Medeplegersboete belastingadviseur: plaats feitelijke leiding, geen bewijs opzet

Rechtbank Den Haag 20 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9410

Verweerder stelt dat eiseres kan worden aangemerkt als medepleger, subsidiair feitelijk leidinggever van de verboden gedragingen. Volgens verweerder blijkt uit het door hem verrichte onderzoek dat de in 2 hiervoor vermelde medewerkers van eiseres, gezien hun grote betrokkenheid, op de hoogte waren van het feit dat op Guernsey enkel de handtekeningen onder de bestuursbesluiten werden gezet en dat zij wisten dat het enkel zetten van handtekeningen niet voldoende is en dat dus de werkelijke leiding van de Guernsey limiteds niet op Guernsey maar door A en B in Nederland werd uitgeoefend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak: niet bewezen dat onderneming opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte omzetbelasting heeft gedaan

Rechtbank Noord-Nederland 3 oktober 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:4164

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Slagend middel met de klacht dat het ministerie door fictieve dienstverbanden niet werd bewogen tot afgifte

Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1050

Het tweede middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1, aanhef en onder a, voor zover inhoudende dat het ministerie van OCW is “bewogen tot afgifte van meerdere geldbedragen”, niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Evenmin is de bewezenverklaring voldoende met redenen omkleed, met name in het licht van het gevoerde verweer dat strekt tot vrijspraak, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak witwassen en verduistering van geldbedragen van de Belastingdienst die op een rekening waren gestort op naam stond van verdachte

Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3656

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de Verdachte de ASN-rekening met het nummer rekeningnummer heeft geopend noch dat hij de persoon is geweest die over de betaalpas van deze rekening heeft beschikt, zodat de Verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen termijn hernieuwd beklag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1583

Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank de klager ten onrechte wegens overschrijding van de termijn van art. 552a, vierde lid, Sv, niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hernieuwde beklag. Het voert daartoe aan dat de Rechtbank heeft miskend dat sprake is van een ‘vervolgde zaak’ in de zin van het derde lid van art. 552a Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^