Hoge Raad past regels over stellen en betwisten toe op de drie categorieën van immateriële schade wegens aantasting in de persoon op andere wijze
/Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:822
De Hoge Raad doet uitspraak in een zaak over medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en bedreiging met geweld, gericht op het horloge van een slachtoffer dat op klaarlichte dag is beschoten en met een vuurwapen op het hoofd is geslagen. Het gerechtshof Amsterdam wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade toe tot € 2.000 en legt daarbij een schadevergoedingsmaatregel op. Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof die toewijzing ontoereikend heeft gemotiveerd, mede omdat de vordering namens de verdachte gemotiveerd is betwist. De Hoge Raad herhaalt het kader uit zijn arrest van 28 mei 2019 over aantasting in de persoon op andere wijze en werkt de regels over stellen en betwisten uit voor de drie categorieën van gevallen. Omdat uit de overwegingen van het hof niet blijkt op welke grond van artikel 6:106 BW en op welke vastgestelde omstandigheden de toewijzing berust, kan dat oordeel en daarmee ook de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak op deze punten en wat betreft de strafduur wegens overschrijding van de redelijke termijn, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam.
Read More