Advocaat stelt zich niet volgens de regels. AG concludeert dat er ruimte is voor coulance.

Parket bij de Hoge Raad 6 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:345

In de cassatieschriftuur wordt – onder verwijzing naar HR 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250 – de stelling betrokken dat de email “bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als stelbrief in de zin van art. 38 Sv (…), zodat aan de raadsvrouw krachtens art. 48 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep had moeten worden verzonden.” Nu dat niet is gebeurd, is van een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep buiten aanwezigheid van de verdachte en haar raadsvrouw geen sprake geweest, en moet het arrest worden vernietigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer dient een zaak door de economische kamer in hoger beroep te worden behandeld?

Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:347

Het eerste middel klaagt dat de zaak in hoger beroep ten onrechte is behandeld en berecht door de economische kamer van het hof. In de toelichting wordt aangevoerd dat Uw Raad strikt vasthoudt aan het in de artikelen 52 WED en 64 Wet RO ‘gegeven bevoegdheidscriterium, inhoudende dat de bevoegdheid van de economische kamer in hoger beroep enkel afhankelijk is van de vraag of vonnis is gewezen door de economische kamer van de rechtbank’. Daarbij wijst de steller van het middel op HR 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1182.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Binnendringen in een woning bij een ander in gebruik kan alsnog wederrechtelijk zijn als dit gebeurt met toestemming van de eigenaar van de woning

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:426

Voor zover het cassatiemiddel berust op de opvatting dat het binnendringen in een woning bij een ander in gebruik niet “wederrechtelijk” kan zijn als dit gebeurt met toestemming van de eigenaar van de woning, faalt het omdat die opvatting in zijn algemeenheid onjuist is. Daarbij is van belang dat artikel 138 Sr het huisrecht van een ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning, beoogt te beschermen (vgl. HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4943).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ne bis in idem, deelneming aan criminele organisatie en latere vervolging voor concreet delict

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:387

In de situatie waarin een verdachte wordt of is vervolgd voor deelneming aan een criminele organisatie en diezelfde verdachte nadien ook wordt vervolgd voor een met zijn deelneming aan deze criminele organisatie samenhangend concreet delict, kan zo’n tweede vervolging voor het concrete delict in bijzondere omstandigheden in strijd komen met het ne bis in idem-beginsel. Daarvan is in de kern genomen sprake indien in de eerdere vervolging de deelneming van verdachte aan de criminele organisatie het begaan van het concrete delict uit de latere vervolging omvatte. Wanneer, zoals in het onderhavige geval, de eerste vervolging betrekking heeft op het door verdachte begaan zijn van een concreet delict en de tweede vervolging het deelnemen aan een criminele organisatie betreft, staat het ne bis in idem-beginsel in de weg aan die latere vervolging voor het deelnemen aan een criminele organisatie als die deelneming van verdachte op niets anders betrekking heeft dan het begaan van het concrete delict waarvoor verdachte al is vervolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Boek: De raadkamerprocedures in strafzaken

De bespreking van de afzonderlijke procedures vindt steevast plaats aan de hand van een helder vast schema met daarin de volgende onderdelen:

  • Een nadere toelichting op de procedure

  • De vermelding van zo mogelijk aanvullend of afwijkend procesrecht

  • Een bespreking van de maatstaf die gehanteerd dient te worden bij de beoordeling

  • De vermelding van praktische overwegingen bij de te voeren procedure en relevante jurisprudentie

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Wanneer is sprake van een voor de verdediging behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging?

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:429

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het gebruik van de verklaring van medeverdachte 1 voor het bewijs verenigbaar is met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), en voert daartoe onder meer aan dat een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van medeverdachte 1 heeft ontbroken, en dat de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaring van medeverdachte 1 rust.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ne bis in idem in European Law

This Article analyses the recent divergence between the two European Courts on the application of ne bis in idem to double-track procedures from the perspective of judicial dialogue and constitutional pluralism. Although major efforts have been made towards convergence over the past decades, recent case law shows that the potential for conflict – and, possibly, incompatibility – remains wherever the incentive to follow the lead of one authority is insufficient. Pushed to find solutions by the resistance of certain national courts to their converging standards, the European Court of Human Rights and the Court of Justice have chosen very different paths to reach a similar, but not identical, compromise solution.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de zittingsrechter tijdens de behandeling van een strafzaak een wrakingsverzoek buiten behandeling laten?

Hoge Raad 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:370

In deze zaak heeft de raadsman namens de verdachte op de terechtzitting van 15 mei 2019 tegen de leden van het hof die met de behandeling van de zaak belast zijn, een wrakingsverzoek gedaan. Op 11 oktober 2018 was ook al een verzoek tot wraking van diezelfde leden van het hof gedaan. De wrakingskamer heeft dat eerdere verzoek afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Towards a European Right to Claim Innocence?

Although there is a European right to fair trial, a presumption of innocence, and a right to appeal, there is no European human rights norm that obligates Member States to allow former suspects to contest their convictions. In a time of growing harmonisation and comparison of criminal procedure approaches between European countries, and in a time in which new scientific options to gather and analyse evidence were developed, the question rises whether there should also be an EU right to claim innocence. And if so, what should it entail?

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt vooropstellingen m.b.t. instelling cassatie door bepaald gevolmachtigde advocaat d.m.v. schriftelijke bijzondere volmacht aan griffiemedewerker (art. 450.3 Sv)

Hoge Raad 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:368

In het onderhavige geval gaat het om een e-mail maar bevindt zich bij de stukken van deze zaak niet een schriftelijke bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450 lid 3 Sv van de advocaat Van der Weide aan de griffiemedewerker. Dit leidt in deze zaak evenwel niet tot het oordeel dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^