HR stelt prejudiciële vragen aan HvJ-EU over de in art. 8 Verordening 273/2004 voorkomende begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1841

Deze zaak betreft een OM-cassatie na vrijspraak wegens het niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van het vervoeren/ontvangen/opslaan/voorhanden hebben van grote hoeveelheden drugsprecursoren (stoffen die vaak voor illegale vervaardiging van verdovende middelen worden gebruikt). Dit is strafbaar gesteld in art. 2.a Wet voorkoming misbruik chemicaliën. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de in art. 8 Verordening 273/2004 voorkomende begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’. De Hoge Raad wijdt in dat verband beschouwingen aan (de totstandkomingsgeschiedenis van) Verordening 273/2004, de afbakening tussen deze Verordening en Kaderbesluit 2004/757, dat voorschriften bevat over het bestraffen van verschillende gedragingen m.b.t. illegale handel in drugs en precursoren en de gevolgen van een beperkte of ruime interpretatie van de begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’ voor (de toepasselijkheid van) het nemo tenetur-beginsel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU over begrip fraude

HvJ-EU 14 oktober 2021, C-360/20 (Ministerul Lucrărilor Publice, Dezvoltării şi Administraţiei – Roemenië)

Het begrip „fraude waardoor de financiële belangen van de [Europese Unie] worden geschaad” ziet mede op het gebruik van valse of onjuiste verklaringen die na de uitvoering van het gefinancierde project worden verstrekt om de illusie te wekken dat de gedurende de bestendigingsperiode geldende verplichtingen zijn nagekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU verduidelijkt verwijzingsplicht laatste instanties

HvJ-EU 6 oktober 2021, C-561/19 (Consorzio Italian Management en Catania MultiserviziSpA/Rete Ferroviaria Italiana SpA)

Het Hof van Justitie heeft een arrest gewezen, waarin de jurisprudentie in Cilifit wordt verduidelijkt onder welke voorwaarden nationale rechters in laatste aanleg mogen afzien van een prejudiciële verwijzing. De zaak had betrekking op een situatie waarin al een verzoek om een ​​prejudiciële beslissing was ingediend, maar partijen de verwijzende rechter in een vergevorderd stadium van de procedure verzochten om andere prejudiciële vragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU: overgeleverde persoon heeft het recht om gehoord te worden bij verzoek om toestemming tot verdere overlevering of tot vervolging voor andere strafbare feiten

HvJ-EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, HM en TZ tegen Openbaar Ministerie

Een persoon die ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel is overgeleverd aan een andere lidstaat, heeft het recht om gehoord te worden wanneer de rechterlijke autoriteit van die andere lidstaat een verzoek om toestemming tot verdere overlevering of tot vervolging voor andere strafbare feiten doet. Die persoon mag gehoord worden in de lidstaat die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van de rechtbank Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU: een derde heeft bij inbeslagname van zijn goederen het recht om deel te nemen aan de inbeslagnameprocedure

HvJ-EU 21 oktober 2021, C-845/19 en C-863/19, DR en TS.

Het EU-recht verzet zich tegen een nationale regeling op grond waarvan goederen die beweerdelijk toebehoren aan een andere persoon dan de pleger van het strafbare feit, in beslag worden genomen zonder dat deze persoon het recht heeft om als partij aan de procedure tot inbeslagname deel te kunnen nemen. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen een Bulgaarse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU: Verbod op contante betalingen bij bestrijding fraude niet in strijd met EU-recht

HvJ-EU 6 oktober 2021, C-544/19 (ECOTEX BULGARIA)

Artikel 63 VWEU, gelezen in samenhang met artikel 49, lid 3, van het Handvest, verzet zich niet tegen een regeling van een lidstaat die, met het oog op de bestrijding van belastingfraude en - ontwijking, natuurlijke en rechtspersonen verbiedt om op het nationale grondgebied een betaling in contanten te verrichten wanneer het bedrag ervan gelijk is aan of hoger is dan een vastgestelde drempel, en hen verplicht een dergelijk bedrag over te schrijven of te storten op een betaalrekening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU: Unierecht sluit strafbaarstelling van self-laundering niet uit

HvJ EU 2 september 2021, ECLI:EU:C:2021:661 (LG en MH)

Artikel 1, lid 2, onder a), van richtlijn 2005/60/EG verzet zich niet tegen een nationale regeling op grond waarvan het in deze bepaling bedoelde witwasdelict kan worden gepleegd door de dader van de criminele activiteit waaruit het betrokken geld is verworven (onderliggende delict of basisdelict).

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG HvJ EU: gerechten kunnen processtukken met persoonsgegevens aan journalist verstrekken conform de AVG

Conclusie AG Bobek 6 oktober 2021, C-245/20 (Autoriteit Persoonsgegevens NL)

Wanneer gerechten processtukken waarin persoonsgegevens staan aan een journalist verstrekken zodat die beter verslag kan doen van een openbare zitting, dan handelen die gerechten conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming in de uitoefening van hun rechterlijke taken. De AVG vereist niet dat gerechten bij verwerking van persoonsgegevens in de uitoefening van hun rechtelijke taken bepalen of de onafhankelijke rechterlijke oordeelsvorming in een zaak wordt geraakt. Ook is vaststelling van de aard en het doel van een bepaalde verwerking niet nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

There and Back Again: Towards a Coherent Ne Bis In Idem Principle In EU law

In his Opinions of 2 September 2021, in Cases C-151/20 Nordzucker and C-117/20 Bpost, Advocate General Bobek recommended that the Court of Justice of the European Union (CJEU) set out coherent guidance for national courts on the application of the ne bis in idem principle, upholding the unified test which should rely on three elements: the identity of the offender, the relevant facts and the protected legal interest.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ EU: exploitanten onlineplatformen in beginsel niet aansprakelijk voor illegaal uploaden van beschermde werken door gebruikers

HvJ EU 22 juni 2021, C-682 en 683/18 (Youtube en Cyando)

Een exploitant van een onlineplatform kan bij de huidige stand van het EU-recht vrijgesteld worden van aansprakelijkheid voor het online delen van auteursrechtelijk beschermde content door derden op het platform. De vrijstelling geldt echter niet wanneer de exploitant kennis heeft van de concrete onwettige handelingen van de gebruikers van zijn platform met betrekking tot de op zijn platform geüploade beschermde content. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^