Werknemer orchideeënkwekerij vrijuit na verboden gebruik Vydate: geen straf ondanks bewezen medeplegen economisch delict
/Rechtbank Amsterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10927
Een werknemer van twee orchideeënkwekerijen wordt vervolgd voor het medeplegen van economisch delict. Hij heeft Vydate 10G, een giftig gewasbeschermingsmiddel, in strijd met de voorschriften toegepast. Het middel wordt gemengd met bulgur en na het oppotten over de planten gestrooid. De rechtbank acht bewezen dat dit opzettelijk en meermalen is gebeurd in samenwerking met anderen. Vanwege zijn ondergeschikte rol, pensioenstatus en milieubewuste werkwijze legt de rechtbank geen straf op. De dagvaarding is geldig en het verweer over de pleegperiode wordt verworpen.
Context van de zaak
In deze zaak staat een natuurlijk persoon terecht, een inmiddels gepensioneerde werknemer van twee orchideeënkwekerijen, bedrijf 1 en bedrijf 3, die zich bezighouden met het telen van de vlinderorchidee (Phalaenopsis). Binnen deze bedrijven is sprake van een hardnekkige plaag van potworm, een schadelijke bodeminsect die de groei van de planten negatief beïnvloedt. Ter bestrijding daarvan wordt het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G toegepast, dat op dat moment nog is toegelaten. Er gelden echter strikte gebruiksvoorschriften voor de toepassing ervan. De verdachte wordt verweten dat hij samen met de betrokken ondernemingen het middel in strijd met deze voorschriften heeft toegepast door Vydate te mengen met bulgur en over de planten te verstrooien. De verdachte is binnen de kwekerijen verantwoordelijk voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen.
Tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 september 2020 tot en met 16 september 2022 te plaats, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk meermalen handelt in strijd met artikel 55 van Verordening (EG) 1107/2009. Concreet zou bedrijf 1 Vydate 10G niet op juiste wijze hebben gebruikt door het middel te mengen met bulgur en het mengsel na het oppotten van de orchideeën toe te voegen aan de bark dan wel over de planten(potten) te verstrooien.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde feit kan worden bewezen. Volgens het openbaar ministerie is verfeitelijking bij economische delicten niet vereist, zeker niet wanneer uit het dossier en de verklaringen van verdachten voldoende duidelijk blijkt waaruit het verweten handelen bestaat. Voorts vordert het openbaar ministerie een taakstraf van 20 uur voor de verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman voert primair aan dat de dagvaarding nietig verklaard moet worden wegens onvoldoende concretisering van het vermeende strafbare feit. Subsidiair bepleit hij vrijspraak wegens het ontbreken van opzet op het handelen in strijd met de Verordening, althans gedeeltelijke vrijspraak voor wat betreft het ‘toevoegen aan de bark’ en een deel van de pleegperiode. Volgens de verdediging is het gebruik van Vydate eind 2021 reeds beëindigd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwerpt het verweer dat de dagvaarding nietig zou zijn. Uit de tenlastelegging blijkt voldoende concreet welk handelen wordt verweten, mede in samenhang met het dossier. De rechtbank wijst daarnaast op het bijzondere karakter van economische delicten, waarbij een gedetailleerde verfeitelijking niet steeds noodzakelijk is.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte gedurende de gehele pleegperiode, samen met anderen, Vydate 10G op onjuiste wijze gebruikt, te weten door het te mengen met bulgur en dit mengsel over de planten te verstrooien. Voor het onderdeel ‘toevoegen aan de bark’ acht de rechtbank geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden, zodat verdachte op dat onderdeel wordt vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig maakt aan het medeplegen van het opzettelijk meermalen handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening (EG) 1107/2009. Hij doet dit door Vydate 10G in combinatie met bulgur te gebruiken op een wijze die niet verenigbaar is met de gebruiksvoorschriften zoals vastgelegd in de toelating van het middel. De feiten zijn gepleegd over een periode van twee jaar en op twee verschillende locaties.
Strafoplegging
Hoewel het feit als ernstig wordt beschouwd – mede gelet op de risico’s voor mens, dier en milieu die gepaard gaan met het onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen – ziet de rechtbank aanleiding om geen straf of maatregel op te leggen. Daarbij weegt zij mee dat verdachte handelt in opdracht van de ondernemingen, zelf geen leidinggevende functie bekleedt, inmiddels met pensioen is en dat de feitelijke leidinggevenden en rechtspersonen eveneens worden veroordeeld. Ook constateert de rechtbank dat de betrokken ondernemingen inmiddels zijn overgestapt op een alternatieve teeltmethode met klamboes en daarmee het gebruik van Vydate hebben beëindigd. De rechtbank oordeelt dat het opleggen van een straf in dit geval geen redelijk strafdoel dient.
Lees hier de volledige uitspraak.
