Openbaarheid onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
/Hoge Raad 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1322
Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is omdat het niet in het openbaar is geschied.
Read MoreHoge Raad 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1322
Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is omdat het niet in het openbaar is geschied.
Read MoreHoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1980
Het eerste middel bevat de klacht dat het hof niet althans “niet met redenen omkleed” het verweer heeft verworpen “dat het OM op straffe van niet-ontvankelijkheid gehouden was te motiveren waarom de procedure voor het nemen van de vervolgingsbeslissing voor het fiscaal delict niet is gevolgd zoals neergelegd in de ATV-richtlijnen."
Read MoreHoge Raad 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1323
Het gaat in de onderhavige zaak om stukken en gegevensdragers die in beslag zijn genomen tijdens een doorzoeking ter inbeslagneming die op 11 april 2016 ten kantore van de Klagers (notaris en kandidaat-notaris) heeft plaatsgevonden. Deze doorzoeking werd verricht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een verdenking van de Klagers ter zake van overtreding van art. 16 van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme (de Wwft) en een verdenking van drie andere personen, te weten Betrokkene 1, Betrokkene 2 en Betrokkene 3 (niet-verschoningsgerechtigden), ter zake van witwassen.
Read MoreHoge Raad 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1291
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het geschatte, door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 45.930,49 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 11.700,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Read MoreHoge Raad 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1306
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij arrest van 11 oktober 2016 - waarin werd geoordeeld over het door de Betrokkene ingestelde hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter van 17 oktober 2014 - onder meer het door de Betrokkene ingestelde beroep tegen een hem in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de WAHV) opgelegde beschikking ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
Read MoreHoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1230
Medeverdachte staat geregistreerd als enig aandeelhouder en tevens bestuurder van A B.V. (de Verdachte in deze zaak), een Rechtspersoon die handelt in autosloopmateriaal en auto’s. In de administratie van deze onderneming zijn facturen aangetroffen, waarvan het hof heeft vastgesteld dat zij vals zijn; goederen zijn in werkelijkheid niet geleverd en/of zijn de facturen voorzien van handtekeningen van personen die verklaard hebben die handtekeningen nooit te hebben gezet etc.
Read MoreHoge Raad 10 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1285
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Read MoreHoge Raad 10 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1282
Het tweede middel klaagt over de strafmotivering. Het hof heeft daarbij ten onrechte acht geslagen op onherroepelijke veroordelingen van de verdachte die hem er niet van zouden hebben weerhouden de bewezenverklaarde feiten te begaan, terwijl die overweging volgens de steller van het middel niet kan volgen uit het uittreksel justitiële documentatie.
Read MoreHoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1220
De verdediging heeft bij appelschriftuur verzocht de verbalisanten 1 en 2 als getuige te horen. Het Hof heeft dit verzoek afgewezen nu "de verdediging door het niet nader kunnen ondervragen van beide verbalisanten, gelet op hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd enerzijds, en de inhoud van het dossier en het hiervoor overwogene anderzijds, redelijkerwijs niet is geschaad in haar belang."
Read MoreHoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1279
Bij zijn oordeel over de vraag of de werkgever alle maatregelen heeft getroffen in de zin van art. 5, eerste lid, Besluit, heeft het Hof vooropgesteld dat de vraag moet worden beantwoord "of dit specifieke incident had kunnen uitgroeien tot een zwaar ongeval". In de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van het Besluit zijn echter aanknopingspunten te vinden voor een dergelijke uitleg van voormelde bepaling, die neerkomt op het stellen van een in het Besluit niet voorziene bijkomende voorwaarde van strafbaarheid.
Read More