Kledinghandelaar medeplichtig aan merkfraude: wetenschap van valse labels blijkt uit tapgesprekken

Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:815

Het gerechtshof veroordeelt een kledinghandelaar voor medeplichtigheid aan bedrijfsmatige handel in merkvervalste goederen en witwassen. De verdachte levert vanuit zijn winkel merkloze jassen aan een medeverdachte, die deze laat voorzien van valse labels van merken als Canada Goose, Stone Island en Parajumpers. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat de verdachte wetenschap heeft van het aanbrengen van de valse merklabels. Het hof verwerpt verweren over niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en onrechtmatige telefoontaps. Ten aanzien van het witwassen spreekt het hof grotendeels vrij, omdat de verdediging een concrete en verifieerbare verklaring geeft voor de legale herkomst van contante geldbedragen en het Openbaar Ministerie nalaat nader onderzoek te verrichten. Wel acht het hof witwassen bewezen voor een bedrag van 12.500 euro dat de verdachte contant ontvangt voor de jassenverkoop en buiten de boekhouding houdt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroep op overmacht verworpen bij niet-deponeren jaarrekening: FIOD-beslag ontslaat niet van plicht tot aanvragen ontheffing

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:877

Hof Amsterdam verwerpt beroep op overmacht bij niet-deponeren jaarrekening: inbeslagname administratie ontslaat niet van verplichting tot aanvragen ontheffing. Het gerechtshof Amsterdam vernietigt in hoger beroep de beslissing van de economische politierechter, die de verdachte rechtspersoon had ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht. De administratie van het bedrijf was in 2018 door de FIOD in beslag genomen en pas in 2022 teruggegeven, waardoor de jaarrekening over 2020 niet tijdig kon worden gedeponeerd. Het hof oordeelt echter dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de deponeringsplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en dat zij een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had moeten aanvragen. Door dit na te laten komt de verdachte geen geslaagd beroep op overmacht toe. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren en legt als maatregel de verplichting op om de jaarrekening alsnog binnen negen maanden te deponeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook in hoger beroep celstraffen voor fraude met pgb-gelden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft twee broers uit Utrecht veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van 46 en 34 maanden voor het feitelijk leidinggeven aan een thuiszorgorganisatie die door middel van valse facturen en zorgovereenkomsten diverse instanties heeft opgelicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bewindvoerder verduistert jarenlang geld van kwetsbare clienten: hof kiest voor taakstraf boven gevangenisstraf om schadeloosstelling mogelijk te maken

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:804

Het gerechtshof veroordeelt een voormalig bewindvoerder in hoger beroep voor jarenlange structurele verduistering van gelden van kwetsbare clienten en valsheid in geschrifte. Anders dan de rechtbank legt het hof geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar kiest voor de maximale taakstraf van 480 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Het hof acht het belang van de gedupeerden bij schadeloosstelling zwaarwegender dan vergelding. Het hof verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot immateriële schadevergoeding. Volgens het hof levert de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten geen aantasting in de persoon op andere wijze op als bedoeld in artikel 6:106 BW.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof beveelt vervolging oud-burgemeester voor valsheid in geschrift na antedatering machtiging tot binnentreden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1843

Het Gerechtshof beveelt in een artikel 12 Sv-procedure de strafrechtelijke vervolging van een voormalig waarnemend burgemeester wegens valsheid in geschrift. De zaak draait om een machtiging tot binnentreden die achteraf is opgemaakt en geantedateerd in het kader van een bestuursrechtelijke controle op een bedrijventerrein. De klager ontdekte tijdens een bezwaarprocedure dat er een tweede machtiging bestond met afwijkende inhoud maar dezelfde datum. De beklaagde verklaart in raadkamer dat de tweede machtiging zonder zijn toestemming is ondertekend met zijn digitale of stempelhandtekening. Het hof oordeelt dat het antedateren van een machtiging tot binnentreden niet als administratieve onzorgvuldigheid kan worden afgedaan, gelet op de ernstige inbreuk die binnentreden maakt op het huisrecht. Het hof gelast naast de vervolging ook nader onderzoek, waaronder forensisch handtekeningenonderzoek en het horen van twee gemeenteambtenaren als getuige.

Read More
Print Friendly and PDF ^