Benadeelde partij niet-ontvankelijk: vordering immateriële schade door rechtspersoon

Gerechtshof Den Haag 10 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:850

De verdachte heeft in deze zaak als boekhouder/hoofd administratie meer dan € 200.000 op zijn eigen rekening laten overmaken. Hij wordt veroordeeld voor verduistering in dienstbetrekking (art. 322 Sr). In het onderhavige strafproces heeft bedrijf 1 zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een totaalbedrag van bedrag van € 130.688,68 (te weten € 25.000 aan immateriële schade, € 86.568,68 aan fraudeschade en € 19.120 aan herstelkosten).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: kosten voor werkzaamheden van familielid van benadeelde om oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken rechtstreekse schade

Parket bij de Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:381

In het middel wordt gesteld dat het hof, ondanks dat de vorderingen van de benadeelde partijen in hoger beroep in het geheel niet zijn betwist, deze ambtshalve had moeten afwijzen omdat de aangevoerde materiële schade (kosten voor werkzaamheden van familielid van een van de benadeelden om de oplichting aan het licht te brengen en schade te beperken) niet kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade ten gevolge van het strafbare feit en ook overigens onvoldoende is onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting & de aan het “bewegen” van het slachtoffer te stellen eisen

Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:652

Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring van de onder 4 tenlastegelegde oplichting, in het bijzonder tegen het oordeel van het Hof dat slachtoffer 1 door de gedragingen van de verdachte is bewogen tot de afgifte van een geldbedrag. Het betoogt mede naar aanleiding van wat in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd dat slachtoffer 1 te goedgelovig is geweest en dat "dwaasheid niet wordt beschermd" door art. 326 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Deel vordering benadeelde partij dat ziet op gemaakte onderzoekskosten (naar gepleegde oplichting) niet-ontvankelijk

Rechtbank Oost-Brabant 5 april 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1836

De benadeelde partij heeft toewijzing van materiële schade gevorderd ter hoogte van een bedrag van €449.680,00. Dit betreft het benadelingsbedrag zoals becijferd in het rapport van PWC/I-Tek B.V. Tevens heeft de benadeelde partij in een primaire en subsidiaire variant toewijzing gevorderd van door PWC, I-Tek B.V. en AKD gemaakte kosten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: vordering benadeelde partij kan in buitenlands geld worden toegewezen

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:536

Art. 6:123 BW is ook van toepassing op de onderhavige, in Britse ponden uitgedrukte, vordering van de benadeelde partij. Het Hof heeft deze vordering kunnen toewijzen en de verdachte tot betaling van £ 120.000,00 kunnen veroordelen. In zoverre kan het middel niet tot cassatie leiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over toewijzing vordering benadeelde partij & BTW

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:512

Het Hof heeft in zijn overwegingen als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte schade hebben geleden bestaande uit de voor de leveringen van goederen en diensten gefactureerde bedragen inclusief btw.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rb - in strijd met wet - verdachte veroordeeld tot het betalen van schade

De rechtbank Oost-Brabant heeft vandaag - in strijd met de wet - een verdachte veroordeeld tot het betalen van schade die hij veroorzaakte door een aantal auto’s te beschadigen. Een 45-jarige verdachte maakte zich eind 2018 schuldig aan mishandeling in ’s-Hertogenbosch en het beschadigen van auto’s in Helmond en Nuenen. De schade aan de auto’s was ongeveer 600 euro. De verdachte werd vervolgd voor beide delicten. De twee strafzaken konden niet gevoegd worden behandeld omdat zij waren geregistreerd in twee verschillende administratieve systemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rb: rechtstreeks geleden materiële schade door benadeelde partij vanwege vergoeding aan klanten

Rechtbank Amsterdam 7 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1914

De raadsman heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat geen sprake is van rechtstreekse schade. naam B.V. is niet de gedupeerde, maar haar klanten. Subsidiair dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan ook de schade aan de stofzuiger, die is gebruikt bij het opruimen na een inbraak, als rechtstreekse schade gelden?

Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:247

De benadeelde partij benadeelde 3 heeft in het kader van schoonmaakwerkzaamheden als gevolg van de diefstal met braak gepleegd door de verdachte en zijn mededader schade geleden aan haar stofzuiger. Deze is (zo valt op te maken uit het proces-verbaal van de terechtzitting) door het opzuigen van glassplinters stuk gegaan en daarom heeft de benadeelde partij een nieuwe stofzuiger aangeschaft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij ter zake van (onder meer) materiële schade wegens studievertraging als rechtstreeks gevolg van een zedenmisdrijf

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:214

In zijn overweging heeft het hof geoordeeld dat de benadeelde partij heeft aangetoond dat zij ter zake van studievertraging en collegegeld materiële schade heeft geleden tot een bedrag van €21.376. Deze schade is naar het oordeel van het hof een rechtstreeks gevolg van het onder 2 en 3 subsidiair bewezenverklaarde.

Read More
Print Friendly and PDF ^