HR: Art. 74 Awr staat niet in de weg aan ontneming van niet uit belastingnadeel bestaand wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene die zich ook aan valsheid in geschrift heeft schuldig gemaakt

Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1716

Het hof heeft geoordeeld dat artikel 74 AWR niet aan ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de weg staat, omdat de betrokkene zich niet alleen aan een fiscaal delict, maar ook aan ‘valsheid in geschrift’ heeft schuldig gemaakt. In dat verband heeft het overwogen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene correspondeert met de opbrengst van de door hem voor zijn diensten in rekening gebrachte prijs en niet met het belastingnadeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer

Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1685

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. De proportionaliteitseis bij noodweer strekt ertoe om niet ook dan een gedraging straffeloos te doen zijn indien zij - als verdedigingsmiddel - niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De in dat verband - tot terughoudendheid nopende - maatstaf luidt of de gedraging als verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De keuze van het verdedigingsmiddel en de wijze waarop het is gebruikt, staan bij de beoordeling van de proportionaliteit centraal.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Slechts sprake van ‘eigen waarneming’ van de rechter indien waarneming is gedaan door rechters die deel uitmaken van samenstelling die bestreden uitspraak heeft gewezen

Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1682

Het cassatiemiddel klaagt onder meer met betrekking tot het onder 3 bewezenverklaarde feit, dat het hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een “eigen waarneming” die het hof in een andere samenstelling heeft gedaan dan de samenstelling die het bestreden arrest heeft gewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. gevallen waarin sprake kan zijn van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ (art. 6:106 aanhef en onder b BW)

Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1642

Van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Politieambtenaar treft in privétijd hennepkwekerij aan in woning van vriend: ontdekking gedaan in het kader van voorbereidend onderzoek?

Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:945

In deze zaak staat de vraag centraal of het handelen van verbalisant betrokkene 1 binnen het voorbereidend onderzoek valt. Daarbij speelt een rol of hij heeft gehandeld als politieambtenaar, tevens opsporingsambtenaar, of als burger.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Bij de beoordeling of door het OM is voldaan aan de criteria van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude moet worden uitgegaan van gegevens die ten tijde van de vervolgingsbeslissing bekend waren

Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1496 en ECLI:NL:HR:2020:1497

Bij de beantwoording van de vraag of het openbaar ministerie terecht heeft geoordeeld dat voldaan is aan de criteria van de Aanwijzing, moet worden uitgegaan van de gegevens die ten tijde van de vervolgingsbeslissing aan het openbaar ministerie bekend waren (vgl. HR 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT2105).

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. een fiscaal pleitbaar standpunt dat betrekking heeft op een belastingaangifte a.b.i. de AWR

Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1504

Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzet van de verdachte en bevat onder meer een deelklacht over het oordeel van het hof dat het standpunt dat bij de verkoop van het pakket a-straat 1 geen omzetbelasting was verschuldigd, niet kan worden aangemerkt als een pleitbaar standpunt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming: HR herhaalt regels voor toerekening van voordeel aan betrokkenen

Hoge Raad 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1515

Wat betreft de mate van toerekening van het voordeel aan de betrokkene geldt niet de eis dat de daaraan ten grondslag liggende feiten en omstandigheden aan wettige bewijsmiddelen moeten zijn ontleend. Voldoende is dat die feiten en omstandigheden, zoals een bepaalde rolverdeling, uit het onderzoek op de terechtzitting zijn gebleken. (Vgl. HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2142.)

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herzieningsaanvraag na veroordeling wegens oplichting. HR herhaalt vereisten aanvraag.

Hoge Raad 22 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1451

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv

Hoge Raad 22 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1459

Het middel keert zich tegen de bewijsconstructie met de klacht dat niet is voldaan aan de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv. De (steun)verklaring van de moeder van de aangever berust in wezen op de informatie die zij twee of meer dagen na het gestelde incident van de aangever zelf heeft gekregen. Nu zowel de aangifte (bewijsmiddel 1) als de getuigenverklaring van de moeder van de aangever (bewijsmiddel 2) zijn gestoeld op dezelfde bron (de aangever), is niet voldaan aan het voorgeschrevene in artikel 342 lid 2 Sv, althans betreft het hier een grensgeval. In ieder geval had het hof zijn beslissing nader moeten motiveren.

Read More
Print Friendly and PDF ^