Gewoontewitwassen via Chinese voetbalclub: valse scoutingscontracten moeten geldstromen van ruim 700.000 euro verhullen

Rechtbank Overijssel 12 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1287

De rechtbank Overijssel veroordeelt de verdachte voor medeplegen van gewoontewitwassen en het gebruikmaken van valse geschriften tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De zaak draait om een witwasconstructie waarbij contant geld vanuit Nederland naar China wordt gesmokkeld en via Chinese rechtspersonen giraal wordt teruggeboekt naar de verdachte en zijn medeverdachte, onder het mom van salarisbetalingen voor voetbalscoutingswerkzaamheden. De verdachte maakt samen met de medeverdachte valse scoutingscontracten en betaalspecificaties op om de geldstromen van in totaal 732.523 euro te verantwoorden tegenover de ING Bank. De rechtbank honoreert het verweer ten aanzien van het telefoononderzoek als vormverzuim naar aanleiding van het Landeck-arrest, maar volstaat met de vaststelling daarvan zonder bewijsuitsluiting. De verdachte wordt vrijgesproken van het witwassen van een geldbedrag van 50.000 euro in een kluis en van betrokkenheid bij de aankoop van een appartement door de medeverdachte. Bij de straftoemeting past de rechtbank het beginsel van gelijke bestraffing toe en verdisconteert zij een strafvermindering van zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn met ruim drie jaren.

Inleiding en context

De verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1979, staat terecht voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle. De zaak vindt zijn oorsprong in de aanhouding van de medeverdachte op 13 november 2019 op luchthaven Schiphol, waar een geldhond van de Douane aanslaat. Bij controle blijkt de medeverdachte contante geldbedragen van 139.570 euro en 2.000 Hongkongse dollar bij zich te hebben, verstopt in zijn handbagage. De medeverdachte staat op het punt naar Hong Kong te vliegen. Onder de onderzoeksnaam van de medeverdachte start de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar gewoontewitwassen. Op 26 januari 2021 worden zowel de medeverdachte als de verdachte aangehouden en worden hun woningen en bedrijfspanden doorzocht. Het onderzoek brengt een omvangrijke witwasconstructie aan het licht waarbij contant geld vanuit Nederland naar China wordt gesmokkeld en vervolgens giraal wordt teruggeboekt via Chinese rechtspersonen, onder het mom van salarisbetalingen voor vermeende scoutingswerkzaamheden bij een Chinese voetbalclub. De zaak is behandeld op de terechtzittingen van 7 november 2024, 7 juli 2025 en 12 februari 2026. Het onderzoek ter terechtzitting is formeel gesloten op 12 maart 2026.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt twee feiten verweten. Onder feit 1 wordt hem ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021, tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen van in totaal 782.535 euro en een appartement als gewoonte heeft witgewassen, in de zin van artikel 420bis lid 1 en artikel 420ter lid 1 en 2 van het Wetboek van Strafrecht, in verbinding met artikel 47 lid 1 Sr (medeplegen). Onder feit 2 wordt hem verweten dat hij in dezelfde periode tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften door deze ter beschikking te stellen aan de ING Bank, als bedoeld in artikel 225 lid 2 Sr. Het gaat om een vals scoutingscontract, een valse verklaring van de Chinese voetbalclub over gelieerde rechtspersonen en zeven valse betaalspecificaties.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van het medeplegen van het witwassen van het appartement. Ten aanzien van dat onderdeel kan volgens de officier van justitie op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat de verdachte wist dat de medeverdachte het appartement heeft aangeschaft met contante gelden van misdadige herkomst. Het gewoontewitwassen heeft volgens het Openbaar Ministerie bestaan uit het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van voorwerpen. De officier van justitie vordert, rekening houdend met overschrijding van de redelijke termijn, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit primair integrale vrijspraak. Als formeel verweer voert de raadsman aan dat de telefoon van de verdachte niet zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris onderzocht had mogen worden. Alle informatie die op de telefoon is aangetroffen, is daardoor onrechtmatig verkregen en dient volgens de verdediging te worden uitgesloten van het bewijs.

Inhoudelijk betwist de verdediging dat sprake is van gewoontewitwassen. De contante stortingen van 312.595 euro op de bankrekeningen van de verdachte en zijn onderneming betreffen volgens de verdediging opbrengsten van kapperswerkzaamheden. De verdachte knipte klanten op locatie in de voetbal- en entertainmentwereld, waar een hoog tarief voor een knipbeurt gebruikelijk is. De berekening van de FIOD met gemiddeld tien klanten per dag is volgens de verdediging onjuist. De girale overboekingen van 379.763 euro vanuit China hangen samen met legitieme werkzaamheden als scout en makelaar bij de Chinese voetbalclub. Uit de chatgesprekken kan niet worden afgeleid dat het om illegaal geld gaat. Ten aanzien van het appartement ontbreekt iedere betrokkenheid van de verdachte. Ten aanzien van de valse geschriften stelt de verdediging dat deze documenten recht doen aan de daadwerkelijk verrichte scoutingswerkzaamheden. Subsidiair verzoekt de raadsman geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar een geheel voorwaardelijke straf, eventueel gecombineerd met een werkstraf en geldboete, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Oordeel van het gerecht

De rechtbank beoordeelt eerst het vormverzuim ten aanzien van het onderzoek aan de telefoon van de verdachte. Met verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 (de zaak Landeck) en het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 oordeelt de rechtbank dat een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist was, omdat het onderzoek naar gebruikersgegevens, documenten en chatgeschiedenis zo breed is geweest dat van meer dan een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer sprake is. Het achterwege blijven van deze toetsing levert een onherstelbaar vormverzuim op. De rechtbank volstaat evenwel met de enkele vaststelling daarvan en verbindt geen rechtsgevolg aan het verzuim. Ten tijde van het onderzoek was het arrest van het Hof van Justitie nog niet gewezen, en een rechter-commissaris zou naar redelijke verwachting toestemming hebben verleend. De verdachte is niet in relevante mate in zijn belangen geschaad.

Bij de beoordeling van het witwassen volgt de rechtbank het toetsingskader dat geldt wanneer geen rechtstreeks verband met een gronddelict kan worden gelegd. De rechtbank stelt vast dat de feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. De grote hoeveelheden contante stortingen zonder aantoonbare bedrijfsmatige noodzaak, het bezit van contant geld in hoge coupures door de medeverdachte op Schiphol, de discrepanties in de kasopstelling en het belastende chatverkeer dragen allen bij aan dit vermoeden.

De verklaring van de verdachte weerlegt dit vermoeden niet. Ten aanzien van de contante stortingen is uit FIOD-onderzoek niet gebleken dat de kappersonderneming daadwerkelijk actief is geweest. Er zijn geen investeringskosten, geen girale inkomsten en geen objectiveerbare stukken zoals een kasboek of jaarstukken overgelegd. Ten aanzien van de girale overboekingen uit China heeft de verdachte zijn beweerde scoutingswerkzaamheden niet geconcretiseerd met scoutingsrapporten of correspondentie. Zowel de FIOD als de ING hebben vastgesteld dat via openbare bronnen niet te verifieren is dat de verdachte deel uitmaakte van het scoutingsteam van de Chinese voetbalclub.

De rechtbank stelt vast dat het scoutingscontract niet door de voetbalclub is opgemaakt maar door de medeverdachte en diens neef, pas nadat de ING om toelichting over de geldstromen had gevraagd. De medeverdachte vermeldt in een chatbericht dat de verdachte "een scout is die nooit scout". Ook de verklaring over gelieerde rechtspersonen is pas opgemaakt door de contactpersoon in China nadat de ING vragen stelde, terwijl deze persoon op dat moment niet meer werkzaam was bij de voetbalclub. Voor de salarisspecificaties geldt hetzelfde.

Van het geldbedrag van 50.000 euro in de kluis en van het witwassen van het appartement spreekt de rechtbank de verdachte vrij. Ten aanzien van de kluis is niet gebleken dat de verdachte toegang had of wetenschap had van het geld. Ten aanzien van het appartement is niet gebleken dat de verdachte betrokken was bij de financiering.

De voorwaardelijke verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen worden afgewezen. De rechtbank ziet geen noodzaak voor het horen van vermeende kappersklanten omdat zij niet uit eigen waarneming kunnen verklaren over de herkomst van de 67 contante stortingen, noch voor het horen van getuigen over de scoutingswerkzaamheden, gelet op de inhoud van de chatgesprekken.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021, bestaande uit het tezamen en in vereniging met anderen verwerven, voorhanden hebben en gebruikmaken van geldbedragen van in totaal 732.523 euro (het oorspronkelijk ten laste gelegde bedrag van 782.535 euro minus het bedrag van 50.000 euro in de kluis), terwijl de verdachte en zijn mededaders wisten dat deze voorwerpen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

  • Feit 2: opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften in de periode van 1 september 2019 tot en met 26 januari 2021, bestaande uit een vals scoutingscontract, een valse verklaring van de Chinese voetbalclub over gelieerde rechtspersonen en zeven valse betaalspecificaties, door deze ter beschikking te laten stellen aan de ING Bank.

  • Vrijspraak: witwassen van het geldbedrag van 50.000 euro aangetroffen in de kluis en witwassen van het appartement.

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest.

De rechtbank neemt als uitgangspunt de LOVS-orientatiepunten voor fraude, die bij een benadelingsbedrag tussen 500.000 en 1.000.000 euro een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 tot 24 maanden als richtsnoer hanteren. De ernst van de feiten, de hoogte van het witgewassen bedrag, de duur en stelselmatigheid en het gebruik van valse geschriften maken dat niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat de verdachte en de medeverdachte een evenredige rol hebben vervuld op basis van een gelijkwaardige duurzame vriendschap, en legt daarom gelijke straffen op.

De redelijke termijn is met ruim drie jaren en een maand overschreden. Zonder die overschrijding zou de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden hebben opgelegd. De strafvermindering van zes maanden, het absolute maximum volgens vaste jurisprudentie, is in de opgelegde straf verdisconteerd. Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van 50.000 euro gelast de rechtbank bewaring ten behoeve van de rechthebbende. De ordner met administratie wordt teruggegeven aan de verdachte.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^