Schadevergoedingsmaatregel & Schade die door het strafbare feit is toegebracht

Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2479

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 1 oktober 2015 de verdachte wegens veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren wegens diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd (feit 2). Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.
 

Middel

Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte geldopnames waarvoor verdachte is vrijgesproken en betalingen waarvoor verdachte niet is veroordeeld in aanmerking heeft genomen bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr.
 

Beoordeling Hoge Raad

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 33 tot en met 38 moet worden aangenomen dat het Hof kennelijk bij vergissing bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel mede bedragen in aanmerking heeft genomen die geen betrekking hebben op de bewezenverklaarde feiten. De Hoge Raad zal, met herstel van deze misslag, de bestreden uitspraak verbeteren als hierna te melden.
 

Conclusie AG

33. Ingevolge art. 36f, tweede lid, Sr kan het hof een schadevergoedingsmaatregel opleggen indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Aangezien alleen schade die “door het strafbare feit is toegebracht” in aanmerking komt, kan het hof slechts een schadevergoedingsmaatregel opleggen ter zake van een feit dat in de bewezenverklaring is opgenomen. Ook ten aanzien van art. 36f Sr geldt dat alleen schade die het rechtstreekse gevolg is van het strafbare feit in aanmerking komt voor vergoeding.15

34. Bij wet van 23 december 1992 tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven en andere wetten met voorzieningen ten behoeve van slachtoffers van strafbare feiten (Wet Terwee) (Stb. 1992, 29) is art. 36f Sr ingevoegd. De memorie van toelichting16 bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot deze wet houdt ten aanzien van het karakter van de schadevergoedingsmaatregel het volgende in:

"De voegingsprocedure is een procedure waarlangs de benadeelde partij binnen het strafproces over een zuiver civielrechtelijk geschil een beslissing van de rechter kan afdwingen. Deze procedure berust (...) op zuiver proces-economische overwegingen. De schadevergoedingsmaatregel daarentegen is een sanctie. De rechter kan deze sanctie, binnen de grenzen die het materiële strafrecht stelt, naar eigen goeddunken toepassen.

(...)

Het wetsvoorstel stelt in artikel 36f, tweede lid, als voorwaarde voor de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel dat de verdachte jegens het slachtoffer naar de criteria van het burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade. (...)

Het vereiste dat de schadevergoedingsmaatregel alleen mag worden opgelegd als de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade, betekent dat zowel de aard als de omvang van de maximaal te vergoeden schade volgens de criteria van het burgerlijk recht moet worden vastgesteld."

35. In zijn hiervoor onder 34 weergegeven overwegingen heeft het hof geoordeeld dat de verdachte jegens [betrokkene 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor schade tot een bedrag van € 7.277,90, die door het onder 2 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

36. Het hof heeft voor een bedrag van € 250,- een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ter zake van immateriële schade die [betrokkene 1] ten gevolge van de onder 2 bewezen verklaarde gekwalificeerde diefstal heeft geleden. Daarnaast heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd tot een bedrag van € 7.277,90 ter zake van materiële schade die [betrokkene 1] ten gevolge van dit feit heeft geleden. Uit de bewezenverklaring en de hiervoor onder 33 weergegeven bewijsvoering blijkt dat [betrokkene 1] ten gevolge van de onder 2 bewezen verklaarde handelingen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van (afgerond) € 6.280,-. Het hof heeft ter motivering van de hoogte van het bewezen verklaarde geldbedrag overwogen dat het dit bedrag op een lager geldbedrag heeft vastgesteld dan het door [betrokkene 1] als benadeelde partij onder de post “opnames bij Rabobank” gevorderde geldbedrag van € 7.277,90, aangezien het de creditcardopnames in Scheveningen (€ 800,-), de in rekening gebrachte kosten (€ 54) en de “Paypal betalingen” (€ 143) niet heeft meegenomen. Deze geldbedragen vallen niet onder de bewezen verklaarde wederrechtelijke pintransacties van de verdachte met de creditcard van [betrokkene 1] in Veghel.

37. Gelet op het voorafgaande en in het licht van hetgeen hiervoor onder 33 is vooropgesteld, had het hof op de voet van art. 36f, tweede lid, Sr de door de benadeelde partij gevorderde geldbedragen die niet in de bewezenverklaring zijn opgenomen niet mogen betrekken bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het oordeel van het hof dat de verdachte jegens [betrokkene 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door feit 2 toegebrachte schade tot een bedrag van € 7.277,90, is onjuist. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

38. Naar mijn mening kan de Hoge Raad de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. Uit het voorgaande volgt dat en voor welk bedrag [betrokkene 1] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het onder 2 bewezen verklaarde feit, te weten het in de bewezenverklaring genoemde bedrag van € 6.280,-. De Hoge Raad kan dit verzuim herstellen door het bedrag waarvoor de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd en de bijbehorende vervangende hechtenis te verminderen tot een bedrag van € 6.530,-, bestaande uit € 6.280,- materiële schade en € 250,- immateriële schade, subsidiair 67 dagen hechtenis.

39. Het middel slaagt.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly and PDF