Tweede tranche uitvoeringsbesluiten nieuw Wetboek van Strafvordering in consultatie: zeven concept-besluiten op weg naar 1 april 2029
/In mei 2026 zijn zeven concept-besluiten onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering in internetconsultatie gebracht. Het gaat om uitvoeringsregelingen op het terrein van digitale strafvordering, deskundigenonderzoek, opnamen van verhoren, processtukken, tenuitvoerlegging, strafvorderlijke bevoegdheden met betrekking tot het lichaam en de bevoegdheidsuitoefening door de officier van justitie. De besluiten vormen, samen met de eerder dit jaar geconsulteerde besluiten, de uitvoeringslaag onder de twee vaststellingswetten die op 24 februari 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en Stb. 2026, 57). De beoogde inwerkingtreding van het volledige nieuwe wetboek is 1 april 2029. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk raken meerdere van deze concept-besluiten kernactiviteiten als dossiervorming, kennisneming van stukken, forensisch en technisch onderzoek en de inrichting van het digitale strafproces. In deze blog volgt een signalering van het pakket op hoofdlijnen.
Plaats in het wetgevingstraject
Het wetgevingsproject nieuw Wetboek van Strafvordering bestaat uit meerdere sporen: de twee vaststellingswetten als kern, aangevuld met aanvullingswetten en uitvoerings- en invoeringsbesluiten. De twee vaststellingswetten zijn op 25 februari 2026 tot stand gekomen. De eerste aanvullingswet is op 24 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer en de tweede aanvullingswet is op 7 mei 2026 in internetconsultatie gegaan.
Op het terrein van de uitvoeringsregelgeving was de eerste tranche AMvB's van 31 oktober 2025 tot en met 31 januari 2026 in consultatie. Die tranche bevatte vijftien concept-besluiten, gericht op onder meer de opsporingsfase, de buitengerechtelijke afdoening en de rechtspositie van betrokkenen. De wetgever heeft in de elfde voortgangsrapportage aangekondigd te streven naar een tweede tranche uitvoeringsbesluiten in mei 2026. De zeven concept-besluiten waar deze blog over gaat sluiten qua tijdstip en thematiek op die aankondiging aan.
Ontwerpbesluit digitale strafvordering
Het Ontwerpbesluit digitale strafvordering bevat de omzetting en modernisering van het huidige Besluit digitale stukken Strafvordering, aangevuld met nieuwe uitvoeringsregels. Het besluit beoogt het digitale strafproces te faciliteren, een doelstelling die ook in de memorie van toelichting bij het nieuwe wetboek wordt benoemd. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk, waarin dossiers vaak omvangrijk en digitaal van aard zijn, raakt dit besluit aan vraagstukken rond integriteit van elektronische processtukken, elektronische ondertekening en het indienen van stukken langs digitale weg.
Ontwerpbesluit deskundigenonderzoek, technisch onderzoek en ander onderzoek
Het Ontwerpbesluit deskundigenonderzoek, technisch onderzoek en ander onderzoek bevat de uitvoeringsregels bij Boek 1, Hoofdstuk 7, en Boek 2, Hoofdstuk 4, en Titel 10.4 van het nieuwe wetboek. Daarmee wordt onder meer voortgebouwd op de bestaande regeling rond het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). De deskundigenregeling kreeg gedurende het wetgevingstraject extra aandacht: in de eerste aanvullingswet is artikel 1.7.5 verduidelijkt en is op advies van het openbaar ministerie de regeling voor organisatiebenoeming aangepast, mede met het oog op de praktijk van DNA-onderzoek. Voor de financieel-economische strafrechtpraktijk, waarin forensisch accountantsonderzoek, IT-forensisch onderzoek en gespecialiseerde fiscaal-juridische expertise frequent voorkomen, is de nadere uitwerking in dit besluit van direct praktisch belang.
Ontwerpbesluit opnamen van verhoren
Het Ontwerpbesluit opnamen van verhoren bevat de uitvoeringsregels over het maken van geluidsopnamen en geluids- en beeldopnamen van verhoren door opsporingsambtenaren, geregeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van het nieuwe wetboek. Het besluit is voor een belangrijk deel een technische omzetting van de bestaande OM-instructie (Instructie auditieve en audiovisuele registratie van verhoren van aangevers, slachtoffers, getuigen en verdachten, registratienummer 2024I007), aangevuld met enkele nieuwe uitvoeringsregels. Voor de verdediging in bijzonder-strafrechtelijke zaken zijn de opnameverplichtingen relevant in verband met de controle op de verhoorsituatie en de betrouwbaarheid van verklaringen, zeker bij langlopende en feitelijk complexe verhoren.
Ontwerpbesluit processtukken in strafzaken
Het Ontwerpbesluit processtukken in strafzaken moderniseert het huidige Besluit processtukken in strafzaken en bevat tegelijk nieuwe uitvoeringsregels. De inhoud betreft onder meer de wijze waarop processtukken worden samengesteld en ingericht, de kennisneming en inzage door slachtoffer en verdachte, en het verstrekken van afschriften. De delegatiegrondslagen zijn artikel 1.5.5, zevende lid, en artikel 1.8.11, eerste lid, van het nieuwe wetboek. In de bijzonder-strafrechtpraktijk, waarin dossiers vaak grote hoeveelheden financiële, fiscale en bedrijfsstukken omvatten, zijn de regels over samenstelling van het dossier, het tijdstip van voeging en de wijze van kennisneming bepalend voor de inrichting van de verdediging.
Ontwerpbesluit tenuitvoerlegging
Het Ontwerpbesluit tenuitvoerlegging sluit aan op Boek 7 van het nieuwe wetboek, dat met de tweede vaststellingswet (Stb. 2026, 57) is vastgesteld. Boek 7 brengt de bestaande regeling rond de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen over naar de structuur en terminologie van het nieuwe wetboek. Het uitvoeringsbesluit vormt de pendant van het huidige Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk zijn met name de regels over geldelijke sancties, ontnemingsmaatregelen, schadevergoedingsmaatregelen en verhaal van belang, naast de regelingen rond gratie en bijkomende straffen.
Ontwerpbesluit strafvorderlijke bevoegdheden met betrekking tot het lichaam
Het Ontwerpbesluit strafvorderlijke bevoegdheden met betrekking tot het lichaam ziet op de regeling van bevoegdheden zoals onderzoek aan het lichaam, het afnemen en bewerken van celmateriaal voor DNA-onderzoek en geneeskundig onderzoek. In Boek 2 van het nieuwe wetboek zijn deze bevoegdheden gebundeld in één hoofdstuk, terwijl ze in het huidige wetboek over verschillende plaatsen zijn verspreid. De uitvoeringsregels die voorheen in het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken waren neergelegd worden in dit kader opnieuw vastgesteld. Voor het bijzonder strafrecht is dit besluit minder vaak rechtstreeks van toepassing dan voor het commune strafrecht, maar de regeling raakt wel aan zaken met persoonsgerelateerde delicten in een financieel-economische context, zoals bepaalde witwas- of mensenhandelzaken.
Ontwerpbesluit bevoegdheidsuitoefening officier van justitie
Het Ontwerpbesluit bevoegdheidsuitoefening officier van justitie bevat de omzetting en modernisering van het huidige Besluit regels landelijk parket en functioneel parket, alsmede de regels over mandatering van bevoegdheden van de officier van justitie. Het besluit hangt samen met de in Boek 1 van het nieuwe wetboek vastgelegde landelijke bevoegdheidsuitoefening van het openbaar ministerie. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is dit besluit bijzonder relevant, omdat het Functioneel Parket vrijwel het volledige financieel-economisch strafrecht behandelt en de mandateringsregels mede bepalen wie binnen het OM welke beslissingen kan nemen.
Relevantie voor de bijzonder-strafrechtpraktijk
De zeven concept-besluiten samen geven concrete invulling aan onderdelen van het nieuwe wetboek die voor de bijzonder-strafrechtpraktijk een bovengemiddelde rol spelen. Drie besluiten springen daarbij in het oog: het Ontwerpbesluit processtukken in strafzaken, het Ontwerpbesluit deskundigenonderzoek, technisch onderzoek en ander onderzoek en het Ontwerpbesluit bevoegdheidsuitoefening officier van justitie. Zij raken respectievelijk aan de inrichting van het strafdossier, de inzet van forensische en specialistische deskundigheid en de organisatie van de vervolgende instantie. Daarnaast is het Ontwerpbesluit digitale strafvordering relevant in lijn met de aanhoudende digitalisering van bedrijfs- en bankgegevens die in fraude- en witwaszaken centraal staan.
Vervolg
De consultatie biedt belanghebbenden de gelegenheid te reageren op de zeven ontwerpbesluiten. Na verwerking van de reacties en de gebruikelijke advisering, onder meer door de Afdeling advisering van de Raad van State, volgt vaststelling bij koninklijk besluit. Inwerkingtreding is voorzien gelijktijdig met het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat volgens de planning van de wetgever op 1 april 2029 in werking treedt.
Afsluiting
Met deze zeven concept-besluiten krijgt het nieuwe Wetboek van Strafvordering verdere praktische invulling, na de eerder dit jaar geconsulteerde eerste tranche AMvB's. Het pakket markeert een volgende stap in de overgang van wettekst naar uitvoeringskader. De bijzonder-strafrechtpraktijk vindt in deze tranche aanknopingspunten op terreinen die direct raken aan de dagelijkse werkzaamheden, van de samenstelling van het strafdossier tot de inzet van forensisch en technisch onderzoek en de bevoegdheidsuitoefening door het openbaar ministerie. De consultatieperiode biedt gelegenheid om op de uitwerking te reageren voordat de besluiten richting vaststelling gaan.
