Derdenbeslag van tientallen miljoenen in kansspelonderzoek sneuvelt door onjuiste maatstaf
/Hoge Raad 10 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:340
De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant over conservatoir derdenbeslag in het strafrechtelijk onderzoek "Milwaukee". Dit onderzoek richt zich op het illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Op voorwerpen in Luxemburg, Zwitserland en België is beslag gelegd onder meerdere rechtspersonen die zelf geen verdachte zijn. De rechtbank verklaarde het beklag tegen dit beslag ongegrond, maar paste daarbij de maatstaf voor beslag onder de verdachte toe in plaats van de maatstaf voor derdenbeslag. De Hoge Raad oordeelt dat dit een onjuiste toetsing is en verwijst naar zijn beschikking in ECLI:NL:HR:2026:337 voor de juiste maatstaf. De zaak is teruggewezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling.
Achtergrond
Deze zaak speelt tegen de achtergrond van het strafrechtelijk onderzoek "Milwaukee". Dat onderzoek richt zich tegen meerdere verdachten die ervan worden verdacht illegaal online kansspelen aan te bieden op de Nederlandse markt, de daaruit afkomstige geldbedragen wit te wassen en deel te nemen aan een criminele organisatie. Met het oog op de ontneming van het in dat kader wederrechtelijk verkregen voordeel is met name in juni 2021 conservatoir beslag gelegd op een groot aantal vermogensbestanddelen. Het gaat om een woning, een vakantiehuis, een perceel bouwgrond, twee voertuigen, zestien effectenportefeuilles, vijftien bankrekeningen en een vordering op een vennootschap. Deze voorwerpen bevinden zich in Luxemburg, Zwitserland en België, waar twee van de verdachten sinds 2013 woonachtig zijn.
Het beslag is niet uitsluitend gelegd onder de verdachten zelf, maar mede onder een aantal rechtspersonen. De klaagster in de onderhavige procedure is een van die rechtspersonen, gevestigd in België. Zij is geen verdachte in het strafrechtelijk onderzoek. Het gaat hier dus om zogenoemd derdenbeslag: beslag dat wordt gelegd op voorwerpen die zich onder een ander dan de verdachte bevinden of die aan een ander dan de verdachte toebehoren.
Op 24 november 2020 heeft de rechter-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant een machtiging afgegeven voor een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 van het Wetboek van Strafvordering, maar deze machtiging is uitsluitend verleend ten aanzien van de verdachte natuurlijke personen. Voor de klaagster en de overige rechtspersonen onder wie beslag is gelegd, is geen machtiging afgegeven voor een strafrechtelijk financieel onderzoek.
De klaagster heeft zich eerder herhaaldelijk en tevergeefs schriftelijk tot het openbaar ministerie gewend met het verzoek het beslag op te heffen. Nadat dat geen resultaat opleverde, dient zij op 10 november 2023 een klaagschrift in op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag, voor zover de waarde daarvan het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel overstijgt. Volgens de klaagster bedraagt dit zogenoemde overbeslag meer dan EUR 46 miljoen. Het openbaar ministerie reageert op 7 april 2024 schriftelijk op het klaagschrift. Op 19 april 2024 behandelt de economische raadkamer van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, het klaagschrift. Bij beschikking van 30 mei 2024 verklaart de rechtbank het beklag ongegrond.
De klaagster stelt vervolgens beroep in cassatie tegen deze beschikking. Namens haar worden zes cassatiemiddelen voorgesteld door haar advocaten, allen werkzaam in Amsterdam.
Middelen
Het eerste cassatiemiddel richt zich tegen de maatstaf die de rechtbank heeft toegepast bij de beoordeling van het klaagschrift. De rechtbank overweegt dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat de strafrechter later een verplichting tot betaling van een geldboete, een ontnemingsmaatregel of een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen. De klaagster betoogt dat dit niet de juiste maatstaf is voor de beoordeling van een beklag tegen derdenbeslag, nu het hier niet gaat om beslag op vermogensbestanddelen van de verdachte zelf, maar om beslag op voorwerpen die toebehoren aan een derde, te weten de klaagster.
Naast het eerste middel worden nog vijf andere cassatiemiddelen voorgesteld. De inhoud van het tweede tot en met het zesde middel blijkt niet uit de beschikking van de Hoge Raad, aangezien de Hoge Raad niet toekomt aan een bespreking van deze middelen.
Beoordeling Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste cassatiemiddel slaagt. De rechtbank heeft bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf toegepast. De Hoge Raad verwijst voor de redenen naar de beschikking die hij op dezelfde datum uitspreekt in de samenhangende zaak 25/00328, ECLI:NL:HR:2026:337. In die beschikking zet de Hoge Raad uiteen waarom de door de rechtbank gehanteerde toets niet de juiste is bij de beoordeling van een beklag tegen conservatoir derdenbeslag als bedoeld in artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering.
Hoewel de beschikking zelf niet expliciet uiteenzet welke maatstaf de rechtbank dan wel had moeten toepassen, is duidelijk dat de Hoge Raad in de verwezen beschikking een onderscheid maakt tussen de toetsing van beslag op voorwerpen van de verdachte zelf en de toetsing van beslag op voorwerpen die aan een derde toebehoren. De rechtbank paste de maatstaf toe die gangbaar is bij "gewoon" conservatoir beslag onder de verdachte, te weten de vraag of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter een betalingsverplichting zal opleggen. Bij derdenbeslag geldt kennelijk een andere, dan wel aanvullende maatstaf, waaraan de rechtbank niet heeft getoetst.
Nu het eerste middel slaagt, oordeelt de Hoge Raad dat bespreking van het tweede tot en met het zesde cassatiemiddel niet nodig is. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat deze opnieuw wordt behandeld en afgedaan. De rechtbank zal het klaagschrift dus opnieuw moeten beoordelen, ditmaal met toepassing van de juiste maatstaf voor de beoordeling van conservatoir derdenbeslag.
Lees hier de volledige uitspraak.
