Niet-ontvankelijk in hoger beroep vanwege aan volmacht klevende gebreken

Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4257

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat er gebreken kleven aan de schriftelijke volmacht van de raadsman aan de griffiemedewerker tot het instellen van hoger beroep. Aan die volmacht worden bepaalde eisen gesteld – artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering – tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep teneinde problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoven gestopt met externe wrakingskamers

In 2014 zijn de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag gestart met een pilot, waarin zij elkaars wrakingszaken behandelden. Doel was om na te gaan of dit zou bijdragen aan het vertrouwen van partijen in de wrakingsprocedure. Een nevendoel was om te onderzoeken of het extern laten behandelen van wrakingszaken tot grote organisatorische problemen zou leiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: indien strafmotivering i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave bevat van redenen die i.h.b. hebben geleid tot keuze van opleggen van vrijheidsbenemende straf leidt dat verzuim tot nietigheid

Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1979

Het middel behelst de klacht dat het Hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd in het arrest in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan verdachte die bloedonderzoek weigert, zich met vrucht beroepen op de omstandigheid dat procedure rondom bloedonderzoek niet juist is nageleefd?

Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1984

Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat een verdachte die een bloedonderzoek weigert, behoudens omstandigheden die zich niet voordoen, zich niet met vrucht kan beroepen op de omstandigheid dat de procedure niet juist is nageleefd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rb gaat in op de eisen die gesteld moeten worden aan vertalingen van getapte telefoongesprekken

Rechtbank Rotterdam 28 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9262

Door de verdediging is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging vanwege onherstelbare vormfouten. Subsidiair is aangevoerd dat die vormfouten moeten leiden tot uitsluiting van al het bewijs dat als gevolg van die fouten is verkregen. Daartoe is aangevoerd dat de vertaling van getapte gesprekken niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld moeten worden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. voordeel behaald uit deelname aan een criminele organisatie en m.b.t. toerekening voordeel in geval van verscheidende daders

Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1977

In het geval er verscheidene daders zijn, zal de rechter niet altijd de omvang van het voordeel van elk van die daders aanstonds kunnen vaststellen. Dan zal hij op basis van alle hem bekende omstandigheden van het geval, zoals de rol die de onderscheiden daders hebben gespeeld en het aantreffen van het voordeel bij één of meer van hen moeten bepalen welk deel van het totale voordeel aan elk van hen moet worden toegerekend. Indien de omstandigheden van het geval onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een andere toerekening, kan dit ertoe leiden dat het voordeel pondspondsgewijze wordt toegerekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook m.b.t. verhoren vóór 22-12-2015 vraag aan de orde komen of omstandigheid dat verdachte geen verhoorbijstand heeft gekregen, meebrengt dat veroordeling niet berust op eerlijk proces

Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1985

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, rov. 6.3, beslist dat hij voortaan - dus vanaf die datum - ervan uitgaat dat een aangehouden verdachte het recht heeft op aanwezigheid en bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie (de zogenoemde verhoorbijstand), behoudens het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. De verdachte kan uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand doen van dat recht. Dit brengt mee dat de verdachte vóór de aanvang van het verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op bijstand van een raadsman. Dit recht op bijstand heeft niet alleen betrekking op het eerste verhoor, maar ook op daarop volgende verhoren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad vernietigt arrest over ‘Mr.Big’-methode

Hoge Raad 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1982

Er kan geen algemeen en eenduidig juridisch antwoord worden gegeven op de vraag of ‘Mr. Big’ als opsporingsmethode wel of niet toelaatbaar is. De Hoge Raad oordeelt in dit arrest over het specifieke optreden van de politieambtenaren in deze zaak en over de vraag of het gebruik van de verklaringen van de verdachte voor het bewijs in overeenstemming is met het recht. Bij deze beoordeling gaat het vooral om de vraag of de verklaringsvrijheid van de verdachte is geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM ontvankelijk in ontnemingsvordering, nu vordering niet binnen termijn van 2 jaren na strafvonnis EA aanhangig is gemaakt (art. 511b lid 1 Sv)?

Hoge Raad 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1932

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en voert daartoe aan dat die vordering niet binnen de in art. 511b, eerste lid, Sv genoemde termijn van twee jaren aanhangig is gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte: Kon Hof niet-onherroepelijke veroordeling in strafverzwarende zin betrekken in de strafoplegging?

Hoge Raad 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1889

De overweging van het Hof dat de verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie in 2017 door de rechtbank te Arnhem is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarmee kennelijk tot uitdrukking is gebracht dat die veroordeling op het moment dat deze in het arrest bij de strafoplegging in aanmerking is genomen, onherroepelijk was, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. Het middel klaagt daarover terecht. Het hoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, omdat deze onvolkomenheid in het geheel van de strafmotivering van ondergeschikt belang is mede in aanmerking genomen dat het Hof, wat de justitiële documentatie betreft, niet alleen de voormelde veroordeling uit 2017 in aanmerking heeft genomen, maar tevens onherroepelijke veroordelingen uit 2009 en 2014.

Read More
Print Friendly and PDF ^