Corruption Perceptions Index 2025: Nederland stagneert, de wereld verslechtert
/Op 10 februari 2026 publiceerde Transparency International de Corruption Perceptions Index (CPI) 2025. De jaarlijkse ranglijst brengt corruptie in de publieke sector van 182 landen en gebieden in kaart, op een schaal van 0 (zeer corrupt) tot 100 (zeer schoon). De resultaten van dit jaar geven aanleiding om stil te staan bij een aantal ontwikkelingen die ook voor de Nederlandse strafrechtpraktijk relevant zijn.
Het mondiale beeld: een nieuw dieptepunt
Het wereldwijde gemiddelde is voor het eerst in meer dan een decennium gedaald, naar 42 van de 100 punten. Meer dan twee derde van de onderzochte landen scoort onder de 50. Het aantal landen dat boven de 80 scoort, is in tien jaar geslonken van twaalf naar vijf. Denemarken (89) en Finland (88) voeren nog altijd de lijst aan, gevolgd door Singapore (84), Nieuw-Zeeland (81) en Noorwegen (81). Aan de onderkant staan Somalië (9), Zuid-Soedan (9) en Venezuela (10): landen waar de publieke sector doordrenkt is van corruptie, vaak in combinatie met conflict en falende instituties.
De daling komt niet alleen voor in de usual suspects. Juist gevestigde democratieën laten een zorgwekkende terugval zien. De Verenigde Staten zijn in tien jaar met 12 punten gedaald naar een historisch dieptepunt van 64. Het Verenigd Koninkrijk verloor 11 punten, Zweden 8, België 8, Zwitserland 6. West-Europa blijft weliswaar de regio met de hoogste gemiddelde score, maar de daling verloopt sneller dan in welke andere regio dan ook.
Nederland: top 10, maar op het tandvlees
Nederland scoort 78 punten en deelt met Luxemburg de achtste plaats. Dat klinkt geruststellend, maar 78 is de laagste score die Nederland ooit in de CPI heeft behaald, gelijk aan vorig jaar. In 2012 stond ons land nog op 84 punten. In tien jaar is Nederland dus 5 punten kwijtgeraakt.
De dalende trend past in het bredere patroon van West-Europese democratieën, maar dat een dergelijke daling niet onvermijdelijk is, laten Denemarken en Finland zien, die de top van de CPI jaar na jaar weten vast te houden. Duitsland en Oostenrijk zijn er zelfs in geslaagd hun dalende trend in 2025 om te buigen naar een lichte stijging.
Transparency International Nederland wijst specifiek op zwakke punten in ons land: gebrekkige transparantie rond lobby's en rond de uiteindelijke belanghebbenden achter bedrijven. De organisatie wijt de stagnatie grotendeels aan gebrekkig politiek leiderschap. Directeur Lousewies van der Laan stelt dat corruptiebestrijding een zaak is van de lange adem, niet van quick wins. Verschillende Europese landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje, hebben op hun verslechterde score gereageerd met de invoering van nationale anti-corruptiepakketten. Transparency roept de Nederlandse regering op hetzelfde te doen.
Handel in invloed: het Nederlandse gat in de wet
Voor de strafrechtpraktijk is met name de ontwikkeling rond "handel in invloed" relevant. Nederland was tot voor kort het enige land binnen de Europese Unie waar deze vorm van corruptie niet strafbaar was gesteld. Bij handel in invloed maakt iemand gebruik van zijn toegang tot ambtenaren of andere besluitvormers om op ongepaste wijze invloed uit te oefenen op officiële beslissingen, in ruil voor een voordeel, zelfs als er geen concrete tegenprestatie wordt geleverd.
In december 2025 heeft de EU voor het eerst een brede anti-corruptierichtlijn aangenomen. Wat begon als een ambitieus streven is door een aantal lidstaten, waaronder Italië en Duitsland, aanzienlijk afgezwakt. Voor Nederland is er ten minste één belangrijk element overeind gebleven: de verplichting om handel in invloed strafbaar te stellen. Nederland heeft zich altijd tegen maatregelen op dit punt verzet, ondanks herhaalde oproepen vanuit het Openbaar Ministerie en de Rijksrecherche. De komende regering zal deze verplichting moeten implementeren.
Daarnaast bevat de richtlijn een maatregel die anti-corruptie-organisaties in elke lidstaat het recht geeft om op te treden in strafzaken. De strafbaarstelling van handel in invloed zal een nieuw delict toevoegen aan het arsenaal van het OM en zal ongetwijfeld interpretatievragen oproepen. Op BijzonderStrafrecht werd eerder al geschreven over het voorstel voor deze richtlijn.
De VS: van bestrijder naar aanjager
Een ontwikkeling die aandacht verdient, is de verschuiving in de rol van de Verenigde Staten. Transparency International constateert dat de VS in 2025 zijn veranderd van een wereldwijde bestrijder van corruptie naar een aanjager daarvan. De daling naar 64 punten, het laagste niveau ooit, vertelt slechts een deel van het verhaal. De ondermijning van de onafhankelijke rechtspraak, het onder druk zetten van pers en maatschappelijke organisaties en het normaliseren van belangenconflicten worden door de organisatie als ernstige risico's benoemd. Transparency International US merkt daarbij op dat de effecten van recente ontwikkelingen nog niet volledig in de CPI-score zijn doorgewerkt, vanwege de vertraagde doorwerking in de methodologie.
De VS was decennialang de drijvende kracht achter wetgeving als de Foreign Corrupt Practices Act en de handhaving daarvan. Als die motor hapert, heeft dat consequenties voor de internationale corruptiebestrijding.
Gen Z protesteert
Het CPI-rapport beschrijft ook een golf van anti-corruptieprotesten die in 2025 door jongere generaties is aangewakkerd. In landen als Nepal (34) en Madagaskar (25) gingen met name jongeren de straat op om hun leiders ter verantwoording te roepen. Het betreft voornamelijk landen in de onderste helft van de CPI, waar scores al jaren stagneren of dalen.
Relevantie voor de strafrechtpraktijk
De CPI is geen juridisch instrument, maar de index heeft wel degelijk juridische relevantie. De scores worden wereldwijd gebruikt bij het inschatten van corruptierisico's, bij de beoordeling van FCPA- en anti-corruptiecompliance, en als referentiepunt bij strafrechtelijke onderzoeken naar grensoverschrijdende corruptiedelicten. Voor de Nederlandse praktijk is met name de komende implementatie van de EU-richtlijn van belang. We zullen de ontwikkelingen op dat punt blijven volgen.
De CPI 2025 bevestigt wat we eigenlijk al wisten: corruptiebestrijding vergt volharding, sterke instituties en politieke moed. Aan die laatste twee lijkt het op dit moment te ontbreken, niet alleen wereldwijd, maar ook dichter bij huis.
