Artikel: Militair strafrecht en militair optreden in het ruimte- en informatiedomein

De Nederlandse krijgsmacht treedt behalve op land, ter zee en in de lucht steeds meer op in het ruimte- en informatiedomein. In het artikel wordt het belang voor de partijen in het militair strafproces verkend om voldoende kennis te vergaren over de aard van het militair optreden in deze twee nieuwe domeinen. Daartoe wordt kort beschreven wat de twee nieuwe domeinen inhouden en waar deze zijn geïncorporeerd in de organisatie van de krijgsmacht. Verder wordt de noodzaak om tot een ruimere interpretatie van aanbeveling 2 van de Commissie Borghouts te komen beschreven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over schurftige schapen, natte geiten, dorstige honden en dikke eekhoorns

Dit artikel geeft een update van twee eerdere artikelen die in dit tijdschrift verschenen. In de eerste plaats wordt jurisprudentie ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding besproken in Wet dieren-zaken. Daarnaast wordt de ondergrens van het onthouden van de nodige zorg, artikel 2.2 lid 8 Wet dieren, besproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belastingfraude kan niet altijd worden witgewassen

In deze editie past een annotatie bij een arrest dat ook een, zij het tweede, lustrum viert. Dit betreft het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2008, waarin de Hoge Raad oordeelde dat ook een fiscaal delict als gronddelict voor witwassen kan gelden. Voor de fiscale strafrechtpraktijk was dit arrest van groot belang, omdat tot dan toe steeds werd bepleit dat fiscale fraude geen witwassen kon opleveren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De hoogtepunten uit vijf jaren milieustrafrechtjurisprudentie

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de jurisprudentie op het gebied van het milieustrafrecht over de afgelopen vijf jaren (2013-2018). De zaken tegen Odfjell, Trafigura, Dow Benelux en Chemiepack komen aan de orde. Daarnaast wordt jurisprudentie behandeld waaruit volgt dat rechters kritisch beoordelen of het OM ontvankelijk is, of de relevante delictsbestanddelen bewezen kunnen worden, of voldaan is aan de vereisten voor daderschap en/of deelneming en of de overtreding opzettelijk is begaan. Ook worden relevante ontnemingsuitspraken gesignaleerd. De auteur sluit af met een blik op de toekomst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Jurisprudentiële ontwikkelingen over het samenhangcriterium van de ‘b-grond’ in de Wet Bibob

Uit de recente jurisprudentie over de Wet Bibob blijkt dat soms onduidelijkheid bestaat over de vraag wanneer strafbare feiten voldoende samenhang vertonen met activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd of verleend. Uit jurisprudentie blijkt enerzijds dat sprake is van voldoende samenhang, indien de vergunning het plegen van strafbare feiten kan faciliteren. Anderzijds is het uitgangspunt van de Afdeling dat de horecabranche zeer kwetsbaar is voor (bepaalde) overtredingen, zodat zonder al te veel problemen – in de horecabranche – een samenhang wordt aangenomen tussen de strafbare feiten en de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd of is verleend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Amerikanisering van corruptiebestrijding

Het lijkt erop dat het Nederlandse handhavingsbeleid op het terrein van buitenlandse corruptie steeds meer ‘amerikaniseert’, en daarmee aansluit bij een algemene trend die volgens Van Swaaningen al meer dan dertig jaar zichtbaar is in het Nederlandse strafrecht. In deze bijdrage verklaren de auteurs deze ontwikkeling op het terrein van antibuitenlandse corruptie allereerst vanuit het perspectief van Amerikaans buitenlands beleid, dat onder meer tot doel heeft te zorgen dat buitenlandse staten meer gaan handhaven. Vervolgens beschouwen wij de stand van zaken met betrekking tot buitengerechtelijke afdoening in Nederland, in het bijzonder de hoge of bijzondere transactie en de strafbeschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De toekomst van de kroongetuige in het Nederlands strafproces

Bij de discussie over de toekomst van de kroongetuige in Nederland kunnen in ieder geval drie relevante, onderling samenhangende vragen worden onderscheiden, namelijk: 1. wie willen we als samenleving als kroongetuigen inzetten?; 2. in welk type zaken willen we dat doen? en 3. wat zijn we bereid daar tegenover te stellen in termen van toezeggingen én bescherming?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Caribische strafvordering in de praktijk

In grote trekken komt de strafvordering in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden overeen met de strafvordering in Nederland. Verschillen zijn er ook. De Nederlandse jurist die vertrouwd is met de strafrechtpraktijk in Nederland en voor het eerst te maken krijgt met een Caribische strafzaak, zal dat op zichzelf wel verwachten. Maar in welke hoek moeten de verschillen worden gezocht?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De Vierde anti-witwasrichtlijn nader bekeken voor bepaalde juridische dienstverleners

Deze bijdrage richt zich op de gevolgen van de omzetting van de Vierde anti-witwas-richtlijn voor de juridische dienstverleners, zoals advocaten en notarissen en belastingadviseurs en accountants die werkzaam zijn binnen de Nederlandse vastgoedwereld. Daartoe wordt eerst ingegaan op de reikwijdte van de WWFT. Aansluitend wordt een kort overzicht gegeven van de WWFT-verplichtingen. Vervolgens komen de onderwerpen geheimhouding versus meldplicht en toezicht en handhaving aan de orde. Getoond wordt dat onder de Implementatiewet (van de Vierde anti-witwas-richtlijn) diverse verplichtingen voor juridische dienstverleners worden geïntroduceerd met betrekking tot de risicobeoordelingen onder de WWFT.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Does Conviction Matter? The Reputational and Collateral Effects of Corporate Crime

Critics of deferred prosecution agreements claim they undermine deterrence by lowering the cost to firms from reputational damage or stigma resulting from a criminal settlement. We evaluate whether the choice between a DPA and a guilty plea affects the cost to corporations of reputational damage arising from the reactions of interested outsiders – e.g., customers and suppliers – to the settlement, holding constant other factors such as the offender and offense magnitude. We introduce a framework for this purpose in which differences in the qualitative information that is released at settlement may cause differences in outsider reaction and, thus, the firm’s cost of reputational damage.

Read More
Print Friendly and PDF ^