HR herhaalt overwegingen m.b.t. voorlopig oordeel op vóór terechtzitting gedane aanhoudingsverzoeken

Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:190

Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de gronden dat door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over tenlasteleggen in beleggingsfraudezaken

Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:5

Beleggers kochten tussen 2003 en 2009 in totaal voor bijna 10,6 miljoen euro gebruiksrechten op appartementen van de verdachte, gelegen in de Dolomieten en aan het Comomeer in Italië. De beleggers sloten aansluitend daarop overeenkomsten met A teneinde die gebruiksrechten door te laten verhuren aan derden (in beginsel professionele reisorganisaties). De beleggers zouden jaarlijks een rendement van 10% van de inleg behalen (8-8,5% als werd gekozen voor een bankgarantie). Na afloop van de beleggingsperiode zou de verdachte de gebruiksrechten terugkopen en zou de belegger gegarandeerd de inleg/het aankoopbedrag terug ontvangen. Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van oplichting van beleggers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslissing rechtbank tot opheffing beslag op aantal digitale gegevensdragers in onderzoek Caloh Wagoh blijft niet in stand

De beslissing van de rechtbank tot opheffing van het beslag op een aantal inbeslaggenomen digitale gegevensdragers in een strafrechtelijk onderzoek naar Outlaw Motorgang Caloh Wagoh blijft niet in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rolraadsheer herhaalt overwegingen m.b.t. mogelijkheid afzien uitspreken beschikking in openbaar

Hoge Raad 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:134

Namens het Openbaar Ministerie heeft mr. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij het ressortsparket, aan de rolraadsheer van de Hoge Raad schriftelijk verzocht om vertrouwelijke behandeling van het cassatieberoep. Dit verzoek omvat de deelverzoeken om (i) aan de belanghebbende en haar raadsman geen afschriften van de in het verzoek omschreven processtukken te verstrekken; (ii) de behandeling van het cassatieberoep met gesloten deuren en in afwezigheid van de belanghebbende en haar raadsman te doen plaatsvinden; en (iii) ervan af te zien de door de Hoge Raad te nemen beschikking in het openbaar uit te spreken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toelaatbaarheid (art. 6 EVRM) gebruik getuigenverklaring die in EA onbetrouwbaar werd geacht en waarvan hof niet ambtshalve tot opnieuw (doen) horen heeft bevolen

Hoge Raad 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:60

Het Hof heeft in deze zaak geen aanleiding gezien gebruik te maken van zijn bevoegdheid om medeverdachte 1, die reeds in eerste aanleg in aanwezigheid van de verdediging door de Rechter-Commissaris is gehoord, ambtshalve in hoger beroep opnieuw te (doen) horen. Dat staat, ook in het licht van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM, niet in de weg aan het gebruik van de verklaringen van medeverdachte 1 voor het bewijs door het Hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Secretaresse verzoekt strafgriffie hoger beroep in te trekken. Half uur later verzoek dit als ongelezen te beschouwen en akte intrekking te vernietigen. Wel / geen rechtsgeldige intrekking?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:623

Intrekking van het hoger beroep geschiedt door het afleggen van een verklaring op de griffie van het gerecht waar het rechtsmiddel is ingediend. Het faxbericht van 12 november 2019 te 9:51 uur is weliswaar gestuurd aan de strafgriffie van het gerechtshof, maar dit faxbericht is om 10:08 uur doorgezonden aan de griffie van de rechtbank Midden-Nederland. De griffier van de rechtbank Midden-Nederland heeft hierop een akte intrekking hoger beroep opgemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over kring voegingsgerechtigden ex art. 51 lid 1 Sv & begrip 'rechtstreekse schade' n.a.v. toewijzing vordering Rabobank vanwege waardevermindering van onderpand door vernielingen

Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:24

De verdachte huurde een pand waarin hij een hotel exploiteerde. De eigenaar van het pand, A is failliet gegaan. Op het pand rustte een hypotheekrecht van de Rabobank. De verdachte had met de Rabobank afgesproken dat hij zijn huur rechtstreeks aan de bank zou overmaken omdat de hypotheekgever, A, de hypotheeklasten niet voldeed. De verdachte betaalde de huur niet en moest na een vonnis van de kantonrechter het pand ontruimen. Hem is ten laste gelegd dat hij toen schade heeft toegebracht aan het pand en dat hij goederen die zich in het pand bevonden, heeft vernield dan wel verduisterd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ziet art. 552a Sv ook op door politie gemaakte kopieën van inbeslaggenomen, maar inmiddels teruggegeven, telefoons?

Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:3

Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring door de Rechtbank van het beklag voor zover dat is gericht tegen de teruggave van de eventuele data uit de inbeslaggenomen telefoons die zich na uitlezing van de telefoons nog bij de politie bevindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn, zoals verstrekte ambtelijke informatie

Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:38

De HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor hoger beroep door verdachte verontschuldigbaar doen zijn, zoals voor het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte ambtelijke informatie waardoor bij verdachte gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn op ander tijdstip aanvangt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn

Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:38

De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^