Hoge Raad grijpt niet meer ambtshalve in bij verjaring in strafzaken als cassatieadvocaat daar niet over klaagt, terwijl dat wel mogelijk was

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2022

Het recht tot strafvordering wegens verjaring vervalt zowel indien de termijn van verjaring is vervuld voor de aanvang van het geding als indien zij tijdens de loop van het geding is vervuld. Dit brengt mee dat zowel de rechter in eerste aanleg, als die in hoger beroep als die in cassatie in de hiervoren omschreven gevallen onderzoek behoort te doen naar de mogelijke niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging wegens verjaring en daarvan in zijn uitspraak dient te doen blijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van ruim 1,5 miljoen euro in zaak Baybaşin blijft in stand

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023

De uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch in de ontnemingszaak tegen Baybaşin waarbij een ontnemingsmaatregel van ruim 1,5 miljoen euro werd opgelegd, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist. Baybaşin werd in 2002 in de strafzaak tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens onder andere het medeplegen van moord en pogingen tot uitlokking daartoe, het medeplegen van gijzeling en het als bestuurder deelnemen aan een criminele organisatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Algemene opmerkingen HR over aanhoudingsverzoeken wegens verhindering verdachte of advocaat & de wijze waarop deze verzoeken dienen te worden onderbouwd en beoordeeld

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1934

De verdachte heeft ingevolge het Wetboek van Strafvordering het recht de rechter te (doen) verzoeken de behandeling van zijn zaak aan te houden wegens zijn verhindering of de verhindering van zijn raadsman bij de behandeling aanwezig te zijn. Nu dergelijke verzoeken in de praktijk vaak worden gedaan, vindt de Hoge Raad het nuttig om aan de hand van zijn eerdere rechtspraak enkele algemene opmerkingen te maken over de wijze waarop deze verzoeken dienen te worden onderbouwd en door de rechter te worden beoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Middel gericht tegen OVAR in hoofdzaak aan te merken als middel van cassatie in ontnemingszaak?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1947

Het middel voert aan dat het hof ten onrechte de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft afgewezen met een verwijzing naar het ontslag van rechtsvervolging dat het hof in de strafzaak tegen verdachte op 25 januari 2017 ten aanzien van het onder twee bewezenverklaarde heeft uitgesproken. De steller van het middel meent dat verdachte ten onrechte van alle rechtsvervolging is ontslagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie over toepassing art. 9a Sr. Strafreductie met 100% op grond van de schending van de redelijke termijn onbegrijpelijk?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1944

Anders dan het middel betoogt is 's Hofs toepassing van art. 9a Sr toereikend gemotiveerd. Gelet op al hetgeen waarop het Hof acht heeft geslagen, waaronder de omstandigheid dat ten tijde van het bestreden arrest de gehele procedure ruim zes jaren bestreek, doet aan de begrijpelijkheid van die beslissing niet af dat volgens het middel de redelijke termijn in eerste aanleg niet met drie jaren, zoals het Hof heeft vastgesteld, maar met twee jaren en drie maanden is overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hadden inbeslaggenomen stukken en vastgelegde gegevens, waaronder geheimhoudersstukken, met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan RC moeten worden voorgelegd?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1960

Het middel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het beklag door de Rechtbank en in het bijzonder tegen de verwerping van klaagsters stelling dat de inbeslaggenomen stukken en de vastgelegde gegevens, waaronder zich geheimhoudersstukken bevinden, ten onrechte niet met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan de Rechter-Commissaris zijn voorgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. voorwaarden voor gebruik van redengevende f&o voor bewezenverklaring, die niet in b.m. zijn vermeld

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1958

Het tweede middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van feit 3 niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid. Het middel voert daartoe onder meer aan dat de bewezenverklaring van het opzettelijk onvolledig laten doen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008 door zijn belastingadviseur, door het Hof onvoldoende met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevolgen vernietiging strafzaak voor beslissing ontnemingszaak

Hoge Raad 14 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1016 (gepubliceerd op 17 oktober 2018)

Ingevolge het vierde lid van art. 557 Sv kan een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, immers eerst worden tenuitvoergelegd nadat en voorzover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voorzover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag woonhuis klaagster i.h.k.v. strafzaak tegen echtgenoot voor gewoontewitwassen: HR herhaalt overwegingen situatie waarin beslag rust op inbeslaggenomen voorwerp en derde teruggave verzoekt

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1952

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter in een geval als het onderhavige, waarin op de voet van art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure op de voet van art. 552a Sv om teruggave verzoekt, als maatstaf moet aanleggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk moet geven. Indien die derde als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de situatie van art. 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beraadslaging in hoger beroep n.a.v. het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep ex art. 422 lid 2 Sv

Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1887

Het middel klaagt dat het hof in strijd met art. 422, tweede lid, Sv slechts heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep. De toelichting houdt in dat in het arrest is opgenomen dat het is gewezen ‘naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep’. Op grond van artikel 422, tweede lid, Sv dient de beraadslaging in hoger beroep eveneens te geschieden naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte zou door het niet naleven van dit voorschrift in zijn belangen zijn geschaad.

Read More
Print Friendly and PDF ^