maakt dat niet anders. Daarbij neemt de Hoge Raad mede in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat bij de bewezenverklaarde inbraak "onder meer" horloges en andere sieraden zijn weggenomen, alsmede de omstandigheid dat door of namens de verdachte de gevorderde schadevergoeding niet is betwist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming & Aanwezigheidsrecht: HR herhaalt relevante overwegingen.

Hoge Raad 10 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2578

Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde de in Duitsland gedetineerde betrokkene gebruik te laten maken van zijn aanwezigheidsrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^