Geldboete voor niet tijdig deponeren jaarstukken BV

Gerechtshof Amsterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2027

De Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het niet tijdig deponeren van de jaarrekening. Het hof houdt rekening met de omstandigheden die hebben geleid tot het niet tijdig deponeren van de jaarrekening, zoals daarvan ter zitting is gebleken en met het gegeven dat de Verdachte na het feit wel steeds tijdig aan haar verplichtingen heeft voldaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bankmedewerker maakt valse brief op met briefhoofd bank en ondertekening door collega

Rechtbank Midden-Nederland 6 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4553

Verdachte heeft, terwijl hij in dienst was van de bank een valse brief opgemaakt met een briefhoofd van de bank en uit Naam van een collega. Verdachte heeft de Naam van deze collega opgezocht in de interne systemen van de bank en heeft diens handtekening vervalst. Bovendien heeft Verdachte de vervalste brief aan zijn civiele advocaat gegeven om deze als bewijsstuk in te brengen in een civiele procedure om daarmee zijn eigen procespositie proberen te versterken. Die procedure ging om een aanzienlijk financieel belang, met name een contractuele boete van €160.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak valselijk opmaken Bibob-formulieren

Rechtbank Noord-Nederland 31 augustus 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3727

Verdachte heeft steeds het contact heeft gezocht met de gemeente over het te volgen traject om er zeker van te zijn dat hij de aanvragen juist en volledig zou hebben ingevuld. De rechtbank kan weliswaar vaststellen dat Verdachte onder andere de Bibob-vragenformulieren op 29 december 2020 afgegeven heeft, maar kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat hij de aanvragen tot het verlenen van een exploitatievergunning en de bijbehorende Bibob-vragenformulieren daadwerkelijk op die datum heeft ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwaszaak: Toepassing art. 9a door forse overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Oost-Brabant 31 augustus 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4291

Verdachte heeft zich tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen. De rechtbank weegt bij de strafoplegging zwaar mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 van het EVRM fors is overschreden. Om deze reden acht de rechtbank het niet opportuun om thans alsnog een hoofdstraf op te leggen voor de onderhavige feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie tegen vrijspraak in EVOA-zaak strandt

Hoge Raad 12 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1169

Dit betreft een OM-cassatie in een zaak over afvalstoffen (EVOA). Meer concreet de uitvoer van afvalstoffen (aluminiumschroot) naar China. De vraag die centraal staat is of er door ontbreken van CCIC-certificaat bij overbrenging van fijngeshredderde aluminiumfracties van Nederland naar China sprake van “illegale overbrenging” a.b.i. art. 2.35.e EVOA? Het middel – tegen de vrijsraap van verdachte – berust op de opvatting dat sprake is van een illegale overbrenging, omdat de tenlastegelegde overbrenging van de afvalstoffen strijd oplevert met communautaire regelgeving, nu deze overbrenging naar China niet vergezeld ging van een CCIC-certificaat wat in strijd zou zijn met de (bijlage bij de) Landenverordening, die rechtstreeks is gebaseerd de EVOA. Het middel miskent daarmee dat de bijlage bij de Landenverordening ten tijde van het ten laste gelegde feit niet meer inhield dan dat China t.a.v. aluminiumschroot koos voor de optie dat “in het land van bestemming volgens het toepasselijke nationale recht andere controleprocedures worden gevolgd”. Voor een verbod of kennisgevingsprocedure a.b.i. art. 37.1.a of 37.1.b EVOA heeft China niet gekozen. Het ontbreken van een CCIC-certificaat is mogelijk strijdig met het nationale recht van China, maar levert het ontbreken van dat certificaat geen strijd op met communautaire regelgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^