De publicatiepraktijk van het OM vereist terughoudendheid

Hoewel het OM niet verplicht is om tijdens lopend strafrechtelijk onderzoek de publiciteit op te zoeken en hiervoor geen grondslag bestaat, is dit uitgegroeid tot vaste praktijk. In het licht van de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM en de belangen van de verdachte rijst de vraag of deze praktijk gerechtvaardigd is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De positie van de belastingadviseur en het informele verschoningsrecht: meer duidelijkheid door de conclusie van A-G Koopman

Fiscale vraagstukken zijn vaak complex, hetgeen voor veel belastingplichtigen reden is om een belastingadviseur in te schakelen. Belastingadviseurs streven naar een correcte, maar tegelijkertijd zo gunstig mogelijke fiscale uitkomst voor hun cliënten op basis van feitenanalyses en adviezen. In deze analyses en adviezen wordt ook regelmatig aandacht besteed aan de (proces)risico's van het kiezen van een bepaalde fiscale route. De wetgever, en later ook de Hoge Raad, hebben erkend dat het onwenselijk is indien de Belastingdienst dergelijke documenten zou kunnen inzien. Om die reden is op stukken van adviserende aard het informele verschoningsrecht van toepassing. Dit recht was aanvankelijk gebaseerd op beleid en is later door de Hoge Raad nader uitgewerkt als onderdeel van het fair play-beginsel. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken

In de strafrechtpraktijk is de waarborging van het verschoningsrecht bij de inzet van opsporingsbevoegdheden een terugkerend onderwerp van discussie. De vele recente rechterlijke uitspraken bevestigen dat het verschoningsrecht nog steeds geen rustig bezit is. Mede vanwege door de Hoge Raad geconstateerde leemtes in de huidige wetgeving en in afwachting van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, is het momenteel vooral aan de rechter(-commissaris) om nadere invulling te geven aan de te volgen procedure ter borging van het verschoningsrecht. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de stand van zaken en de meest recente ontwikkelingen op het gebied van het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Boetemotivering in het straf- en bestuurlijke boeterecht: een vergelijk

Wanneer het gaat over (beboeting in) het strafrecht, geldt een grote mate van straftoemetingsvrijheid. Doorgaans wordt vooral gekeken naar de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon van de dader en diens draagkracht. De invulling van die omstandigheden is al snel als algemeen kader terug te vinden. Het beeld ontstaat dat sprake is van een wat obligate invulling van de omstandigheden die de hoogte van de boete bepalen. Dat de Hoge Raad geen blijk geeft op dat punt veel meer te verwachten van de feitenrechter, draagt daar bepaald niet aan bij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het zwijgmoment in het bestuursrecht

Hierbij reageer ik graag op een kritische noot van Rogier Stijnen bij mijn artikel 'Het zwijgrecht uit artikel 6 EVRM bij de bestuurlijke boete' in het afgelopen themanummer van dit tijdschrift, in zijn annotatie in AB 2025/142 bij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5293 . Het gaat over het moment dat onderzochten in het punitieve bestuursrecht een zwijgrecht krijgen. Volgens Stijnen is een 'hardnekkig misverstand' onder bestuursrechtjuristen dat het zwijgrecht ofwel cautiemoment 'pas' aan de orde zou zijn bij een criminal charge en niet 'al' bij het boeteverhoor ex artikel 5:10a Awb. Dit laatste moment is zijns inziens vrijwel altijd eerder dan het eerste; van een boeteverhoor is volgens Stijnen sprake bij elk verhoor dat plaatsvindt na een gerezen verdenking, wat hij mede afleidt uit de geannoteerde uitspraak van de ABRvS.

Read More
Print Friendly and PDF ^

TBS&H themanummer over Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek

Naar aanleiding van de eind vorig jaar gepubliceerde Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek zijn diverse auteurs voor het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving in de pen geklommen. Dat heeft geresulteerd in een rijk geschakeerd themanummer, waarin vanuit uiteenlopende perspectieven wordt gereflecteerd op de implicaties en reikwijdte van de nieuwe Aanwijzing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwas-stoelendans: van bekend naar onbekend gronddelict

Op 17 juni 2025 wees het hof Den Bosch een arrest in een zaak waarin verdachte werd verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan witwassen door vals geld om te zetten in echt geld. Het hof kwam tot een integrale vrijspraak wegens het ontbreken van overtuigend bewijs dat het gestorte geld daadwerkelijk vals was. Ook een beroep op het witwasstappenplan, dat tijdens de laatste inhoudelijke behandeling als last resort werd ingezet voor het bewijs van schuldwitwassen, mocht niet baten. En dat is niet zonder reden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strafbaarstelling van ongeoorloofde beïnvloeding onder de voorgestelde Corruptierichtlijn

Het artikel behandelt de strafbaarstelling van ongeoorloofde beïnvloeding onder de voorgestelde Corruptierichtlijn van de Europese Commissie. "Ongeoorloofde beïnvloeding" of "handel in invloed" kan verkort worden beschreven als het aanbieden of aannemen van een voordeel met het oog op het beïnvloeden van besluitvorming door ambtenaren. Het artikel bespreekt juridische en praktische uitdagingen bij de implementatie van deze strafbaarstelling in Nederland, waar het Wetboek van Strafrecht (nog) geen expliciet vergelijkbaar delict kent. Het benadrukt ook de noodzaak van transparantie en regulering van lobbyactiviteiten om corruptie te bestrijden, voor over te gaan tot aanwenden van het strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwasbestrijding met kunstmatige intelligentie. Een voorverkenning van artificiële beoordeling van transacties bij of door banken onder de AI-Act

De wetgever heeft de voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering vereiste oordeelsvorming inzake het al dan niet verdacht zijn van een bepaalde transactie overgelaten aan de financiële instellingen waarop een meldplicht rust. Deze instellingen bepalen tot op grote hoogte zelf – subjectief – of voor hen in het concrete geval wel of niet de verplichting bestaat om een transactie te melden. Kunstmatige intelligentie lijkt een krachtig middel te kunnen zijn om deze beoordeling te ondersteunen. De inzet van AI-systemen komt echter niet zonder juridische uitdagingen. Cruciaal is de kwaliteit van de kunstmatige oordeelsvorming in juridische zin te operationaliseren zodat het systeem transacties adequaat classificeert in het licht van de norm van de meldplicht. Maar een relevant redelijk vermoeden ten aanzien van transacties valt niet aan te nemen op grond van uitsluitend de output van het systeem. Alleen al omdat AI-systemen niet juridisch redeneren en (dus) ook niet kunnen bepalen wat in het concrete geval redelijk (en billijk) is. Dat betekent dat op AI gebaseerde systemen voor witwasbestrijding niet méér kunnen – en dus ook niet zouden moeten – zijn dan een hulpmiddel voor menselijke bankmedewerkers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het stappenplan in witwaszaken: grote stappen, snel thuis?

Dit jaar is het vijftien jaar geleden dat de Hoge Raad het Air Holland-arrest wees. In dit arrest vond de Hoge Raad het niet onbegrijpelijk dat het Hof Den Haag in een witwaszaak een bepaald stappenplan had gevolgd voor het bewijs van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Dit stappenplan was in de lagere rechtspraak ontwikkeld voor witwaszaken waarin qua herkomst geen verband viel te leggen tussen het ten laste gelegde voorwerp en een concreet misdrijf. Met dit arrest en een vergelijkbaar arrest van dezelfde datum, heeft de Hoge Raad in feite het stappenplan in witwaszaken aanvaard. Na vijftien jaar bestaat er aanleiding om dit stappenplan te evalueren. Want hoewel het stappenplan op het eerste gezicht heel overzichtelijk is en in de loop der tijd nauwelijks is aangepast, levert de toepassing daarvan in de praktijk soms toch de nodige hoofdbrekens op. In dit artikel wordt in kaart gebracht tegen welke problemen feitenrechters bij de toepassing van het stappenplan kunnen aanlopen en wordt daarbij telkens een mogelijke oplossingsrichting geboden.

Read More
Print Friendly and PDF ^