Profijtontneming & Laatste woord

Hoge Raad 10 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1285

In zijn arrest van 29 juni 2015 heeft het Gerechtshof Den Haag het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 24.068,95 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.

Middel

Het middel klaagt onder meer dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juni 2015 niet blijkt dat aan de betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken.

Beoordeling Hoge Raad

Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.

Het middel slaagt in zoverre.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF