Kabinet stuurt Kamerbrief met maatregelenpakket tegen zorgfraude
/Het kabinet heeft op 8 juni 2026 een Kamerbrief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin een reeks maatregelen wordt aangekondigd tegen zorgfraude en ondermijnende criminaliteit in de zorg. Minister Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport beschrijft daarin onder meer strengere eisen voor toetreding tot de zorg, een uitbreiding van de vergunningsplicht en een verplichte verklaring omtrent het gedrag voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders van zorgorganisaties. Het kabinet zet daarnaast in op een structurelere toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), ruimere gegevensuitwisseling tussen ketenpartners en extra capaciteit voor toezicht en opsporing.
De kern raakt zowel het bestuursrecht als het strafrecht: de bestuursrechtelijke handhaving wordt versterkt, terwijl de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie en het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie meer ruimte krijgen voor strafrechtelijk onderzoek. Voor het geheel is volgens het persbericht oplopend tot € 50 miljoen per jaar beschikbaar, voortvloeiend uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Een deel van de maatregelen vergt nog wetgeving die later aan het parlement wordt voorgelegd.
Strengere toetredingseisen voor zorgaanbieders
Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel om de eisen voor toetreding tot de zorg te versterken. Uitgangspunt is een norm voor alle nieuwe en herstartende aanbieders van zorg die wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Jeugdwet en persoonsgebonden budgetten. Voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt nog uitgewerkt welke normen voor welke typen aanbieders gaan gelden, omdat het hier om uiteenlopende aanbieders gaat. Bij de toets staan kwaliteit, rechtmatigheid en integriteit centraal. Volgens de minister mag geen enkele nieuwe of herstartende aanbieder een minimale toets op risico's voor rechtmatigheid en kwaliteit kunnen ontlopen; zonder het doorstaan daarvan mag een aanbieder niet starten of herstarten, en ook daarna moet blijvend aan de eisen worden voldaan. Het wetsvoorstel wordt volgens Sterk in 2028 bij de Tweede Kamer verwacht.
Uitbreiding van de vergunningsplicht en de verklaring omtrent het gedrag
Het kabinet wil de vergunningsplicht uitbreiden naar alle zorgaanbieders, waaronder solisten en onderaannemers. Voor bestuurders, eigenaren en toezichthouders van zorgorganisaties wordt een verklaring omtrent het gedrag verplicht. Bij vergunningaanvragen en bij wijzigingen in bestuur of eigendom moet zo'n verklaring worden overgelegd. De maatregel sluit aan bij het uitgangspunt dat de integriteit van betrokkenen vooraf en gedurende de looptijd toetsbaar moet zijn.
Structurele inzet van de Wet Bibob en meer fysieke controles
Om malafide partijen te weren, zet het kabinet in op een structurele en risicogerichte toepassing van de Wet Bibob. Met die wet kunnen bestuursorganen onderzoeken of het gevaar bestaat dat een vergunning of subsidie wordt gebruikt voor strafbare feiten of dat daarmee uit strafbare feiten verkregen voordeel wordt benut. Daarnaast komen er meer fysieke controles bij nieuwe en herstartende zorgaanbieders die als risicovol worden aangemerkt. Het kabinet wil signalen van fraude, misbruik en ondermijning daardoor in een eerder stadium herkennen.
Ruimere gegevensuitwisseling tussen ketenpartners
Volgens de minister werken fraudeurs vaak domeinoverstijgend en zijn zij in meerdere gemeenten actief. Het kabinet investeert daarom in samenwerking en gegevensdeling tussen gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren en opsporingsdiensten. Aanvullende regelgeving moet het mogelijk maken dat betrokken partijen tijdens lopende fraudeonderzoeken gegevens met elkaar uitwisselen. De Kamerbrief noemt daarbij ook verbeterde uitwisseling tussen het CIBG, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Het ministerie van Justitie en Veiligheid verkent verder een wettelijke grondslag om relevante politiegegevens over mogelijke zorgfraude te delen met partners binnen de Taskforce Integriteit Zorgsector.
Extra capaciteit voor toezicht en opsporing
Met de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord stelt het kabinet extra capaciteit beschikbaar voor de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie en voor het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Ook het toezicht wordt uitgebreid, waarmee de bestuursrechtelijke handhaving wordt verstevigd. De middelen lopen op tot € 50 miljoen per jaar.
Passende zorg en niet-gecontracteerde zorg
In dezelfde Kamerbrief verbindt het kabinet de aanpak van zorgfraude aan het wettelijk vastleggen van passende zorg. Volgens Sterk krijgen het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een verstevigde rol bij het toetsen, monitoren en handhaven van passende zorg. Dat is primair gericht op kwaliteit en houdbaarheid van zorg, maar beperkt volgens de minister ook de ruimte voor misbruik van zorggelden. De minister stelt dat er geen directe relatie bestaat tussen niet-gecontracteerde zorg en fraude, maar ziet het beëindigen van de vergoedingsverplichting van niet-gecontracteerde zorg wel als middel bij de bestrijding ervan. Bij niet-gecontracteerde zorg ontbreken volgens haar afspraken tussen zorgverzekeraars en aanbieders over kwaliteit, doelmatigheid, informatie-uitwisseling en controle, wat het risico op onrechtmatigheden vergroot.
Afsluiting
De maatregelen zijn aangekondigd in de Kamerbrief van 8 juni 2026 en in het bijbehorende persbericht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een deel van het pakket vergt nog wetgeving, waaronder het wetsvoorstel over de toetredingseisen, de uitbreiding van de vergunningsplicht en de regelgeving over gegevensuitwisseling; het wetsvoorstel over de toetredingseisen wordt volgens de minister in 2028 bij de Tweede Kamer verwacht. De financiële middelen lopen op tot € 50 miljoen per jaar op grond van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. De parlementaire behandeling van de aangekondigde wetsvoorstellen moet nog plaatsvinden.
