Bewezenverklaring niet-ambtelijke omkoping ondanks dat inspanningen hebben plaatsgevonden vóór de tenlastegelegde periode, betalingen zijn verricht in de tenlastegelegde periode

Gerechtshof Amsterdam 18 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2945

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat voldoende is bewezen dat de betalingen hebben plaatsgevonden omdat Naam01 in zijn dienstbetrekking bij Stichting GGZ plaats01 /Stichting stichting01 iets zou doen of heeft gedaan. Daarbij gaat het om inspanningen zodat bedrijf02 de opdracht tot het inkoopverbetertraject zou verkrijgen. Deze inspanningen hebben weliswaar plaatsgevonden vóór de tenlastegelegde periode, maar de betalingen zijn verricht in de tenlastegelegde periode en dat is het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt. Daarnaast heeft Naam01 zich ingespannen om de variabele beloningen te verkrijgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak rechtspersoon van valsheid in geschrifte nu omschrijving op facturen niet vals is: dat bedragen niet in redelijke verhouding staan tot verrichte diensten maakt facturen niet vals

Gerechtshof Den Haag 24 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2319

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat sprake is van het opmaken van 24 valse facturen, waarbij de valsheid van die facturen erin gelegen is dat daarin ten onrechte werk in rekening wordt gebracht voor “bemiddeling financiering”, terwijl van dergelijke werkzaamheden geen sprake zou zijn geweest. Het hof is van oordeel dat de omschrijving op de facturen niet als vals kan worden aangemerkt. Er is immers in enige mate bemiddeld bij de totstandkoming van derivatencontracten die dienden ter financiering van de activiteiten van de betreffende corporaties. Dat de bedragen die daarmee gemoeid waren niet in een redelijke verhouding staan tot de verrichte diensten en dat die bedragen werden overgemaakt in het kader van een afspraak om de dankzij de bemiddeling gerealiseerde omzet te delen, maakt die facturen daarmee nog niet vals.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor meermalen feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen

Gerechtshof Amsterdam 27 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2848

De Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen feitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen. Twee vennootschappen hebben in het kader van de Seed Capital regeling diverse geldbedragen ontvangen van het startersfonds BV 1. De vennootschappen speelden een rol in zogenoemde kasrondes waarin de ten behoeve van die vennootschappen ontvangen gelden, die toebehoorden aan bedrijf, werden rondgepompt. Middels het doorstorten van de gelden naar verschillende (rechts)personen, waardoor de herkomst van het geld werd verhuld, leverde de Verdachte als feitelijk leidinggever van die gedragingen een essentiële bijdrage aan het witwassen van die gelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling bedrijf na ontsmetten honderden pluimveestallen met bestrijdingsmiddel waar het verboden en schadelijke fipronil in zat

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10057

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het op de markt brengen van fipronil, waarvan zij wist of had moeten weten dat dit schadelijk was voor het leven of de gezondheid, terwijl zij dit schadelijk karakter verzweeg voor de afnemers. Verdachte heeft ook enkele andere verboden biociden in voorraad gehad en gebruikt. Door dit middel zomaar op de land 1 markt te brengen, heeft Verdachte het doel dat met de nationale en Europese regelgeving op het gebied van de gezondheid van mensen en dieren en van het milieu wordt gediend, doorkruist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fiscale fraude: Integrale vrijspraak verdachte die als accountant / financieel adviseur werkzaam was voor de B.V.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 21 november 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3893

Verdachte is door de B.V. mede aangetrokken om de administratie op orde te brengen. Daardoor was er geen opzet van de B.V. om de administratie zodanig te voeren dat er een niet sluitende administratie was waardoor niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de B.V. en andere voor de heffing van belasting van belang zijnde gegevens konden worden gekend. Omdat de Verdachte zich er juist voor inspande om de administratie van de B.V. op orde te krijgen en daarnaast niet hijzelf maar de B.V. de administratieplichtige is in de zin van art. 52 lid 2 AWR, wordt hij ook hiervoor vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

5 jaar later: lagere straffen voor omkoping bij woningcorporatie Vestia, korting voor klokkenluiden, overwegingen over lasthebberschap

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt twee mannen voor omkoping bij woningcorporatie Vestia. Dit 5 jaar na de uitspraak in eerste aanleg. Een van de mannen was de treasurymanager van de woningcorporatie en maakte – in strijd met de afspraken - gebruik van een tussenpersoon. De tussenpersoon kreeg voor iedere transactie een fee betaald door de bank, waarna hij de helft betaalde aan de treasurymanager. In totaal werd op die manier een bedrag van ongeveer €10 miljoen euro betaald aan de treasurymanager van Vestia. Het hof legt de treasurymanager een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De tussenpersoon krijgt een taakstraf van 460 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Sumo-zaak: Hof legt verdachten in belastingfraudezaak van restaurantketen geen straffen op

Het gerechtshof Den Haag oordeelt dat 8 verdachten gedurende een periode van ongeveer 7 jaar voor een aanzienlijk bedrag belastingfraude pleegden. In dat verband vormden de verdachten een criminele organisatie. De verdachten pleegden belastingfraude door hun omzet af te romen, om met dat geld een deel van het loon van het personeel zwart uit te betalen. Dit zijn feiten waarvoor in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Daar ziet het hof van af vanwege diverse omstandigheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Pioneer: veroordeling vermogensbeheerder voor niet-ambtelijke omkoping. Boekenonderzoek private equity-deal verhinderde strafvervolging niet.

Gerechtshof Amsterdam 21 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2189

BV X hield zich bezig met effectenhandel, vermogensbeheer en bemiddeling. Haar bestuurder en enig aandeelhouder was A. B was senior portfoliomanager bij NV C en onder meer verantwoordelijk voor de private equity en hedge fondsen van NV. A en B ontmoetten elkaar in de zakelijk sfeer en raakten met elkaar bevriend. De Asset and Liability Committee (ALCO) van NV C concludeerde in 2014 dat NV C haar equity-positie moest terugbrengen met het oog op de vereisten uit de Solvency II-richtlijn. Er werd een projectgroep geformeerd waaraan B deelnam. B vroeg A of hij partijen kende die in deze portefeuille geïnteresseerd zouden zijn. A kwam met bedrijf D en dacht als intermediair van D bij een geslaagde aankoop van de portefeuille 2% van de koopprijs van circa € 400 miljoen te kunnen verkrijgen en stelde B voor om die provisie 50/50 te verdelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in zaak over overbrenging van een afvalstof (asfaltgranulaat) van Nederland naar Litouwen

Gerechtshof Den Haag 8 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2142

De verdachte wordt vrijgesproken voor feit 1 (overbrenging van een afvalstof in strijd met artikel 2, onder 35 sub e EVOA). Niet kan worden vastgesteld of t.a.v. de betreffende afvalstof in Litouwen een vergunningplicht voor de ontvangende inrichting bestond. Dit betreft een essentieel onderdeel van de tenlastelegging. De dagvaarding van feit 1 kan niet zo worden begrepen dat daarmee (tevens) handelen in strijd met artikel 18 EVOA is tenlastegelegd, zoals gesteld door de advocaat-generaal. Ook volgt vrijspraak voor feit 2 (het zich opzettelijk ontdoen van een afvalstof door afgifte aan een ander). Afgifte in de zin van artikel 10.37 Wm kan niet worden bewezen, nu de werking van dat artikel, gelet op het territorialiteitsbeginsel, tot Nederland is beperkt en de afgifte in Litouwen plaatsvond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak over “veranderen” van (de werking van een) inrichting

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 8 november 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3694

Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat de wetgever met het in artikel 8.1, lid 1, Wm neergelegde verbod om (de werking van) een inrichting zonder een daartoe verleende vergunning te veranderen, het oog heeft gehad op gevallen waarin de verandering ertoe leidt dat “de toegestane milieubelasting van de inrichting” wordt overschreden. Mede in dit licht bezien moet worden aangenomen dat artikel 8.1, lid 1, Wm ook van toepassing is in gevallen waarin de verandering weliswaar niet een werkwijze of activiteit betreft die specifiek in de eerder verleende vergunning is omschreven, maar die verandering wel leidt tot een andere inrichting of tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die de inrichting ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mocht veroorzaken. De opvatting dat slechts dan sprake is van het “veranderen” van (de werking van) de inrichting in de zin van artikel 8.1, lid 1, Wm als het gaat om een verandering van een werkwijze of activiteit die deel uitmaakt van de vergunde activiteiten zoals omschreven in de eerder verleende vergunning, is te beperkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^