HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. oplichtingsmiddelen. Heeft verdachte, door het verhelen van het overlijden van haar moeder, uitkeringsinstanties bewogen tot afgifte van geldbedragen?

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1054

Het middel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten voor zover het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte telkens door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in art. 326 Sr de Sociale Verzekeringsbank respectievelijk de Stichting Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM heeft bewogen respectievelijk heeft gepoogd te bewegen tot de afgifte van geldbedragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

“Toebehoren” i.d.z.v. art. 310 Sr?

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1074

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde voor zover behelzende dat de verdachte een geldbedrag heeft weggenomen "toebehorende aan betrokkene 1 en/of A" ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Wet op de economische delicten biedt geen grondslag om de kosten van vernietiging van inbeslaggenomen goederen op verdachten te verhalen

Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1134

Het middel houdt in dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de kosten van vernietiging van de inbeslaggenomen gewasbeschermingsmiddelen, waarvan het hof heeft vastgesteld dat die illegaal op de markt zijn gebracht en moeten worden onttrokken aan het verkeer, niet op grond van art. 8 aanhef en onder c van de Wet op de economische delicten (hierna: WED) op de verdachte zijn te verhalen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. eendaadse samenloop en voortgezette handeling en de vrijheid van de feitenrechter bij de strafoplegging

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1068

Voor de eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het "wilsbesluit") zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Middel doet een beroep op rechtspraak van de HR over i.h.b. de kwalificeerbaarheid als witwassen van “verwerven of voorhanden hebben” van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1069

Het middel doet een beroep op rechtspraak van de Hoge Raad over in het bijzonder de kwalificeerbaarheid als witwassen van het "verwerven of voorhanden hebben" van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:702, NJ 2014/302 en HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842, NJ 2017/218). Met die rechtspraak wordt gedoeld op het "verwerven of voorhanden hebben" als bedoeld in het eerste lid onder b van art. 420bis Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie: Vrijstelling van in art. 10.2 lid 1 Wet milieubeheer vervat verbod zich te ontdoen van afvalstoffen door deze buiten inrichting te storten

Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1086 en ECLI:NL:HR:2018:1076

Het middel keert zich tegen het oordeel van het Hof dat de verdachte een beroep toekomt op de vrijstelling van het in art. 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer vervatte verbod zich te ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting te storten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hond vatbaar voor verbeurdverklaring ex art. 33a Sr?

Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:996

Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat de hond van de verdachte kan worden aangemerkt als een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen uit m.b.t. berekeningswijze van eenvoudige kasopstelling

Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1012

Het middel klaagt dat de schatting door het Hof van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende is gemotiveerd. Daartoe wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat uit de bestreden uitspraak niet blijkt of het Hof toepassing heeft gegeven aan het tweede dan wel het derde lid van art. 36e Sr en ook niet of aan de in die bepalingen gestelde toepassingsvoorwaarden is voldaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schadevergoedingsmaatregel: kosten vanwege aanwezigheid zitting rechtstreekse schade?

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:905

Het middel klaagt dat een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd ten aanzien van kosten die volgens de steller van het middel vallen onder proceskosten, terwijl deze kosten niet gelden als rechtstreekse schade.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling niet voldoen aan vordering ex artt. 21 en 24a WED & Bewijs opzet ex art. 26 WED

Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:902

Voor de kwalificatie "medeplegen van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens de artikelen 21 en 24a van de Wet op de economische delicten, gedaan door een opsporingsambtenaar" is onder meer vereist dat is bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens art. 21 en 24a WED gedane vordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^