Moet bij berekening WVV het laagste bedrag worden kiezen?

Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:570

Aan het middel is ten grondslag gelegd dat de keuze van het hof om het gemiddelde van twee rekenmethodes aan te houden onbegrijpelijk is, gelet op de enkele motivering dat de uitkomsten van beide methodes aan het bewijs kunnen worden ontleend. Onder verwijzing naar het ‘in dubio pro reo’-beginsel voert de steller van het middel aan dat ook in ontnemingszaken bij twijfel in het voordeel van de betrokkene moet worden beslist en dat het, gelet op de twijfel die het hof bij het maken van de keuze tussen beide methodes tot uitdrukking heeft gebracht, voor de hand had gelegen te kiezen voor de laagste uitkomst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

CRvB: reikwijdte art. 6 EVRM kan zich uitstrekken tot bestuursrechtelijke procedure indien geschilpunten voortvloeien uit of samenhangen met strafrechtelijke procedure

Centrale Raad van Beroep 2 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1315

De reikwijdte van artikel 6, tweede lid, van het EVRM kan zich dus in voorkomend geval uitstrekken tot een bestuursrechtelijke procedure indien de geschilpunten in de bestuursrechtelijke procedure voortvloeien uit of samenhangen met de strafrechtelijke procedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van voorzitter van twee stichtingen voor feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en gewoontewitwassen

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 8 juni 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1675

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich als feitelijk leidinggever meermalen schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en gewoontewitwassen. De verdachte was voorzitter van twee stichtingen en als enige bevoegd om rechtshandelingen te verrichten. De verdachte heeft jarenlang opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van de stichtingen gedaan en daarmee ten onrechte grote bedragen aan omzetbelasting teruggevraagd en ontvangen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling vermogensbeheerder. Rb. gaat uitgebreid in op vraag wanneer sprake is van oplichting door samenweefsel van verdichtsels.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2861

De verdediging heeft betwist dat er sprake is van een “samenweefsel van verdichtsels” en dat vast is komen te staan dat de onjuiste mededeling van verdachte over het doel van de lening de reden is geweest dat de aangevers zijn overgegaan tot het lenen van geld aan verdachte. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad dient voor het aannemen van een samenweefsel van verdichtsels sprake te zijn van gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op “meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde” onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OvJ niet-ontvankelijk door zeer extreme overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2903

De rechtbank is van oordeel dat het in deze specifieke zaak niet slechts gaat om een overschrijding van de redelijke termijn die zich door strafvermindering kan laten compenseren. De overschrijding van de redelijke termijn is zodanig dat de waarheidsvinding vergaand is bemoeilijkt. Het gaat in deze zaak om een veelheid aan feiten, waarvan niet op voorhand zonder meer gezegd kan worden dat op eenvoudige wijze zonder nader onderzoek tot een vrijspraak of bewezenverklaring kan worden gekomen. Daarmee zijn de beginselen van een behoorlijke procesorde in ernstige mate geschonden. Dat heeft gevolgen voor de vraag of er nog sprake kan zijn van een eerlijk proces. Het tijdsverloop heeft onder meer negatieve gevolgen voor mogelijke onderzoekswensen van de verdediging waardoor van een gelijk speelveld inmiddels geen sprake meer is.

Read More
Print Friendly and PDF ^