Bezwaarschrift tegen dagvaarding: wanneer is sprake van rechtspersoon met Nederlandse nationaliteit en dus heeft NL rechtsmacht?

Rechtbank Rotterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2579

Naam verdachte rechtspersoon was in de ten laste gelegde periode van 1 augustus 2006 tot en met 7 september 2006 niet aan te merken als een Nederlandse rechtspersoon, zodat geen rechtsmacht bestaat op grond van het nationaliteitsbeginsel. Of sprake is van een rechtspersoon met de Nederlandse nationaliteit, moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke vestigingsplaats van de rechtspersoon. Dat was voor naam verdachte rechtspersoon evident niet Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Column: De verhouding tussen artikel 69 lid 2 Algemene wet inzake de Rijksbelastingen en artikel 326 van het wetboek van strafrecht

Door S. van den Akker, strafrechtadvocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur te Rotterdam

Op enig moment is er een onderneming met een bijzonder (crimineel te noemen) winstoogmerk, dat erop neerkomt om de Belastingdienst geld uit te laten keren aan die onderneming zonder dat die onderneming daar daadwerkelijk recht op heeft. De onderneming kan - om een voorbeeld te noemen - meer belasting claimen dan waar zij in werkelijkheid recht op heeft. Een wat mij betreft interessante juridische discussie voor dit ‘probleem’ is de keuze voor de grondslag van de tenlastelegging. De keuze is tussen de Algemene wet inzake de Rijksbelastingen (art. 69 lid 2 daarvan) en de keuze voor het commune strafrecht (in de zin van artikel 326 wetboek van strafrecht).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Btw op advocaatkosten aftrekbaar als kosten noodzakelijk zijn

De Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag diverse arresten gewezen. Een van die uitspraken betrof het recht op aftrek van btw van een rechtspersoon van kosten van juridische bijstand wanneer de verdachte een natuurlijk persoon betreft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

16 jaar geprocedeerd, 3x gecasseerd en uiteindelijk door de Hoge Raad zelf vrijgesproken

Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:374

Deze zaak gaat over schijnbuitenlandverkoop van prepaid telefoonkaarten (dat zijn voor de BTW (belichaming van) telecommunicatiediensten; geen goederen) die feitelijk binnenslands zijn verkocht. De verdachte kocht de telefoonkaarten in bij A, die haar 19% BTW in rekening bracht en die die BTW voldeed aan de fiscus. De verdachte verkocht de kaarten door en trok de haar door A in rekening gebrachte 19% BTW in haar aangiften omzetbelasting af (input-BTW). Zelf bracht zij over ruim 40% van de door haar verkochte kaarten geen BTW in rekening omdat die volgens haar facturen verkocht zouden zijn aan het Belgische bedrijf B, met verlegging van de BTW-heffing naar die afnemer in België. De feitenrechters hebben vastgesteld dat de op naam van B gefactureerde telefoonkaarten niet aan B zijn verkocht maar aan personen op diverse locaties in Rotterdam, die hen op de Nederlandse markt hebben verkocht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verdachte heeft onveraccijnsde sigaretten en waterpijptabak voorhanden gehad die bestemd moeten zijn geweest voor grootschalige internationale smokkel

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 4 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:771

Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en waterpijptabak. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

Read More
Print Friendly and PDF ^