Uitspraak Bitonic-DNB over reikwijdte registratieregime Wwft en Sanctiewet

Rechtbank Rotterdam 7 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2968

De voorzieningenrechter van de rechtbank in Rotterdam heeft beslist dat het verzoek van Bitonic om een voorlopige voorziening ontvankelijk is. De door Bitonic gevraagde voorziening - het opschorten van het door haar ter discussie gestelde registratievereiste - wordt niet toegewezen. Wel wordt de voorziening getroffen dat DNB binnen zes weken op het bezwaar van Bitonic dient te beslissen, zodat Bitonic zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over het registratievereiste.

Registratie

In november 2020 heeft De Nederlandse Bank (DNB) bij besluit cryptomuntenhandelaar Bitonic een registratie verleend als aanbieder van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en bewaarportemonnees (het aanbieden van cryptodiensten). Deze registratie is verplicht op basis van artikel 23b, eerste en tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Vereiste

Een van de vereisten die bij de registratie worden gesteld is dat Bitonic de identiteit van een klant vaststelt, controleert en screent tegen de sanctielijsten. Dat betekent volgens DNB dat Bitonic bij iedere transactie van en naar een externe wallet moet vaststellen dat deze persoon daadwerkelijk de ontvanger of verzender is. Hiertegen heeft Bitonic bezwaar gemaakt bij DNB. Bitonic stelt dat die vereiste geen deugdelijke wettelijke basis heeft en in strijd is met de privacyregelgeving.

Ontvankelijkheid

DNB stelt zich op het standpunt dat het registratievereiste rechtstreeks voortvloeit uit de wet en daarmee geen onderdeel uitmaakt van het besluit. De voorzieningenrechter is met Bitonic van oordeel dat uit het besluit volgt dat het registratievereiste onlosmakelijk met het besluit verbonden is en daarmee een zelfstandig onderdeel van het besluit is.

Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat er sprake is van een voldoende spoedeisend belang bij het beoordelen van het verzoek van Bitonic.

Dat bij elkaar betekent dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het verzoek van Bitonic ontvankelijk is.

Geen schorsing, eerst beslissing op bezwaar

De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het registratievereiste

Hoewel DNB zich op het standpunt stelt dat zij de ruimte aan aanbieders biedt om oplossingen te kiezen, is het uitgangspunt van DNB wel dat Bitonic bij elke transactie – ook bij transacties waarbij de cliënt cryptovaluta verzendt naar of ontvangt van zijn eigen wallet – de identiteit en de woonplaats van de tegenpartij vaststelt en vaststelt dat deze persoon ook daadwerkelijk de ontvanger of verzender is.

De vraag is of dat proportioneel en noodzakelijk is om de doelstellingen van de wetgeving na te leven. Dit betekent niet dat het registratievereiste evident onjuist of onrechtmatig is. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

De voorzieningenrechter weegt de belangen af. Het registratievereiste wordt niet geschorst. Wel moet DNB het registratievereiste nader motiveren in de beslissing op bezwaar. Het ligt in de rede dat DNB in dat kader in gesprek gaat met Bitonic over de wijze waarop zij haar verplichtingen op grond van de Sanctieregelgeving naleeft.

De voorzieningenrechter draagt DNB op om binnen 6 weken op het bezwaar van Bitonic te beslissen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^