Is oordeel dat verdachte geldbedragen 'anders dan door misdrijf' onder zich had (verduistering) onverenigbaar met bewezenverklaard misdrijf uit Wtk dat op dezelfde geldbedragen betrekking heeft?
/Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2343
Het middel bevat een tweetal klachten. De eerste klacht luidt dat het arrest van het hof innerlijk tegenstrijdig is, omdat - in de woorden van de steller van het middel - “het hof enerzijds bewezen heeft geacht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf, te weten het feitelijk leiding geven aan overtreding van een voorschrift, gesteld bij art. 82 WTK 1992 opzettelijk begaan door een rechtspersoon tezamen en in vereniging met anderen, en anderzijds bewezen heeft geacht dat de verdachte de geldbedragen die aan de desbetreffende rechtspersoon zijn overgemaakt, anders dan door misdrijf heeft verkregen”.
Read More