Veroordeling voor medeplegen van oplichting bij verkoop van zieke puppy's via Marktplaats, gebruik van vervalste dierenpaspoorten, witwassen en het onthouden van zorg aan honden

Rechtbank Amsterdam 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7986

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte die via Marktplaats ongezonde Pomeriaan puppy's verkocht en daarbij deed voorkomen dat de dieren gezond en juist ingeënt waren. De rechtbank acht medeplegen van oplichting van veertien kopers bewezen, evenals het gebruik van vervalste Bulgaarse dierenpaspoorten met valse vaccinatiestickers. Ook het witwassen van € 101.555 aan contante stortingen wordt bewezen verklaard, omdat de verdachte geen verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van dat geld. Van dierenmishandeling wordt de verdachte vrijgesproken; wel acht de rechtbank bewezen dat hij als houder de nodige zorg aan zieke puppy's heeft onthouden. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uren op en een gevangenisstraf van 180 dagen, grotendeels voorwaardelijk, mede vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaren. Daarnaast geldt voor de duur van vijf jaren een verbod op het houden van honden en andere dieren op grond van artikel 8.11a van de Wet dieren.

Inleiding en context

De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1997. De zaak wordt in eerste aanleg behandeld door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam. Vanaf februari 2022 ontvangt Stichting House of Animals Foundation meldingen over een hondenhandelaar die kopers via Marktplaats zou oplichten en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn zou overtreden. De stichting houdt de handelaar via Marktplaats in de gaten en zet uiteindelijk met hulp van de politie een pseudokoop in. De verdachte wordt op 10 oktober 2022 aangehouden, waarna een strafrechtelijk onderzoek tegen hem start.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt verweten dat hij zich in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van vijftien personen in de periode van 7 juli 2021 tot en met 22 oktober 2023 (feit 1, artikel 326 Sr), het medeplegen van het opzettelijk gebruikmaken van valse of vervalste dierenpaspoorten en vaccinatiestickers (feit 2, artikel 225 Sr), het medeplegen van witwassen van geldbedragen van € 101.555, € 12.731,91 en € 12.950, in totaal € 127.236,91 (feit 3, artikel 420bis Sr), en primair dierenmishandeling dan wel subsidiair het onthouden van de nodige zorg aan dieren (feit 4, Wet dieren).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten bewezen, met dien verstande dat vrijspraak moet volgen voor de oplichting van de pseudokoper, voor het gebruik van drie specifieke dierenpaspoorten en het medeplegen bij feit 2, en voor het onderdeel van feit 4 dat ziet op het te jong scheiden van de puppy's van hun moeder. De officier van justitie vordert een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren, en een houdverbod als bedoeld in artikel 8.11a van de Wet dieren voor de duur van vijf jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit partiële vrijspraak van de feiten 1 en 2. Ten aanzien van feit 3 voert zij aan dat de tenlastelegging partieel nietig is voor zover deze het geldbedrag van € 12.950 betreft, omdat het dossier geen concrete paragraaf of proces-verbaal over die witwasverdenking bevat; subsidiair moet voor dat bedrag vrijspraak volgen. Ook voor het bedrag van € 12.731,91 wordt vrijspraak bepleit en voor het bedrag van € 101.555 partiële vrijspraak. Voor feit 4 bepleit de verdediging integrale vrijspraak. Ten aanzien van de straf verzoekt zij rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Oordeel gerecht

Ten aanzien van feit 1 stelt de rechtbank vast dat de betrokkenheid van de verdachte bij de verkopen vaststaat. De verdachte heeft die betrokkenheid nooit ontkend en heeft verklaard dat hij puppy's via Marktplaats te koop aanbood, verkocht en leverde en daarbij samenwerkte met anderen. De rechtbank acht de afzonderlijke oplichtingen zodanig verweven en overeenstemmend in werkwijze dat de bewijsmiddelen elkaar over en weer ondersteunen, en betrekt deze overeenkomsten als schakelbewijs. De verdachte heeft zich voorgedaan als professionele en ervaren hondenhandelaar die gezonde puppy's verkocht, terwijl de puppy's ernstige gezondheidsproblemen hadden, in vier gevallen zijn overleden, veelal jonger waren dan opgegeven en werden geleverd met vervalste Bulgaarse dierenpaspoorten. Daarmee heeft hij door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels en listige kunstgrepen bij de kopers een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor zij zijn bewogen tot afgifte van de koopprijs. Het oogmerk leidt de rechtbank af uit de voortdurende en ongewijzigde handelwijze: ook na stevige klachten van de eerste kopers en zelfs na zijn aanhouding en verhoor in oktober 2022 is de verdachte op identieke wijze puppy's blijven verkopen, terwijl hij toegezegde vergoedingen van dierenartskosten vrijwel steeds niet nakwam. Uit de verklaring van de verdachte dat hij regelmatig samen met zijn ex-vriendinnen verkocht, dat zij meereisden naar Bulgarije en dat de opbrengsten werden verdeeld, volgt een nauwe en bewuste samenwerking en dus medeplegen. De rechtbank spreekt vrij van het onderdeel over het te jong scheiden van de moeder, omdat de dierenartsen de leeftijd slechts konden schatten, en van de oplichting van de pseudokoper, omdat die niet door de oplichtingsmiddelen is bewogen tot afgifte.

Ten aanzien van feit 2 oordeelt de rechtbank dat de verdachte opzet had op het gebruik van de vervalste dierenpaspoorten. Bij de doorzoeking van zijn woning is een dierenpaspoort aangetroffen met een vaccinatiesticker waarop een datum stond die na de doorzoeking lag, terwijl de verdachte heeft verklaard dat hij de paspoorten altijd zelf bekeek. De paspoorten dienen tot bewijs dat de puppy's zijn ingeënt en zijn daarmee geschriften als bedoeld in artikel 225 Sr. De rechtbank spreekt vrij van het gebruik van drie paspoorten die pas na de tenlastegelegde periode zijn aangetroffen, en van het medeplegen, omdat de verdachte degene was die de paspoorten overhandigde.

Ten aanzien van feit 3 hanteert de rechtbank het zes-stappenplan uit de witwasjurisprudentie, onder verwijzing naar HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352. Voor de contante stortingen van in totaal € 101.555 op een Belgische bankrekening van de verdachte bestaat een gerechtvaardigd witwasvermoeden. De verklaring van de verdachte dat hij € 35.000 zwart verdiende met pakketbezorging voor het bedrijf van zijn ex-vriendin acht de rechtbank ongeloofwaardig wegens tegenstrijdige verklaringen over de duur van die relatie. Voor de gestelde € 25.000 aan bouwklussen in België noemt hij geen achternaam, geen medewerkers en geen berichten waaruit opdrachten blijken. Voor de resterende € 41.555 geeft hij geen enkele verklaring. Het kan daarom niet anders dan dat het bedrag van € 101.555 uit enig misdrijf afkomstig is. Van het medeplegen wordt vrijgesproken. Het nietigheidsverweer over het bedrag van € 12.950 verwerpt de rechtbank, omdat de tenlastelegging mede gelet op het dossier en de vooraf toegezonden conceptwijziging voldoende duidelijk en concreet is. Wel volgt vrijspraak van het witwassen van dat bedrag, omdat de betrokken kopers geen aangifte hebben gedaan, en van het bedrag van € 12.731,91, omdat overboekingen tussen de eigen Nederlandse en Belgische bankrekeningen van de verdachte onvoldoende zijn voor een witwasvermoeden.

Ten aanzien van feit 4 leidt de rechtbank uit de aard en ernst van de gezondheidsklachten en het korte tijdsverloop na de verkoop af dat de puppy's al ten tijde van de verkoop ziek waren en dat dit voor de verdachte kenbaar moet zijn geweest. Niet is gebleken dat hij de zieke puppy's door een dierenarts heeft laten onderzoeken. De vaststelling dat hij zichtbaar zieke puppy's heeft vervoerd en overgedragen zonder een dierenarts te raadplegen brengt echter niet zonder meer mee dat hij pijn of letsel heeft veroorzaakt, zodat de primair tenlastegelegde dierenmishandeling niet kan worden bewezen. Wel heeft hij als houder de nodige verzorging onthouden, zodat het subsidiair tenlastegelegde wordt bewezen. Van de onderdelen over het te jong scheiden van de moeder en het onjuist vervoeren in een auto en vanuit Bulgarije wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de onder 4 primair tenlastegelegde dierenmishandeling en acht bewezen:

  • Feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, waarbij veertien kopers zijn bewogen tot afgifte van in totaal ongeveer € 20.175

  • Feit 2: opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, Sr, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd, zonder medeplegen

  • Feit 3: witwassen van € 101.555, meermalen gepleegd, zonder medeplegen, met vrijspraak van de bedragen van € 12.731,91 en € 12.950

  • Feit 4 subsidiair: zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd, door zieke honden te vervoeren en over te dragen zonder een dierenarts te raadplegen

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank rekent de verdachte zwaar aan dat hij gedurende bijna 28 maanden dierenleed heeft veroorzaakt, kopers financieel heeft gedupeerd en ook na de waarschuwing van oktober 2022 op dezelfde voet is doorgegaan, waarbij hij zijn gebruikersnamen op Marktplaats veranderde om als andere verkoper over te komen. In strafverzwarende zin weegt mee dat de verdachte blijkens zijn justitiële documentatie eerder is veroordeeld voor medeplegen van oplichting. Daartegenover staat het reclasseringsadvies dat de verdachte een omslag lijkt te hebben gemaakt, dat het recidiverisico laag wordt ingeschat en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onwenselijk is. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van artikel 6, eerste lid, EVRM is aangevangen bij de inverzekeringstelling op 10 oktober 2022 en met één jaar, tien maanden en één dag is overschreden. In beginsel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd die langer duurt dan het voorarrest, maar vanwege de forse termijnoverschrijding en het reclasseringsadvies legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren op, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 176 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. In de inhoudsindicatie van de gepubliceerde uitspraak staat een voorwaardelijk deel van 174 dagen vermeld; het dictum en de strafmotivering noemen 176 dagen. Daarmee wijkt de rechtbank af van de eis, die geen taakstraf van 240 uren en geen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf omvatte. Daarnaast legt de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel op als bedoeld in artikel 8.11a van de Wet dieren: de verdachte mag gedurende vijf jaren geen honden of andere dieren houden en is verplicht mee te werken aan controles door de NVWA, de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn en de politie. Twee inbeslaggenomen honden worden verbeurdverklaard; de Bulgaarse dierenpaspoorten worden onttrokken aan het verkeer; van een Nederlands dierenpaspoort en een geldbedrag van € 6.400 wordt de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden gelast. De vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van immateriële schade zijn niet-ontvankelijk, omdat geestelijk letsel niet met medische stukken is onderbouwd en de aard en ernst van de normschending, onder verwijzing naar HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1955, de drempel voor een aantasting in de persoon op andere wijze niet halen. De materiële vorderingen wijst de rechtbank grotendeels toe voor zover zij zien op onderbouwde dierenartskosten met rechtstreeks verband met feit 1, telkens met de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente; gevorderde aanschafkosten worden afgewezen waar de benadeelde partij de hond nog bezit of al schadeloos is gesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^