Bank mag rekeningen van trustkantoor en doelvennootschappen opzeggen, maar moet de partijen daar wel tijd voor geven

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2733

De rechter oordeelt dat de partijen voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat door de beƫindiging van de bankrelaties de kans groot is dat zij hun onderneming niet langer kunnen uitoefenen terwijl zij op niet tekort geschoten zijn jegens de bank en er geen concrete aanwijzingen bestaan dat zij een integriteitsrisico vormen voor de bank. De bank is in 2017 weloverwogen de relatie is aangegaan en er zijn geen gewijzigde omstandigheden waardoor voortzetting van de bankrekeningen niet langer van de bank zou kunnen worden gevergd. Omdat de bank in beginsel haar beleid mag bepalen en vormgeven, kan van haar niet verwacht worden om deze relaties oneindig voort te zetten, zeker als dat niet meer bij haar beleid past. De doelvennootschappen zullen uiteindelijk moeten uitwijken naar een andere bank, zonodig in het buitenland. Omdat het trustkantoor een vergunning van de DNB bezit en haar activiteiten in NL heeft, moet het kantoor voldoende tijd krijgen om een andere bankrelatie te vinden. De bank zal deze relatie daarom nog tenminste 2 jaar moeten voortzetten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen over het betrekken van een niet tlgd. feit bij de strafoplegging

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1023

In de onderhavige zaak duidt de door het hof gebezigde formulering erop dat met de vermelding van het niet tenlastegelegde feit bij de strafoplegging in het bijzonder gewicht is toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte niettegenstaande een eerdere veroordeling zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit. Deze veroordeling was echter nog niet onherroepelijk ten tijde van het begaan van de feiten waarop de strafoplegging betrekking heeft. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR beantwoord vraag of geheimhouders bij selectieproces, schifting tussen wel en niet verschoningsgerechtigd materiaal, moeten worden betrokken

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1048

Read More
Print Friendly and PDF ^

Arts en ziekenhuis niet aansprakelijk voor schade door gemanipuleerde PIP-borstimplantaten

Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090

Een arts en ziekenhuis zijn niet aansprakelijk voor schade bij patiĆ«nten die het gevolg is van door fraude veroorzaakte ondeugdelijkheid van PIP-borstimplantaten. Dat oordeelt de Hoge Raad naar aanleiding van prejudiciĆ«le vragen van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Bij dat hof loopt een procedure tussen een patiĆ«nte en een ziekenhuis over de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die deze patiĆ«nte geleden heeft als gevolg van het feit dat bij haar in 2000 een ā€˜PIP’-borstimplantaat is geplaatst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklagprocedure & vergoeding kosten rechtsbijstand

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1056

Deze zaak gaat over de vraag in hoeverre het mogelijk is voor de indiener van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv (de klager) een vergoeding te krijgen voor de kosten van rechtsbijstand die is verleend in de beklagprocedure. Meer specifiek gaat het om gevallen waarin de beklagprocedure samenhangt met een strafzaak tegen de klager en sprake is van de volgende situatie: het beklag als bedoeld in artikel 552a Sv over de inbeslagneming van een voorwerp is in de beklagprocedure ongegrond verklaard, maar vervolgens heeft de rechter in de strafzaak een last tot teruggave gegeven van het inbeslaggenomen voorwerp, terwijl bovendien de strafzaak is geƫindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^