Beslag ex art. 94a Sv op geldbedrag onder zoon van klaagster t.b.v. ontnemingszaak tegen zoon
/Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2498
Read MoreHoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2498
Read MoreHoge Raad 10 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2573
Read MoreHoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2497
De Hoge Raad begrijpt het middel aldus dat het klaagt over de afwijzing door het Hof van het door de verdediging gedane voorwaardelijk verzoek tot het horen van verbalisant 1 als getuige.
Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2494
Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat de verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Anders dan het Hof heeft geoordeeld, is de omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende brief en als gewone brief is verzonden naar het juiste adres van de verdachte en alleen de aangetekende brief retour is gekomen, daartoe niet voldoende.
Read MoreHoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2462
Het oordeel van het Hof dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, berust op de grond dat "de verdachte zelf ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dit recht getuige de afstandsverklaring die in het procesdossier is gevoegd."
Read MoreHoge Raad 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2542
Blijkens de bewijsvoering heeft de verdachte namens betrokkene 1 een bezwaarschrift ingediend waarin voor de motivering wordt verwezen naar het daarbij gevoegde aangiftebiljet waarvan de inhoud is opgenomen in bewijsmiddel 13. Daarin ligt als vaststelling van het Hof besloten dat dit aangiftebiljet de gronden tot uitdrukking brengt waarop het bezwaar steunt en daarmee als onderdeel van het bezwaarschrift heeft te gelden.
Read MoreHoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2486
De steller van het middel betoogt in de eerste plaats (a) dat uit de bewijsvoering van het hof niet kan volgen dat de verdachte ‘wetenschap’ had van het feit dat het geld van misdrijf afkomstig was en (b) dat uit de bewijsvoering evenmin kan blijken dat het geld ‘uit enig misdrijf afkomstig is’ en/of dat het hof het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dienaangaande op onbegrijpelijke gronden heeft verworpen, althans heeft verzuimd (genoegzaam) de redenen op te geven waarom het hof daarvan is afgeweken.
Read MoreHoge Raad 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2536
De dader van het in art. 282a Sr omschreven feit is slechts strafbaar indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen. Wanneer de wederrechtelijke vrijheidsberoving strekt tot het dwingen van de gijzelaar zelf en niet van een derde om iets te doen of niet te doen, is geen sprake van gijzeling zoals bedoeld in art. 282a Sr.
Read MoreHoge Raad 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2533
Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte het grievenformulier persoonlijk aan de centrale balie van de Rechtbank heeft afgegeven. Mede gelet op de inhoud van het grievenformulier, die bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een uiting van verdachtes wens om tegen het in deze zaak gewezen vonnis hoger beroep in te stellen, is niet begrijpelijk het kennelijke oordeel van het Hof dat de verdachte daarmee toen niet op rechtsgeldige wijze hoger beroep heeft ingesteld of doen instellen.
Read MoreHoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2479
Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte geldopnames waarvoor verdachte is vrijgesproken en betalingen waarvoor verdachte niet is veroordeeld in aanmerking heeft genomen bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr.
Read More