Artikel: Fiscale boete bij btw-fraude van tafel

Als er één sector is die bij de Belastingdienst altijd onder een vergrootglas ligt, dan is het de autobranche wel. Regelmatig worden autobedrijven verdacht van betrokkenheid bij btw-(carrousel)fraude. De Belastingdienst kan daarbij het standpunt innemen dat een autobedrijf wist of had moeten weten van btw-fraude bij een leverancier of afnemer in een andere lidstaat. Het gevolg is dat het recht op aftrek van voorbelasting of toepassing van het btw-nultarief wordt geweigerd. Forse naheffingsaanslagen omzetbelasting vallen bij het autobedrijf op de deurmat.2 Naast de naheffingsaanslagen omzetbelasting legt de Belastingdienst ook fiscale boetes op. Of – nog beroerder – besluit het Openbaar Ministerie om de autobedrijven te vervolgen. De Hoge Raad heeft op 20 februari 2026 beslist dat bij weigering van het btw-nultarief geen fiscale boete kan worden opgelegd op grond van art. 67f AWR.3 De Hoge Raad komt hierbij expliciet terug van eerdere rechtspraak. In dit artikel bespreek ik het arrest van de Hoge Raad en de gevolgen hiervan voor de praktijk. Ik start met een duik in de geschiedenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Van Cyberbunker tot Telegram: de strafrechtelijke aansprakelijkheid van communicatiedienstverleners

Het artikel van Oerlemans en Royer in Computer Law & Security Review analyseert een nieuwe vervolgingsstrategie waarbij communicatiedienstverleners worden aangemerkt als 'crime facilitators'. Aan de hand van vier Nederlandse zaken (Maxided, een hostingprovider met Mirai-botnet, Ennetcom en IronChat) en de Duitse Cyberbunker-zaak laten zij zien dat het enkele aanbieden van een versleutelde dienst geen strafrechtelijke aansprakelijkheid oplevert. Op basis van EHRM-jurisprudentie (Podchasov, Akgün, Yüksel Yalçinkaya, Eurofinacom en Sanchez) moeten zowel materieel handelen als opzet individueel worden bewezen. In de praktijk wordt dat opzet steeds vaker afgeleid uit het tekortschieten van KYC, anti-witwasmaatregelen en abuse-afhandeling. De lopende Franse vervolging van Telegram-CEO Pavel Durov zal naar verwachting een belangrijk Europees ijkpunt worden, al benadrukken de auteurs dat Telegram zich qua schaal en gebruikersprofiel onderscheidt van de kleinere aanbieders in de Nederlandse jurisprudentie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Schadevergoeding als publieke genoegdoening

De schadevergoedingsmaatregel is een niet meer weg te denken onderdeel van de Nederlandse strafprocedure. Deze maatregel, neergelegd in artikel 36f Wetboek van Strafrecht (Sr), kan door de strafrechter worden opgelegd aan de veroordeelde en betreft de verplichting tot betaling van een geldsom aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer of de benadeelde partij. De populariteit van deze maatregel illustreert het feit dat slachtoffers van strafbare feiten binnen de kaders van het strafproces in de afgelopen decennia steeds meer gezien en gehoord worden. Terwijl bij het slachtofferspreekrecht de nadruk ligt op het immateriële belang van slachtoffers om in de rechtszaal te worden gehoord, faciliteert de schadevergoedingsmaatregel het schadeverhaal op de veroordeelde dader, waarbij civielrechtelijke hindernissen ten behoeve van het slachtoffer zijn weggenomen. Daarbij geldt dat in het bijzonder de inning, de kosten daarvan en, via de aan de maatregel verbonden voorschot­regeling, de risico’s van een insolvabele schuldenaar geheel (of grotendeels) zijn overgenomen door de Staat. Voorts geldt dat de schuld die voortvloeit uit de schadevergoedingsmaatregel niet kan worden gegratieerd of kwijtgescholden, ook niet in het kader van een schuldsaneringstraject.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Efficiënte genoegdoening of obstakel?

Het strafproces draait allang niet meer alleen om de berechting van de verdachte. Waar het slachtoffer aanvankelijk lange tijd is genegeerd als volwaardig procesdeelnemer en geen proces­positie toebedeeld had gekregen in de wettelijke regeling of de zittingszaal, is in de afgelopen decennia intensief vorm en inhoud gegeven aan diens strafvorderlijke emancipatie. Dit heeft ertoe geleid dat het slachtoffer weliswaar meer bescherming krijgt in het strafproces en meer gelegenheid heeft van zich te laten horen om de loop en uitkomst van het strafproces te beïnvloeden, maar ook dat het strafproces als zodanig niet eenvoudiger of doelmatiger is geworden en zelfs niet altijd soelaas biedt voor de genoegdoening en schadecompensatie aan het slachtoffer. Er zijn veel praktische obstakels die de ­effectuering van slachtofferrechten in het strafproces bemoeilijken en voor alle procesdeelnemers – rechter, officier van justitie, verdediging én slachtoffer – nadelige gevolgen met zich brengen. Wellicht dat dit voortvloeit uit een onmatigheid in het denken over slachtofferemancipatie: nog voordat nieuwe voorzieningen ten behoeve van het slachtoffer hun beslag hebben ge­kregen, worden andere gecreëerd om die positie nog verder te verbeteren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Collectieve actie voor personenschade van benadeelde partijen in het strafproces?

In deze bijdrage richt ik mij op de positie van een stichting of vereniging die op grond van artikel 3:305a BW (hierna: 305a-organisatie) ten behoeve van partijen die benadeeld zijn door de verdachte (hierna: benadeelde(n) of slachtoffer(s)) hun schadevergoeding vordert bij de strafrechter. Met de ­inwerkingtreding van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA)-regeling per 1 januari 2020 kunnen 305a-organisaties (verenigingen en stichtingen) collectieve schadevergoedingsvorderingen instellen bij de rechter. Het verbod op het instellen van een rechtsvordering tot schade­vergoeding in geld (art. 3:305a lid 3 (oud) BW) is hiermee vervallen. In de meeste gevallen wordt deze collectieve schade­vergoedings­vordering ingesteld bij de burgerlijke rechter. Echter, benadeelden die rechtstreeks schade hebben geleden door een strafbaar feit kunnen zich met hun civiele schade­vergoedingsvordering voegen in het strafproces. Deze benadeelden zijn alleen ontvankelijk in hun vordering als de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd en de schade rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.Daarnaast kan de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de behandeling ervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Read More
Print Friendly and PDF ^