Art. 530 Sv verzoek: terughoudendheid bij vergoeden van kosten rechtsbijstand van op of na datum einduitspraak

Gerechtshof Amsterdam 20 juli 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2233

Uit de bij het verzoekschrift overgelegde urenstaat blijkt dat op de dag van de vrijspraak, 12 januari 2021, 1 uur en 20 minuten geschreven wordt voor de ‘bestudering van het arrest’ en de ‘nabespreking van het arrest’. In de periode die daarop volgt, tot en met 3 april 2021, wordt nog eens 3 uur en 30 minuten gedeclareerd, onder andere voor: ‘bespreking dossier’, ‘afsluitend gesprek’, ‘archivering dossier’. Het hof is van oordeel dat terughoudend dient te worden omgegaan met het vergoeden van kosten ter zake rechtsbijstand, ingeval het de vergoeding betreft van uren die gemaakt zijn op of na de datum van de einduitspraak. Uitsluitend noodzakelijk kosten die voldoende gemotiveerd zijn, komen voor vergoeding in aanmerking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek vergoeding gemaakte kosten rechtsbijstand (art. 530 Sv) in geval van fixed fee

Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2438

De gewezen verdachte en zijn raadsman, mr. Van Vliet, hebben indertijd afgesproken dat in eerste aanleg en hoger beroep rechtsbijstand zou worden verleend voor een vooraf vastgesteld bedrag (fixed fee). De raadsman heeft gelet op die gemaakte afspraakgeen tijd geschreven, zodat een urenspecificatie ontbreekt. Het hof overweegt dat op zichzelf geen bezwaar bestaat tegen het verlenen van rechtsbijstand voor een vast bedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof matigt vergoeding kosten rechtsbijstand ex art. 530 Sv in fraudezaak met 90%

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8192

Het hof wijst een vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand in een fraudezaak. Verzocht is om bijna € 1 miljoen en toegewezen wordt € 121.000. Het hof heeft in aanmerking genomen dat de RC zes getuigen heeft gehoord, dat de verdachte niet in voorlopige hechtenis is genomen, dat het proces-verbaal van de FIOD vier ordners van in totaal 1.225 pagina’s beslaat inclusief twee ordners met documenten en dat de voorliggende rechtsvragen niet bovengemiddeld ingewikkeld zijn en het feitencomplex overzichtelijk is. Het hof is van oordeel dat de door de raadsman en zijn kantoorgenoten in rekening gebrachte uren – ruim tweeduizend – mede gelet op het voor een groot deel gehanteerde uurtarief van € 485-510 in geen verhouding staan tot de aard, omvang en complexiteit van de zaak. Het is aannemelijk dat vele in het strafrecht gespecialiseerde advocaten voor een bedrag van € 121.000 aan honorarium en kostenvergoeding een verdediging van hoog niveau zouden hebben kunnen en willen voeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vervolging oplichten Universiteit Utrecht en Tilburg en valsheid in geschrifte: Geen oplegging straf of maatregel ondanks dat geen strafmaatverweer is gevoerd door verdediging

Rechtbank Amsterdam 2 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4002

Verdachte is vervolgd voor het medeplegen van het oplichten van Tilburg University en de Universiteit Utrecht alsook valsheid in geschrifte ten aanzien van declaraties gericht aan deze universiteiten en een Aanstellingsformulier en een Aanstellingsbrief van de Universiteit Utrecht op naam van verdachte. De rechtbank acht dat de feiten m.b.t. de Universiteit Utrecht zijn verjaard. De pleegperiode betrof 2006-2007. De feiten zijn aan het licht gekomen door onderzoek volgend op een aangifte van Tilburg University in 2016. De verdachte wordt (enkel) voor het medeplegen van valsheid in geschrifte veroordeeld. De rechtbank legt echter geen straf of maatregel op. De strafbare handeling is relatief beperkt. Daarbij heeft verdachte, schijnbaar klakkeloos, gedaan wat zijn vrouw (en medeverdachte 1) hem vertelde te doen. De betreffende valse factuur is uit november 2008. Sindsdien is bijna 12,5 jaar verstreken. De factuur is niet alleen oud, er is ook sprake van een formele overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verdachte klaagt over eigen niet-vervolging (sepot): rechtstreeks belang, beklag gegrond & bevel tot instellen vervolging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7095

In beginsel heeft een verdachte niet als rechtstreeks belanghebbende kunnen worden aangemerkt, nu van hem niet kan worden gezegd dat hij een objectief bepaalbaar belang heeft bij een tegen hem ingestelde strafvordering. De jurisprudentie laat evenwel zien dat op dit uitgangspunt in een beperkt aantal gevallen een uitzondering mogelijk is. Naar het oordeel van het hof is in deze zaak sprake van zo’n uitzondering. In casu gaat het om een jongvolwassene die door het gekozen beleidssepot zijn werk niet meer kan uitoefenen. Bij die stand zaken is het hof van oordeel dat sprake van een uitzonderingssituatie en kan klager worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende. Klager is derhalve ontvankelijk in zijn beklag.

Read More
Print Friendly and PDF ^