Conclusie AG: Behoeft het Nederlandse beoordelingskader in het licht van art. 6 EVRM op onderdelen heroverweging na Keskin?
/Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:234
Read MoreParket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:234
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2035
Verdachte heeft als belastingadviseur aangiften inkomstenbelasting ingediend waarbij kosten in aftrek werden gebracht, die niet daadwerkelijk door zijn cliënten waren gemaakt en die hij zonder overleg met zijn cliënten opvoerde.
Read MoreMaandag 15 maart veroordeelde de rechtbank Overijssel een 69-jarige man uit Almelo tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur. Hij was hoofdengineer bij een groot Duits elektronicabedrijf en verkocht jarenlang geheime bedrijfsinformatie over stoomturbines aan een bedrijf uit China. De ruim 100.000 euro die de man hiermee verdiende moet hij afstaan. Ook moet hij zijn voormalig werkgever een schadevergoeding betalen van 10.000 euro.
Read MoreRechtbank Rotterdam 25 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2040
Onder beide ten laste gelegde feiten wordt de verdachte verweten dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode 5 juni 2018 tot en met 1 oktober 2019 opzettelijk behulpzaam is geweest bij kort gezegd hacken (feit 1) en het voorhanden hebben van een botnet (feit 2). De geboden hulp zou hebben bestaan uit het ter beschikking stellen van IPadressen en/of servers. In de tenlastelegging is echter niet op enigerlei wijze tot uitdrukking gebracht dat de verdachte niet slechts als telecommunicatiedienstverlener als zodanig heeft gehandeld, maar (ook) anderszins betrokken is geweest bij het onderliggende strafbare feit. Dat ligt ook niet impliciet besloten in de ten laste gelegde medeplichtigheid, nu ook een service provider die als zodanig handelt en een normaal niveau van oplettendheid heeft, medeplichtig kan zijn.
Read MoreParket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:235
De verdachte was een van de twee gemachtigden van de derdengeldenrekening waarop de in de tenlastelegging bedoelde bedragen zijn gestort. Van deze bedragen is een deel uitbetaald aan degene voor wie zij waren bestemd en is – op grond van de contractueel overeenkomen gekomen mogelijkheid daartoe – een deel verrekend met de openstaande kosten. Op het moment van ingrijpen door politie en justitie was A noch krachtens overeenkomst noch anderszins gehouden Betrokkene 2 of Betrokkene 1 meer betalingen te doen dan zij heeft gedaan. Door de verdachte is nimmer geld bedoeld voor Betrokkene 1 of Betrokkene 2 te eigen bate aangewend en is hij zich evenmin als heer en meester over dat geld gaan gedragen.
Read More