Illegale vuurwerkhandel via darknet en chatapps: lagere straf in hoger beroep vanwege persoonlijke omstandigheden

Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch 2 mei 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1262

Een man wordt in hoger beroep veroordeeld voor grootschalige handel in professioneel vuurwerk, verspreid via het darknet en chatapps als Telegram. Hij noemt zichzelf de grootste vuurwerkhandelaar van Nederland en meerdere medeverdachten bevestigen zijn dominante rol. Het hof acht vijf strafbare feiten bewezen, waaronder invoer, opslag en verkoop van gevaarlijk vuurwerk. In eerste aanleg kreeg hij 30 maanden cel, maar het hof legt 18 maanden op, waarvan 14 voorwaardelijk, plus een taakstraf. Strafvermindering volgt vanwege zijn huidige stabiele leven, werk in België, zorg voor zijn kind, en het feit dat hij chronische klachten heeft na een maagverkleining. Ook speelt mee dat hij slachtoffer is geweest van een ontvoering waar hij nog steeds hinder van ondervindt.

Context van de zaak

De zaak betreft een natuurlijk persoon, verdachte die in eerste aanleg door de economische kamer van de rechtbank Oost‑Brabant te ’s‑Hertogenbosch is veroordeeld voor diverse feiten van overtreding van milieurechtelijke en vuurwerkvoorschriften. Het gaat primair om het op grote schaal voorhanden hebben, invoeren, opslaan en ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk dat niet geschikt is voor particulier gebruik. Het politieonderzoek was uitvoerig en strekte zich uit over meerdere regio’s in Nederland, inclusief Zeeland‑West‑Brabant. Bij de politieonderzoeken zijn gegevens verzameld van bestellijsten, gelegenheden van vervoer en contact via berichtendiensten. Meerdere medeverdachten zijn onderzocht en hebben verklaringen afgelegd over de rol van verdachte in de vuurwerkhandel. De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk.

Namens verdachte is hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Tenlastelegging

Aan verdachte zijn vijf feiten tenlastegelegd:

  1. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit), meermalen gepleegd;

  2. medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit);

  3. medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit);

  4. medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit); en

  5. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit).

Deze feiten hebben betrekking op het bezit, de handel en de distributie van professioneel vuurwerk in strijd met de Vuurwerkbesluit‑ en milieuvoorschriften.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat‑generaal in hoger beroep vordert dat het hof het vonnis van de rechtbank integraal zal bevestigen. Het openbaar ministerie handhaaft de kwalificaties en de strafoplegging zoals door de rechtbank vastgesteld, waarbij de ernst van de feiten, de omvang van de vuurwerkactiviteiten en het gevaar voor de openbare veiligheid centraal staan. Het OM benadrukt dat verdachte op grote schaal professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en verhandeld, hetgeen een ernstige inbreuk op de algemene veiligheid vormt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte richt zich in hoger beroep op meerdere verweren. Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 refereert hij aan de oordelen van het hof, maar pleit hij vrijspraak voor de aan verdachte onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten. De verdediging voert verder een straftoemetingverweer waarbij persoonlijke omstandigheden van verdachte worden aangevoerd om een lichtere en waar mogelijk voorwaardelijke straf te bepleiten. De raadsman benadrukt dat verdachte first offender is, een vaste baan heeft en voor zijn zoontje zorgt, waarbij een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou leiden tot ontwrichting van zijn leven en dat van zijn gezin.

Oordeel van het gerechtshof

Het hof overweegt de bewijsmiddelen van de rechtbank als grotendeels betrouwbaar, maar constateert tekortkomingen in de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten. Het hof verbetert en vult de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen aan op verschillende punten. Zo worden verklaringen van de verdachte in hoger beroep toegevoegd, evenals chatberichten tussen verdachte en een pseudo‑koper over de verkoop van Cobra 6 vuurwerk. Ten aanzien van feit 4 komt naar voren dat verdachte voorafgaand aan en tijdens de overdracht van het vuurwerk contact had met de pseudo‑koper via Telegram en dat zijn bijdrage gewicht had voor medeplegen, ook al was hij niet fysiek aanwezig bij de daadwerkelijke overdracht.

Voor feit 5 vervangt het hof de oorspronkelijke bewijsoverweging. De verdediging had aangevoerd dat verdachte niet wist dat professioneel vuurwerk in de gehuurde garage aanwezig was. Het hof oordeelt echter dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans dat er vuurwerk in de garage lag heeft aanvaard en dat hij de feitelijke macht over dat vuurwerk kon uitoefenen, ook al behoorde het mogelijk juridisch niet aan hem toe. De garage was immers door hem gehuurd en het vuurwerk was daar aangetroffen. Het hof vindt echter onvoldoende aanknopingspunten dat verdachte het vuurwerk tezamen met een ander heeft opgeslagen of voorhanden gehad, zodat het medeplegen van dit feit niet bewezen is.

Bewijzenverklaring

Het hof verklaart bewezen:

  • feit 1 als overtreding van een voorschrift krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan en meermalen gepleegd;

  • feit 2 als medeplegen van overtreding van een voorschrift krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

  • feit 3 als medeplegen van overtreding van een voorschrift krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

  • feit 4 als medeplegen van overtreding van een voorschrift krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

  • feit 5 als overtreding van een voorschrift krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Het hof concludeert dat geen feiten of omstandigheden bestaan die de strafbaarheid uitsluiten. De feiten zijn strafbaar en wettig en overtuigend bewezen verklaard.

Strafoplegging

Het hof stelt bij de strafoplegging de ernst van de feiten centraal: verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het op grote schaal voorhanden hebben, opslaan, invoeren en ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. De activiteiten van verdachte trokken landelijke aandacht in meerdere onderzoeken en medeverdachten hebben verklaard dat verdachte zich profileerde als de grootste vuurwerkhandelaar van Nederland en dat zij door hem bedreigd zijn. Het gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen wordt door het hof zwaar meegewogen.

Tegenover deze ernstige feiten staan persoonlijke omstandigheden van de verdachte: hij is first offender, werkt als monteur in België, onderhoudt zorg voor zijn zoontje en is slachtoffer geweest van een ontvoering met blijvende klachten. Gelet op deze omstandigheden, de verbeterde proceshouding en de ernst van de feiten, acht het hof de in eerste aanleg opgelegde straf niet passend.

Het hof legt derhalve een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 14 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de duur van het voorarrest. Bovendien wordt een taakstraf van 240 uren opgelegd, te vervangen door 120 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd. Hiermee drukt het hof zowel de ernst van het bewezenverklaarde uit als de wens om herhaling te voorkomen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^