Conclusie over ne bis in idem en hetzelfde feit (voorhanden hebben van geldbedrag dat uit misdrijf afkomstig is en niet voldoen aan aangifteplicht)

Parket bij de Hoge Raad 12 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:355

In onderhavige zaak blijkt uit de bewijsvoering van het hof dat de verdachte op 19 juni 2014 in de zogenaamde groene douanedoorgang van aankomsthal 4 op de luchthaven Schiphol, met bij zich handbagage en een zwarte rolkoffer, werd aangesproken door een douane-ambtenaar en werd gevraagd of hij iets had aan te geven. Hij antwoordde daarop “no nothing”. Vervolgens is hem gevraagd zijn bagage te openen en zijn de geldbedragen van 49.600,00 euro en 12.100,00 Zwitserse frank aangetroffen die in beide tenlasteleggingen worden genoemd. Het gaat dus in essentie bij beide tenlasteleggingen om hetzelfde feitencomplex en dezelfde gedragingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kinderopvangtoeslagfraude: Art. 359a Sv-verweer omdat niet kan worden uitgesloten dat onderzoek is gestart n.a.v. uitkomst discriminatoire algoritmes

Rechtbank Amsterdam 5 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1830

Verdachte en haar mededaders hielden zich op grote schaal bezig met het valselijk opmaken van stukken en indienen van aanvraag- en wijzigingsformulieren kinderopvangtoeslag en hebben de verkregen gelden vervolgens witgewassen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 6 EVRM is geschonden. Op basis van het door het Openbaar Ministerie verstrekte procesdossier bestaat te veel onduidelijkheid over de bruikbaarheid van de startgegevens waardoor er niet kan worden gesproken van een eerlijk proces. Uit het procesdossier valt niet af te leiden op welke basis aanvrager persoon 1 is geselecteerd, zodat niet kan worden uitgesloten dat dit is gebeurd op basis van discriminatoire algoritmes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fraudesignalen laten zitten, Wwft-melding terecht

Accountantskamer 25 maart 2022, ECLI:NL:TACAKN:2022:11

Een registeraccountant meldt terecht ongebruikelijke transacties bij de Oekraïense dochter van een controlecliënt, maar onderzocht de signalen van mogelijke fraude ten onrechte niet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex artikel 530 Sv: Kostenpost correspondentie bovenmatig vanwege stelselmatig opvragen stand van zaken

Rechtbank Amsterdam 14 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2067

De rechtbank stelt vast dat de raadsman in de periode van 21 december 2020 tot en met 19 juli 2021 in totaal 29 keer zes minuten tijd heeft geschreven voor het corresponderen met het OM over de stand van zaken in de strafzaak. De gevraagde kosten voor het stelselmatig opvragen van de stand van zaken, tegen een uurtarief van € 250,00, te weten in totaal € 725,00 exclusief BTW, komt de rechtbank bovenmatig voor, zodat dit bedrag niet volledig voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank wijst erop dat de raadsman verantwoordelijk is voor een efficiënte bedrijfsvoering in zijn praktijk en dat hij om redenen van billijkheid dient te waken voor de efficiency van de verdediging en de schade dient te beperken waarvan een vergoeding aan verzoekster kan worden gevraagd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering tot vernietiging transactie in NS-zaak wegens bedrog/dwaling afgewezen: Burgerlijk Wetboek niet rechtstreeks op de strafrechtelijke overeenkomst toepasbaar

Rechtbank Den Haag 20 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3650

De rechtbank stelt voorop dat een transactie in de zin van artikel 74 Sr een eigensoortige, strafrechtelijke overeenkomst is. Aangezien de transactie geen overeenkomst is in de civielrechtelijke betekenis, zijn de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek die zien op de totstandkoming en inhoud van een overeenkomst niet rechtstreeks op de transactie toepasbaar. Vernietiging van de transactie op grond van artikel 3:44 lid 2 BW (bedrog) dan wel artikel 6:228 BW (dwaling) is daarom niet aan de orde. Voor het privaatrecht kan een aanvullende rol zijn weggelegd als (bijvoorbeeld) vragen omtrent de totstandkoming van een transactie rijzen die niet aan de hand van de strafrechtelijke normering kunnen worden beantwoord, mits daarbij de aard van de strafrechtelijke rechtsbetrekking in acht wordt genomen en deze zich daartegen niet verzet. Dit betekent dat hooguit kan worden bezien of bij de totstandkoming van de transactie de beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging in acht zijn genomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^