Enkele feit dat het er sterk op lijkt dat de verdachte op uitkijk heeft gestaan en oogcontact heeft gemaakt met medeverdachte is onvoldoende voor medeplegen

Gerechtshof Amsterdam 18 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5245

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, (te weten een poging tot diefstal in vereniging), zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing beklag ex art. 12 Sv. Verstrekken van beelden van AVR-verhoren aan SBS door het openbaar ministerie & Schending van het ambtsgeheim.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10905

De gemachtigden van klager hebben namens laatstgenoemde op 19 december 2014 aangifte gedaan van schending van het ambtsgeheim zoals bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd door beklaagden. Voorts hebben klager en zijn gemachtigden zich op het standpunt gesteld dat het verstrekken van (onbewerkte) verhoren van aangevers, getuigen en verdachten, opgenomen op grond van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren (AVR-verhoren) aan SBS een schending oplevert van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aangeefster is buiten aanwezigheid verdediging gehoord. Verweer dat het bezigen van haar verklaring in strijd is met artikel 6 EVRM (Schatschaschwili v. Duitsland) wordt verworpen.

Gerechtshof Amsterdam 27 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5008

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe kort en zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. Het gebruik van de verklaring van de aangeefster als bewijsmiddel is in strijd met artikel 6 EVRM, omdat het hof het nader horen van aangeefster als getuige heeft afgewezen, terwijl zij slechts buiten de aanwezigheid van de verdediging is gehoord. De raadsman heeft in dit verband een beroep gedaan op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder Schatschaschwili v. Duitsland, 15 december 2015, 9154/10.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overtreding art. 13 Flora- en faunawet

Gerechtshof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4945

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, omdat niet kan worden vastgesteld dat de Dendrobium nobile daadwerkelijk in de keelpastilles zat. Er is geen feitelijk en technisch onderzoek verricht aan de in beslag genomen keelpastilles.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen opzettelijk onjuiste belastingaangiften doen door voor derden aangiften in te dienen en daarin aftrekposten op te nemen waarvoor geen schriftelijk bewijs is en valsheid in geschrifte

Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5050

De verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude door opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting te doen. De verdachte deed dit niet alleen voor zichzelf, maar ook voor derden. De verdachte heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting en in die van derden te hoge of gefingeerde aftrekposten opgenomen, zoals scholingskosten, zorgkosten en kosten voor het levensonderhoud van kinderen. Hierdoor werd teveel belasting terugbetaald. Daarnaast heeft de verdachte ter onderbouwing van zijn eigen aangifte een aantal vervalste facturen of nota’s voorhanden gehad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitgeven van een vals bankbiljet (art. 213 Sr)

Gerechtshof Amsterdam 21 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4768

Aan de verdachte is tenlastegelegd het als echt en onvervalst uitgeven van valse bankbiljetten (onder 1) dan wel het in voorraad hebben van valse biljetten (onder 2) terwijl diegene de biljetten zelf heeft nagemaakt of vervalst of met die valsheid of vervalsing bekend was toen hij de biljetten ontving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Terugwijzen zaak: zeer uitzonderlijke omstandigheden op basis waarvan de straf- en ontnemingszaak van verdachte niet gelijktijdig diende te worden behandeld met de zaken van de medeverdachten

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9842

Bij vonnis van 16 november 2016 heeft de rechtbank Gelderland verdachte ter zake van vijf tenlastegelegde feiten, waaronder het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd niet een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en witwassen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk vanwege dagvaardring verdachte terwijl de toepasselijke richtlijn het uitvaardigen van een strafbeschikking voorschreef

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10292

De economische politierechter heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard omdat, kort gezegd, het bestaan van recidive zoals in de richtlijn wordt vereist om over te gaan tot dagvaarding, niet vast is komen te staan. Het openbaar ministerie heeft tegen dit vonnis appel ingesteld en daarbij stukken overgelegd waaruit blijkt dat aan verdachte eerder strafbeschikkingen zijn uitgevaardigd ter zake van overbelading.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Arts veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel van patiënten

Gerechtshof Den Haag 30 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3382

Een 58-jarige gynaecoloog uit Vlaardingen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag bepaald. De verdachte heeft als behandelend arts 9 patiënten zwaar lichamelijk letsel toegebracht door op ondeugdelijke wijze chirurgische ingrepen uit te voeren. De patiënten hebben infecties opgelopen en moeten verder leven met ontsierende littekens en verwondingen aan met name hun borsten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak vervalsen factuur opgeheven onderneming

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 30 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4874

Het hof is met de rechtbank en de verdediging van oordeel dat de in de tenlastelegging opgenomen valsheid niet wettig bewezen kan worden. Immers, niet bewezen kan worden dat het bedrijf naam bedrijf Y niet meer bestond op de factuurdatum.

Read More
Print Friendly and PDF ^