Agrarisch adviesbureau als criminele organisatie: fraude met RVO-subsidies en vergunningen

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 december 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3586

Een voormalig bestuurder van een agrarisch adviesbureau is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 13 maanden voorwaardelijk. Hij wordt schuldig bevonden aan medeplegen van valsheid in geschrift, feitelijk leidinggeven daaraan en deelname aan een criminele organisatie. Binnen het bureau heerste een cultuur waarin fraude werd aangemoedigd om klanten financieel voordeel te bieden. Zo werden valse documenten ingediend bij onder meer de RVO en gemeenten. De verdachte heeft actief bijgedragen aan deze praktijken en eerder al een strafblad opgebouwd. De straf is deels voorwaardelijk vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Context van de zaak

De verdachte is een 58-jarige man die als bestuurder en adviseur werkzaam is bij een agrarisch adviesbureau, genaamd bedrijf 1. Dit bureau ondersteunt veehouders en agrarische ondernemers bij vergunningsaanvragen, subsidieprocedures en de naleving van mest- en milieuwetgeving. Het strafrechtelijk onderzoek ‘Kievit’, ingesteld door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, bracht een structureel patroon van onregelmatigheden aan het licht binnen dit bureau. Uit negen zaaksdossiers blijkt dat meerdere bestuurders en werknemers van het adviesbureau systematisch handelden in strijd met de wet om hun klanten een voordeliger juridische of financiële positie te verschaffen.

De verdachte is in meerdere dossiers betrokken als medepleger van valsheid in geschrift, zowel als uitvoerend adviseur als in zijn hoedanigheid van feitelijk leidinggevende. Daarnaast neemt hij deel aan een organisatie (het adviesbureau) die structureel misdrijven pleegt, zoals bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

De tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

  1. Medeplegen van het valselijk opmaken van documenten met betrekking tot niet-geleverde melk, met het doel de fosfaatrechten kunstmatig te verhogen

  2. Feitelijk leidinggeven aan het valselijk vermelden van een te kleine inhoud van een mestsilo op een bouwtekening

  3. Feitelijk leidinggeven aan het vervalsen van een factuur en opdrachtbevestiging in het kader van een subsidieaanvraag

  4. Feitelijk leidinggeven aan het opmaken van verzonnen gegevens in staladministraties

  5. Medeplegen van het valselijk opmaken van een Gecombineerde Data Inwinning (GDI) voor grasland bij een klant

  6. Medeplegen van het valselijk opmaken van een GDI bij een andere klant met daarin opgenomen percelen die niet in gebruik waren

  7. Deelname aan een criminele organisatie die het oogmerk heeft op het structureel plegen van misdrijven zoals hierboven genoemd

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal eist een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde wordt gevorderd dat de verdachte gedurende deze proeftijd geen werkzaamheden verricht die verband houden met advisering in de agrarische sector, met uitzondering van het bekappen van klauwen van hoefdieren. Het Openbaar Ministerie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van alle feiten, dan wel ontslag van rechtsvervolging, onder meer wegens veronderstelde onduidelijkheid van de relevante regelgeving. Subsidiair wordt een strafmaatverweer gevoerd, waarbij onder meer wordt gewezen op het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het oordeel van het hof

Het hof acht alle zeven tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt als medepleger en feitelijk leidinggevende verantwoordelijk gehouden voor diverse vervalsingen. De rechtbank wordt niet gevolgd in haar eerdere gedeeltelijke vrijspraak. Het hof stelt vast dat de verdachte een centrale en sturende rol speelde in het creëren van een bedrijfscultuur waarin wettelijke grenzen stelselmatig werden overschreden.

Het hof acht het aannemelijk dat het adviesbureau klanten niet alleen hielp bij legale aanvragen en procedures, maar dat er binnen het bureau een bedrijfscultuur heerste waarin wetsovertredingen bewust werden geaccepteerd en zelfs gestimuleerd. De verdachte handelde actief mee in deze cultuur, gaf leiding aan medewerkers bij het opmaken van valse documenten en faciliteerde klanten bij het omzeilen van regels.

In meerdere gevallen, zoals bij het aanpassen van factuurdata, het vervalsen van technische tekeningen en het opvoeren van niet-gebruikte percelen in GDI’s, heeft de verdachte aantoonbaar bijgedragen aan het misleiden van overheidsinstanties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en gemeentelijke vergunningverleners.

De bewezenverklaring

Bewezen wordt verklaard dat de verdachte zich schuldig maakt aan:

  • Medeplegen van valsheid in geschrift (feiten 1, 5 en 6)

  • Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift (feiten 2, 3 en 4)

  • Deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (feit 7)

Voor feit 7 wordt hij partieel vrijgesproken van het onderdeel dat ziet op het foutief opgeven van gegevens uit de Meststoffenwet, omdat dit slechts een overtreding betreft.

De strafoplegging

Het hof legt een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 13 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Als bijzondere voorwaarde geldt dat de verdachte geen werkzaamheden mag verrichten die verband houden met de advisering in de agrarische sector, met uitzondering van het bekappen en verzorgen van klauwen van hoefdieren.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de ernst en stelselmatigheid van de feiten, de leidende rol van de verdachte binnen het bedrijf, zijn eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten in 2017 en het feit dat de feiten pas zijn gestopt na tussenkomst van justitie.

Tevens houdt het hof rekening met een schending van de redelijke termijn in hoger beroep. Dit leidt tot matiging van de straf met één maand voorwaardelijke gevangenisstraf.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^