Btw-fraudebestrijding begin 2026: het net sluit
/De strijd tegen btw-fraude in Europa is in een stroomversnelling geraakt. Waar 2025 het jaar was van wetgevende doorbraken – de formele aanname van het ViDA-pakket, de eerste Nederlandse EPPO-veroordeling en een reeks richtinggevende arresten van het Hof van Justitie – staat 2026 in het teken van implementatie en handhaving. Met een Europees btw-nalevingsgat van €128 miljard over 2023 en een EPPO dat eind 2024 maar liefst 2.666 actieve onderzoeken telde met een geschatte schade van €24,8 miljard, is de urgentie onverminderd groot. Dit artikel analyseert de belangrijkste ontwikkelingen voor de fiscale praktijk.
ViDA: van aanname naar implementatie
Het VAT in the Digital Age-pakket, formeel aangenomen op 11 maart 2025 en vastgelegd in Richtlijn (EU) 2025/516, is op 14 april 2025 in werking getreden. Sindsdien mogen lidstaten onder voorwaarden binnenlandse e-facturering verplichten zonder voorafgaande toestemming van de Commissie. De Europese Commissie publiceerde op 24 september 2025 haar implementatiestrategie, waarin de operationele vertaling van de drie ViDA-pijlers wordt uitgewerkt.
De eerste pijler – verplichte e-facturering en Digital Reporting Requirements (DRR) voor intra-communautaire B2B-transacties – wordt per 1 juli 2030 effectief. De deadline voor uitreiking van de e-factuur én digitale rapportage is in het compromis verruimd naar tien dagen, in plaats van de eerder voorgestelde zeer korte termijn van twee werkdagen. De Commissie werkt in de lopende implementatiefase aan verdere technische uitwerking en standaardisatie, waaronder gemeenschappelijke berichtspecificaties voor e-facturering.
Volgens analyses van onder meer Fiscal Solutions en EDICOM werkt het Nederlandse Ministerie van Financiën aan een gefaseerde aanpak: beleidsonderzoek en stakeholderconsultatie tot 2028, wetgevend kader eind 2028, technische ontwikkeling 2028–2030 en volledige handhaving vanaf juli 2030. In dat kader wordt ook verkend of de e-factureringsverplichting kan worden uitgebreid naar binnenlandse B2B-transacties, in lijn met wat België per 1 januari 2026 al verplicht stelt. Peppol wordt daarbij nadrukkelijk onderzocht als transmissienetwerk.
De tweede pijler (deemed supplier voor platforms) treedt per 1 juli 2028 in werking, met optioneel uitstel tot 1 januari 2030. De derde pijler breidt de One-Stop Shop en het Single VAT Registration uit, met verbeteringen vanaf 2027 en bredere hervormingen vanaf 2028. De Commissie verwacht dat het totale pakket tot €11 miljard minder btw-fraude per jaar oplevert en meer dan €4,1 miljard per jaar aan lagere administratieve en compliancekosten over de komende tien jaar.
Jaarplan Belastingdienst 2026: btw-fraude als opsporingsprioriteit
Op 11 december 2025 bood staatssecretaris Heijnen het Jaarplan Belastingdienst 2026 aan de Tweede Kamer aan. Het plan bevestigt dat de Belastingdienst in 2026 gericht capaciteit inzet op btw-fraude, bpm-fraude en verhuld vermogen. Het Coördinatiepunt btw-fraude (CPB) bij de FIOD, de centrale unit voor intracommunautaire carrouselfraude, blijft het knooppunt tussen toezicht en opsporing. Parallel investeert de dienst in modernisering van het ICT-systeem voor de omzetbelasting en verdere digitalisering van het btw-teruggaveproces voor internationale ondernemers.
De aflopende EU-fraudebestrijdingsmaatregelen – de facultatieve verleggingsregeling (art. 199bis BTW-Richtlijn) en het snelle reactiemechanisme (art. 199ter) – zijn verlengd tot 31 december 2026. Deze instrumenten blijven daarmee beschikbaar totdat het ViDA-regime volledig operationeel is.
EPPO: explosieve groei en Nederlandse operaties
Het EPPO publiceerde in maart 2025 zijn jaarrapport over 2024, dat de schaal van het probleem onderstreept. Eind 2024 had het EPPO 488 actieve btw-onderzoeken, goed voor 53% van de totale geschatte schade van €24,8 miljard. Het aantal misdaadmeldingen steeg met 56% naar 6.547, waarvan ruim 70% van private partijen. In 2024 werden 205 tenlasteleggingen ingediend – 47% meer dan in 2023 – en voor €849 miljoen aan vermogensbestanddelen bevroren. Opvallend is de groeiende rol van georganiseerde criminaliteit: het EPPO spreekt van vrijwel systematische betrokkenheid van criminele organisaties.
Voor Nederland zijn twee operaties bijzonder relevant. In 2025 volgde de eerste veroordeling in Nederland in een door het EPPO vervolgd btw-carrouselonderzoek bij de Rechtbank Rotterdam. Vervolgens leidde het EPPO-kantoor Rotterdam in oktober 2025 operatie 'Escape Room': een grootschalig onderzoek naar carrouselfraude met elektronische apparaten, waarbij acht personen werden gearresteerd in België, Nederland en Polen. De geschatte schade bedroeg €47 miljoen alleen al in België en €14,5 miljoen in Nederland. Het onderzoek illustreert de meerwaarde van het EPPO: het kantoor kon verborgen verbanden blootleggen tussen verdachten die in meerdere lidstaten opereerden en honderden schijnvennootschappen en fictieve facturen gebruikten om btw-afdracht te ontwijken.
HvJ EU 2025: cascadejurisprudentie over aansprakelijkheid
Het Hof van Justitie heeft in 2025 een reeks arresten gewezen die het bewijskader bij btw-fraude significant aanscherpen. Drie uitspraken verdienen bijzondere aandacht.
In C-276/24 (KONREO, 10 juli 2025) oordeelde het Hof dat artikel 205 BTW-Richtlijn cumulatieve toepassing van aftrekweigering én hoofdelijke aansprakelijkheid toestaat, mits het evenredigheidsbeginsel wordt gerespecteerd. Deze dubbele sanctionering was eerder omstreden; het Hof kwalificeert beide maatregelen nu als complementaire instrumenten met verschillende doelstellingen.
In C-501/24 (Klinka-Geo Trans, 2 mei 2025) verduidelijkte het Hof dat bij transacties die niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, de belastingdienst geen wetenschapstoets hoeft uit te voeren. Het criterium "wist of had moeten weten" is uitsluitend relevant bij bewezen transacties – een cruciale verduidelijking voor de bewijslastverdeling in fraudezaken.
In C-121/24 (Vaniz, 11 december 2025) bevestigde het Hof dat hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 205 ook geldig blijft na ontbinding van de schuldenaar, mits bij de derde wetenschap van de fraude wordt vastgesteld. Samen vormen deze arresten een steeds strenger kader dat ondernemers dwingt tot gedocumenteerde leverancierscontroles.
CESOP, DAC8 en het informatie-ecosysteem
De overige instrumenten versterken het digitale net rondom btw-fraudeurs. CESOP is sinds april 2024 operationeel en verzamelt betalingsdata van grensoverschrijdende transacties boven de drempel van 25 betalingen per kwartaal per begunstigde. De Eurofisc Transaction Network Analysis (TNA) identificeerde in 2024 ruim 4.000 fraudeurs en €12,1 miljard aan frauduleuze transacties.
Per 1 januari 2026 is DAC8 (Richtlijn (EU) 2023/2226) van kracht. Deze richtlijn introduceert rapportageverplichtingen voor aanbieders van crypto-activadiensten in het kader van de administratieve samenwerking op het terrein van de directe belastingen. De eerste automatische uitwisseling van gegevens volgt uiterlijk 30 september 2027. Hoewel DAC8 zelf niet ziet op btw, versterkt het de informatiepositie van belastingdiensten over transactiestromen die ook relevant kunnen zijn voor de btw-handhaving. Samen met CESOP en Eurofisc ontstaat zo een steeds dichter informatienet dat fraudepatronen sneller zichtbaar maakt.
Het btw-nalevingsgat: Nederland presteert bovengemiddeld
Het VAT Gap Report 2025, gepubliceerd op 11 december 2025, toont dat het EU-brede nalevingsgat steeg naar 9,5% (€128 miljard) in 2023. Nederland presteerde met 7,0% (€5,7 miljard) significant beter dan het EU-gemiddelde. Ter vergelijking: Oostenrijk noteert 1,0%, terwijl Roemenië kampt met 30,0%.
Vooruitblik: wat de praktijk in 2026 te wachten staat
De btw-fraudebestrijding evolueert van reactieve controle naar proactieve, datagedreven monitoring. Voor de fiscale praktijk zijn de implicaties concreet. De ViDA-implementatie dwingt tot vroegtijdige systeemaanpassingen: ondernemers doen er goed aan de komende consultatie van het Ministerie van Financiën actief te volgen. De jurisprudentie van het HvJ EU schept een steeds strenger zorgvuldigheidskader: gedocumenteerde due diligence bij leveranciersselectie is geen luxe meer maar noodzaak om aftrekweigering en hoofdelijke aansprakelijkheid te voorkomen. En de combinatie van EPPO, FIOD en Eurofisc maakt dat grensoverschrijdende carrouselfraude sneller wordt opgespoord en harder wordt aangepakt dan ooit. De grenzen tussen fiscaal en strafrechtelijk toezicht vervagen verder – een ontwikkeling die elke btw-specialist scherp in het vizier moet houden.
